‘Mijn dochter raakt maar niet zwanger’

De dochter van Jinthe probeert al jaren zwanger te worden, maar het is tot op heden niet gelukt.

 

 

 

In de afgelopen drie jaar heeft Jinthe haar dochter zien veranderen van een vrolijke, gedreven vrouw naar iemand die verdrietig en ongelukkig is — en haar relatie lijdt er ook nog eens onder.

 

‘Mijn dochter Amber wilde moeder worden. Dat zei ze vroeger al: “Ik kan niet wachten tot ik baby’s heb.” Ook al was ze toen zelf nog een kind, altijd was ze helemaal gek met baby’s. Het was dus niet de vraag óf ze moeder zou worden, maar wanneer. Toen ze haar huidige vriend Robbert leerde kennen zei ze al snel tegen mij dat dit ‘m was. En daarmee bedoelde ze niet eens dat hij de liefde van haar leven was (al was hij dat ook), maar de toekomstige vader van haar kinderen.

 

Robbert en zij straalden samen en waren lange tijd net een stelletje verliefde pubers. Mijn man en ik kunnen het ook heel goed met hem vinden en ze kwamen hier vaak over de vloer. Binnen een jaar was ze bij hem ingetrokken, en na drie jaar vaste verkering vertelde ze aan me dat ze gingen proberen om zwanger te raken. Natuurlijk was ik hartstikke blij voor haar, en vond ik het onwijs spannend.

 

Heel naïef misschien, van mij en van Amber, maar ik heb er nooit echt rekening mee gehouden dat het nog weleens heel moeilijk kon gaan. Natuurlijk hoor je dat wel om je heen, dat het allemaal niet vanzelf gaat, maar op de één of andere manier had ik door Ambers grote kinderwens gedacht dat het allemaal wel goed zou komen.

 

Maar dat kwam het niet; Amber werd maar niet zwanger. En wordt nog steeds niet zwanger. Ze is nog jong, nog geen dertig, maar het duurt nu inmiddels drie jaar. Ze vond het heel moeilijk om aan zichzelf toe te geven dat het misschien bij Robbert en haar niet op de natuurlijke manier zou lukken. Veel gesprekken en tranen later heeft ze nu eindelijk de eerste afspraak bij het ziekenhuis staan om een ivf-traject te starten.

 

Een spannende, maar ook vooral moeilijke tijd. Moeilijk omdat ik zie hoe erg Amber eronder lijdt. En die arme, lieve Robbert doet zo zijn best maar die gaat er ook aan onderdoor. Amber snauwt hem alleen nog maar af, isoleert zich van haar vrienden en van ons: niemand kan nog iets goed doen in haar ogen.

 

Haar vriendinnen krijgen inmiddels ook kinderen. Zij had altijd gedacht dat zij de eerste van haar vriendengroep zou zijn die moeder werd, maar inmiddels is dat allang niet meer het geval. Babyshowers slaat ze over, ook kraamvisites vallen haar te zwaar. Dat kan ik me heel goed voorstellen, maar ik hoop zo dat ze zich niet te veel isoleert van haar omgeving.

 

Wat Amber niet weet is dat Robbert, mijn man en ik achter haar rug om een plan aan het bedenken zijn om haar langs een psycholoog te laten gaan. Het is lastig om dit gesprek met haar te openen, want ze is zo fel naar alles en iedereen, we zouden meteen afgesnauwd worden. Maar het is nu zo ver gekomen dat ze haar vriendinnen nauwelijks meer spreekt en haar relatie met Robbert ook niet goed gaat.

 

En daarom vrees ik ergens ook zo voor het ivf-traject. Wat als dat geen succes wordt? Ik weet niet hoeveel teleurstellingen Amber nog kan verdragen. Ik gun het haar zó om moeder te worden, een baby te krijgen… Maar ik ben ook zo bang dat het haar uiteindelijk niet gegund is.’