Mantelzorgen is geen werkwoord

 

 

‘Zorgen moet je doen, niet maken’, zei Loesje ooit. Nou, daar denk ik inmiddels heel anders over.

 

 

 

Maandagochtend 8 uur, drie weken geleden. Mijn broer belt me om te zeggen dat onze vader, die alleen woont omdat onze moeder in een verzorgingshuis zit, niet meer op kan staan. De paniek kruipt meteen op mijn rug. Pa woont namelijk 127 kilometer verderop, dus ik sta (zeker ten tijde van de maandagochtendspits) niet zo snel bij hem op de stoep. Broer ook niet trouwens, want die staat muurvast ergens op de A2 richting Utrecht. 

 

Vanuit Haarlem bel ik de huisarts van Pa die belooft om in de middag langs te komen. De buurvrouw, die ik wil vragen om even bij hem te gaan kijken, ligt blijkbaar nog te slapen want ze neemt niet op. Na een uur is Broer bij Pa gearriveerd die bibberend van de koorts in zijn bed ligt, en als ik na twee uur filerijden eindelijk in zijn slaapkamer sta, is die koorts inmiddels opgelopen naar ruim 38 graden. Aan de hoge kant voor iemand van 81.

 

Als de huisarts om 3 uur ’s middags eindelijk aanbelt staat er binnen een kwartier een ambulance voor de deur en wordt Pa op een brancard gehesen en naar de spoedeisende hulp gebracht, waar hij diezelfde avond nog aan een bacteriële infectie aan zijn heup wordt geopereerd en op de intensive care belandt. Broer en ik kijken elkaar beteuterd aan als we rond middernacht in een kamertje zitten te wachten tot we bij onze vader kunnen. What the F… is hier gebeurd?

 

Maar dan begint het pas. Want de behandelend arts is drie dagen later al dik tevreden dat Pa zelfstandig zijn bed uit kan om naar de wc te gaan en vindt dat Pa dus wel naar huis kan. Van schrik laat ik haast mijn bekertje koffie uit mijn handen vallen. Naar huis? Terwijl hij nauwelijks rechtop kan staan, laat staan lopen? Naar huis, waar mijn moeder niet voor hem kan zorgen omdat zij inmiddels in een verzorgingshuis woont? Waar de buren ook allemaal zo hun eigen gezondheidsproblemen hebben en in geval van nood niets voor hem kunnen doen? En waar Broer en ik niet in de buurt wonen en dus steeds eindeloos lang heen en weer moeten rijden om hem te helpen met zijn natje en zijn droogje, de boodschappen en het huishouden? De specialist knikt instemmend, met twee momenten thuiszorg per week, zegt hij er haast glunderend achteraan. 

 

Mijn hoofd draait overuren hoe ik dat dan samen met Broer allemaal moet gaan regelen en ik maak me grote zorgen om de veiligheid van Pa. Buiten dat ik me rot schrik van het grootste gemak waarmee een kwetsbare oudere, die naast een geopereerde heup ook nog van alles mankeert, door een arts naar huis wordt gestuurd, voel ik ook een enorme woede opkomen. Het Nederlandse zorgsysteem zit inmiddels blijkbaar zo in elkaar dat ik het gevoel heb dat je het maar uit moet zoeken als patiënt. U regelt het maar lekker zelf allemaal en als dat niet lukt heeft u pech. Volgende patiënt.

 

Gelukkig ben ik niet op mijn mondje gevallen en krijg ik het na lang armpje worstelen met de dokter en de verpleegkundige toch voor elkaar dat Pa een paar dagen langer in het ziekenhuis mag blijven. En dat er, als Pa dan toch echt naar huis moet, dagelijks twee keer iemand van de thuiszorg 15 minuten naar hem toe gaat om hem te helpen met omkleden en met het uitzoeken van de 13 pillen die hij dagelijks moet slikken. 

 

Tussen de bezoekjes bij Pa thuis om te kijken of hij het wel allemaal redt sprinten Broer en ik om de beurt ook nog in het verzorgingshuis bij onze demente moeder naar binnen, die er niks van snapt dat Pa zijn neus maar niet laat zien. En dan heb ik het nog niet eens over de formulieren die ingevuld moeten worden, de extra medicatie die bij de apotheek opgehaald moet worden omdat die niet op het lijstje staat, het ophalen van een rolstoel, rollator en een toiletverhoger en de enorme hoeveelheid was die zowel bij Pa als onze moeder op Broer en mij ligt te wachten. Het mantelzorgen is opeens een ramvolle dagtaak voor ons geworden. 

 

Je zou toch een baan hebben, denk ik weleens zuur als ik voor de derde keer in een week op en neer vanuit Haarlem naar Tilburg rijd. Want een baan, die hebben Broer en ik ook nog. En probeer dan je hoofd maar eens koel te houden terwijl je weet dat je vader in zijn uppie achter een rollator door zijn huis moet scharrelen en we bij ieder piepje van onze telefoon bang zijn dat er iets met hem gebeurd is. ‘Zorgen moet je doen, niet maken’, zei Loesje ooit. Nou, daar denk ik inmiddels heel anders over. Wij maken ons de hele dag zorgen.  

 

 

Door: Irene Smit

Irene is redacteur bij Franska.nl. Met haar man, twee pubers en een teckel woont ze in Haarlem. Ze zou graag willen zingen als Ella Fitzgerald en koken als Nigella Lawson. Tot het zover is, blijft ze lekker schrijven over allerlei zaken die haar verbazen.

Afbeelding van Irene Smit