Toen mijn vriendin Sanne en ik allebei rond dezelfde tijd gingen scheiden, voelden we ons als zielsverwanten. Onze kinderen kenden elkaar al sinds de lagere school en we werden vriendinnen via het schoolplein. Later, toen ze eenmaal op de middelbare school zaten kwamen onze dochters in 3-havo weer bij elkaar in de klas en hadden we vaak gesprekken over hoe ingewikkeld het is om in je eentje een gezin draaiende te houden. Toen ze voorstelde om samen met de kinderen op vakantie te gaan, leek me dat een geweldig plan. Twee gescheiden moeders op avontuur, dacht ik nog. Dat moest wel gezellig worden.
Een camping in Frankrijk, wat kon er misgaan?
We boekten een gezellige camping in Zuid-Frankrijk, met genoeg faciliteiten voor de kinderen. Ik had een beeld in mijn hoofd van gezamenlijke barbecue-avonden, wijntjes drinken onder de sterrenhemel en de kinderen die zich vermaakten met andere leeftijdsgenootjes. Dat beeld hield ik vast toen we in de auto stapten, met een volgeladenkofferbak en een koelbox vol broodjes voor onderweg. Sanne reed in haar eigen auto met haar tweeling van zestien, en ik had mijn kinderen, een dochter van nog net vijftien en een zoon van veertien, bij mij in de auto. De sfeer onderweg was prima. We luisterden naar muziek, zongen luidkeels mee en ik voelde me voor het eerst in tijden een beetje licht. Vrij. Optimistisch. Maar dat veranderde vrij snel na aankomst.
De eerste barstjes
Op de camping aangekomen was het heet, rommelig en druk. Sanne wilde het liefst meteen naar het zwembad, terwijl ik eerst de tenten op wilde zetten en een beetje orde wilde scheppen in de chaos. Toen ik voorstelde om samen de boel uit te pakken, wuifde ze dat weg. ‘Laat die kinderen dat toch doen. We hebben vakantie!’ zei ze, terwijl ze zich al in haar bikini wrong. Ik lachte het weg, maar voelde al een eerste knoop in mijn maag. Die avond bleek dat haar kinderen alcohol bij zich hadden. Een fles Flügel en goedkope Prosecco. Mijn mond viel open. Sanne leek er totaal geen punt van te maken. ‘Ze zijn bijna volwassen,’ zei ze luchtig. ‘Lieverd, dat deden wij toch ook toen we jong waren?’ Mijn dochter keek me hoopvol aan, alsof ze wilde zeggen: ‘Mag ik dan ook?’ En ik voelde meteen de grens. Nee, ik wilde niet dat mijn kinderen alcohol zouden drinken. Niet onder druk van de kinderen van Sanne en zeker niet in een vreemd land, op een camping, zonder toezicht. Maar hoe moest ik dat uitleggen zonder als de saaie, strenge moeder over te komen?
Twee werelden, één camping
De verschillen tussen Sanne en mij werden met de dag duidelijker. Waar ik nog een beetjestructuur probeerde te houden, door samen te ontbijten, niet al te laat naar bed te gaan en af en toe een uitje met z’n allen, leefde Sanne alsof ze zelf nog zestien was. Iedere avond zat ze op het terras bij de campingbar met een andere man te flirten, terwijl ik alleen voor onze tent zat met een boek op schoot, uitkijkend op de lege stoel naast me. Die stoel waar Sanne had moeten zitten. Ik had gehoopt op gesprekken over onze scheidingen, over onze kinderen, over hoe moeilijk het soms was om alleen te zijn. Maar Sanne was alleen nog maar bezig met zichzelf. En met mannen. Elke avond kwam ze laat terug, giechelend, haar make-up half uitgelopen, en fluisterde ze dat ze ‘eindelijk weer leefde.’ Maar ik voelde me alleen. Verraden, zelfs. Dit was totaal niet de vakantie die ik in mijn hoofd had.
De kinderen namen het over
Naarmate de dagen vorderden, begonnen de kinderen zich losser te gedragen. De mijne waren in de war. ‘Waarom mogen zij wel drinken en wij niet?’ snauwde mijn dochter gefrustreerd. ‘Jij vertrouwt me gewoon niet.’ Ik probeerde het uit te leggen, dat dat het niets met vertrouwen te maken had, maar tegen Sannes losse opvoedstijl kon ik niet opboksen. Haar kinderen liepen laat over de camping, namen anderen mee naar hun tent, en ik kon alleen maar hopen dat het bij experimenteren bleef. En ik moest soms op mijn tong bijten om er niets van te zeggen, ik was tenslotte niet hun moeder.
Op een avond vond ik mijn dochter huilend op haar luchtbed. Ze voelde zich buitengesloten, omdat ze ‘de enige was die niet meedeed. Mijn hart brak. Deze vakantie zou ons juist dichter bij elkaar brengen, had ik gedacht. Maar het tegenovergestelde gebeurde. We voelden ons vreemden, zelfs binnen ons eigen gezin.
Toen barstte de bom
Op dag tien toen we naar een marktje in een dorp verderop zouden gaan, kwam de onvermijdelijke ruzie. Sanne wilde uitslapen – ze was pas om vier uur ’s nachts teruggekomen – en haar kinderen weigerden überhaupt nog met ons mee te gaan. Ik zei iets in de trant van: ‘Het zou fijn zijn als we één keer iets samen konden doen,’ waarop Sanne fel reageerde: ‘We zijn geen familie, we zijn twee losse gezinnen. Je moet nu echt eens wat losser worden, hoor.’
Die opmerking sneed dieper dan ik verwacht had en ik was er opeens helemaal klaar mee. Die middag reed ik in mijn eentje met mijn kinderen naar een dorpje verderop, waar we samen wat gingen eten en eindelijk een normaal gesprek voerden. We spraken af dat we ons eigen tempo zouden volgen en ons niets meer zouden aantrekken van wat Sanne en haar kinderen deden.
De laatste dagen en een harde conclusie
De resterende dagen hield ik afstand. Sanne merkte het amper. Ze had haar handen vol aan de Fransman die haar elke avond een glas wijn aanbood. Ik zorgde voor mijn kinderen, kookte voor ons drieën, en we speelden spelletjes bij de tent. En eerlijk gezegd was het met z’n drietjes veel gezelliger dan de dagen ervoor samen met Sanne en haar gezin. Op de terugweg naar Nederland reden we apart. Sanne zwaaide vluchtig bij het inpakken, maar er werd weinig gezegd. Geen ‘bedankt voor de gezellige tijd’, geen ‘we spreken snel af.’ Alleen een beleefdeglimlach.
Wat ik ervan heb geleerd
Ik weet nu dat vriendschap onder druk komt te staan als je met elkaar op vakantie gaat. Dat een gedeeld verleden – zoals een scheiding – niet genoeg is om op te bouwen. Sanne en ik wilden verschillende dingen van deze vakantie, en misschien zelfs van het leven.
Mijn kinderen vroegen op de terugweg zelfs of we een volgende keer niet wee gewoon met z’n drieën konden gaan. Ik kon alleen lachen van trots, want ondanks deze stomme vakantie die totaal niet werd wat we ervan hadden verwacht, hebben we toch iets gewonnen. We hebben elkaar weer gevonden.
En Sanne? Die spreek ik nu alleen nog via de klassenapp van school. Misschien is dat maar beter ook.







