Mijn opa was dus niet fout

getty opa en kleinkind samen op de bank slapen polaroid

Er is weinig waar we ons voor moeten schamen in onze familie. Mijn tantes werken met blinde mensen, mijn oom was een hardwerkende ondernemer. Mijn grootvader wandelde elke dag met zijn hond naar het grote winkelcentrum in het centrum van de stad waar hij woonde. Bij zijn vaste bakker kocht hij altijd warme kaasbroodjes, die hij gaf aan een aantal daklozen met wie hij een praatje maakte. Elke dag weer.

Op zijn begrafenis was iedereen er. De dame van de bakker, de daklozen en een vrouw in een rolstoel. Haar benen verloor ze na een mislukte poging uit het leven te stappen door voor de trein te springen. De gesprekken met mijn grootvader hadden haar geholpen om het licht van het leven te zien, zo vertelde ze me later.

Mijn opa was mijn held. Als we op zijn woonark sliepen en er – vanwege een overschot aan logees – ook mensen in zijn kleine motorbootje sliepen, hadden we de grootste lol als we ’s ochtends stiekem de trossen losgooiden en deze logees straks midden op de plas wakker zouden worden.

Dat mijn opa zo outgoing was en mijn oma bijna een kluizenaar, verbaasde me niet. Het was zo. Ik vroeg niet waarom.

Later, na zijn dood, leerde ik de reden. Hij zou tijdens de oorlog lid zijn geweest van de NSB, en de schaamte bij mijn oma – die het hier nooit mee eens was geweest – was nooit verdwenen.

We wisten dat mijn opa geen slecht mens was. Maar dit, dit was iets waar we over zwegen. Al leerde het me wel om mensen en het leven niet in te delen in goed en fout.

 

Een paar maanden geleden appte mijn broer. Hij was op weg naar het Nationaal Archief, waar informatie over Joden en mensen die fout waren geweest in de oorlog openbaar is. Ik vroeg hem of hij dat nou wel wilde, die deksel van de pan halen. Aan de andere kant: we wisten ook dat hij heel veel Joodse mensen in huis had kunnen nemen. En dat lidmaatschap was maar van heel korte duur geweest. Zodra hij doorhad wat Hitler van plan was, was hij afgehaakt.

Dus daar ging mijn broer, met opgestroopte mouwen. Zenuwachtig was mijn moeder geweest toen hij op de terugweg belde. Natuurlijk. Dit deel van de geschiedenis had haar leven lang als een wolkje met haar meegeréisd. In de documenten stonden allerlei verklaringen. Over mijn opa, die inderdaad een half jaar lid was van de NSB. Uit angst voor het communisme had dit hem een sterke beweging geleken. En ja, hij had ook in een uniform gelopen. Mijn oma was het er nooit mee eens geweest. Na een half jaar was opa gestopt. Mijn oma had Mein Kampf verbrand en zijn lidmaatschapskaart doormidden geknipt.

En daarna? Daarna volgde, zo bleek uit een zee van reacties, een grote ketting van goede daden. Joden die ondergedoken hadden gezeten in het grote huis van mijn opa en oma. De auto van mijn opa, die hij had weggegeven zodat daar mensen mee konden vluchten.

In het archief stond wat wij al lang wisten. Mijn opa was een goed mens geweest. Weliswaar een mens die een verkeerde keuze had gemaakt. Maar ook een mens die durfde bij te sturen en te corrigeren.

Een mens dus.

Een goed mens.

Door: Myrna van der Belt

newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!