Hé goedemorgen,

 

Al is de mijne wat grijs omrand. Dat zijn de dagen sinds een week een beetje. Sinds vorige week op dinsdagavond de deurbel ging.

 

Meestal is dat iemand met een collectebus. Net op het moment dat ik de kinderen ein-de-lijk in horizontale stand heb. Dan die bel en de blaffende hond. Als ik de deur, met geïrriteerd gezicht- je ziet het voor je- de deur open doe, zie ik niet wat ik verwacht had. De overbuurman. Of hij stoort?

 

Nou nee, natuurlijk niet. Wat kan ik doen? Ze hebben slecht nieuws gekregen. Voor het woord ‘gekregen’ valt, denk ik: ze gaan toch niet scheiden? We hebben hun liefde zien bloeien, evolueren. Het samenwonen werd keurig aangekondigd, op het huwelijk waren we welkom. Daarna volgden de verjaardagen. Altijd met het lekkerste eten en drinken. Dat was een gelukkig stel daar aan de overkant.

 

Geen scheiding dus. Wat dan? Mijn meisjes staan inmiddels in hun pyjamaatjes om me heen. Ik zie hem twijfelen. Wat is er? Wat is er? Kirren de meisjes. Ik knik naar hem. Zeg het maar. Ik kan de drempels van het leven niet voor ze weg houden. Dat ze ziek is. Maar echt ziek. Ik vraag of ze een traject in gaan. De achterkant van zijn hoofd zoekt steun bij de muur. Als het al zo is, dan is het verlengend, niet genezend fluistert hij.

 

Ik voel de grond tintelen. Ik geloof dat ik hem over zijn schouder aai. Hij slikt en zegt dat hij ziet dat het me raakt. Dat we morgen wakker worden en zullen denken dat het een droom was. Maar dat is het niet.

 

En nu kijk ik steeds naar dat huis. Naar het groene hek, hun gezamenlijke naambord dat daar nog niet zo heel lang hangt. Hoe moet dat zijn? Wetend dat je je in de herfst van je leven begeeft?

 

Ik hoop zo dat het nog lang geen winter wordt.

 

Het goede,

May-Britt

 

Door: May-Britt Mobach

Fotografie: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter

Afbeelding van May-Britt Mobach