Onze vrouwen konden elkaar niet uitstaan

“ik had niet verwacht je hier zo weer te zien”

Mid adult man in sunbeam in dark. Depression concept.

Nog voor ik het zelf doorhad, had mijn blik hem al gevonden. Daar stond hij, aan de overkant van het veld, met z’n handen diep in de zakken van diezelfde jas die hij vroeger ook altijd droeg. Jan.

Het duurde even voor ik besefte dat het écht hem was. Dezelfde manier van staan, licht voorovergebogen, alsof hij elk moment zelf het veld op kon rennen. Alleen het haar was grijzer. En de blik iets zachter of misschien gewoon ouder.

Mijn kleinzoon trapte net een bal mis, en ik wilde iets roepen, maar de woorden bleven steken. Alles in mij was gefocust op dat ene moment. Tien, misschien vijftien jaar was het geleden? Ik weet het niet eens meer precies. Sinds dat etentje. Sinds zij er ruzie over kregen.

De reden weet ik nog steeds niet. Alleen dat onze vrouwen elkaar niet konden luchten of zien, en dat wij er langzaam tussenin kwamen te hangen. En omdat niemand ooit hardop zei waarom, werd het een soort stilzwijgend besluit: dan maar helemaal niet meer.

Hij had me nu ook gezien. Een kort moment van herkenning aarzelend, maar onmiskenbaar. Ik hief mijn hand half, niet echt zwaaiend, meer een reflex.

Hij liep mijn kant op. Elke stap voelde als een echo van vroeger, van voetbaltoernooien, nachtelijke gesprekken, van dingen die we nooit dachten kwijt te raken. Toen hij vlakbij stond, bleef hij even zwijgen. Ik zag zijn mondhoeken bewegen, alsof hij woorden proefde.

“Jij hier,” zei ik uiteindelijk, omdat iets zeggen beter voelde dan niets. “Van alle plekken.”

Zijn mondhoek trok om tot een kleine glimlach. “Ja,” zei hij. “Blijkbaar spelen onze kleinzonen in dezelfde competitie.” Hij keek naar het veld. Ik ook. En tussen het gejoel van de kinderen door voelde ik het: dit was misschien de eerste keer in jaren dat stilte niet ongemakkelijk voelde, maar als iets dat nog heel even moest rijpen voor het weer vriendschap kon worden.

“En, hoe gaat het met Marijke?” vroeg Jan, zijn stem alsof hij op zoek was naar iets waar hij geen woorden voor had.

Ik haalde mijn schouders op, zonder echt na te denken. “Marijke is… Marijke. We zijn gescheiden. Al een tijdje, eigenlijk.” Ik keek even naar de grond, alsof de woorden zelf beter van me af konden glijden. Het had me niet verbaasd. Ik had er al zoveel jaren voor gevochten dat we nog iets samen hadden, maar het was altijd net niet genoeg. En toen kwam die ene dag, dat we beiden wisten dat het genoeg was.

Jan keek me aan. Zijn ogen glommen even van herkenning, en misschien ook van diezelfde oude pijn. “Ik ook,” zei hij zacht. “Sara en ik… nou ja, we zijn al een paar jaar uit elkaar.” Hij zuchtte en draaide zijn hoofd naar het veld. “Het is raar, hè? Je denkt dat het vanzelf wel goedkomt, maar soms is het gewoon… niet genoeg.”

Ik knikte, meer om te laten zien dat ik het begreep dan omdat ik echt iets te zeggen had. Maar het was vreemd, hoe het gesprek een soort gewicht kreeg. We praatten niet meer over de tijd van de vriendschap, de herinneringen aan vroeger maar over nu. Over de scheidingen, de verloren tijd, het verlies van wat ooit zo vanzelfsprekend was.

“Het lijkt wel alsof we nooit echt hebben geweten waarom, hè?” vroeg ik, wat ik eigenlijk al lang wilde weten. “Waarom zij elkaar zo niet konden luchten?”

Jan keek even naar de grond, zijn handen om de beker gekruld. “Nee,” zei hij. “En misschien… misschien wilden we het ook niet weten. Soms is het makkelijker om gewoon niks te zeggen.”

Er viel een stilte. Het was geen ongemakkelijke stilte, meer een reflectieve. De lucht om ons heen leek iets lichter, en de scheve glimlach op Jan’s gezicht was veranderd in een soort diepe bedachtzaamheid.

“Je had me wel eens kunnen bellen,” zei hij opeens, met een blik die ik niet meteen begreep. “Ik had het ook wel willen weten, je weet wel… alles.”

Ik keek hem aan. Diezelfde blik als vroeger, dat soort verlangen om weer iets van die oude band te herstellen. “Ik had niet geweten wat ik moest zeggen,” gaf ik toe. “En ik dacht altijd, je vrouw… die was nooit echt…”

Jan lachte zonder humor, alsof hij de woorden zelf niet wilde horen. “Ja, ze had haar redenen, denk ik.” Hij haalde zijn schouders op. “Maar goed, wij kwamen er ook nooit echt achter.”

Een moment van stilte vulde de ruimte, maar het voelde anders. Geen spanning meer. Geen angst om te zeggen wat we dachten. Het voelde, ondanks alles, als het begin van een herontdekking al was het maar een glimp van de vriendschap die we ooit hadden gehad.

“Ik moet zeggen,” zei Jan uiteindelijk, “ik had niet verwacht je hier zo weer te zien.”

Ik glimlachte, een beetje opgelucht dat hij iets luchtigs in het gesprek had gestopt. “Ja, ik had hetzelfde. Maar je weet het: het leven draait door, en blijkbaar komt alles weer op z’n plek.”

“Ja,” zei hij. “En wie weet… misschien is het nooit te laat om oude dingen weer op te pakken.”

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!