‘Wat maakt het nou uit?’ vroeg ze. ‘Ik hou toch wel van je.’

 

 

‘Het ziekbed van mijn vrouw was een slepende en slopende tijd geweest en nadat ze overleden was raakte ik de weg een beetje kwijt. Ze was mijn jeugdliefde, we waren met elkaar vergroeid en nu moest ik het zonder haar stellen, wat niet echt goed lukte. De dagen gaapten me aan zonder dat ik wist hoe ik er invulling aan moest geven en zonder een doel. Ik was pas net met pensioen toen we te horen kregen dat ze kanker had. En ik had er niet eens aan kunnen wennen om niet te werken.

 

Na een paar jaar krabbelde ik langzaam weer op. Ik besloot ons grote huis te verkopen en naar de stad te verhuizen. Een nieuwe start zonder al die herinneringen. Het deed me goed. Nog een jaar verder durfde ik voorzichtig te denken aan een andere vrouw. Geen vervanging voor mijn vrouw want die bestond toch niet. Een vrouw om eens mee naar de film, uit eten, wie weet met vakantie te gaan. Dat was de gedachte.

 

Vrienden stelden voor een etentje te arrangeren, want ze kenden een vrouw die net gescheiden was en ze dachten dat ik daarmee wel een klik zou hebben. Die klik was er en hij was wederzijds. Meteen al die eerste avond was er een gevoel dat dit goed was. Het ging dan ook sneller en verder dan ik me voorgesteld had. Al snel waren we praktisch elke weekend samen. Zij leerde mijn kinderen en vrienden kennen en ik die van haar.

 

Vorige maand kenden we elkaar een jaar. We waren gezellig uit eten geweest en hadden een drankje op. Ik zei tegen haar dat ik zo gek op haar ben dat ik me kon voorstellen dat we samen zouden settelen, maar ze ging er niet op in. Ik besloot het te laten rusten, ook al liet het me niet echt los. Een week later vroeg ik haar ernaar, waarom ze niet gereageerd had. Eerst hield ze zich een beetje van de domme. ‘Kom nou,’ zei ik, ‘voor de draad ermee, want ik weet dat er iets is.’ Ze aarzelde eerst. Toen kwam de aap uit de mouw. De scheiding, haar scheiding, was nog niet geregeld, zei ze. Dat was er in die drie jaar dat haar man nu niet meer bij haar woonde nog niet van gekomen. Het huis was nog niet verdeeld, de boot was nog niet verdeeld. Dus settelen, dat was een beetje moeilijk nu.

 

Was ze überhaupt van plan om te scheiden, vroeg ik me af. Want ik vond dit een bezopen toestand. Dit voelde opeens alsof ik een verhouding had met een vrouw die aan het vreemdgaan was. Maar dat zag ze anders. ‘Wat maakt het nou uit,’ zei ze, ‘of ik nog getrouwd ben of niet. Ik hou toch wel van je.’ Dat dit voor mij een wereld van verschil maakt, leek ze niet te kunnen of willen snappen. We kregen er ruzie om en stonden loodrecht tegenover elkaar. Van onze leuke relatie leek opeens niets meer over. En toen ze ook nog eens weer een sigaret opstak, terwijl ze heel goed weet hoezeer ik daarop tegen ben omdat mijn vrouw aan longkanker overleed, was de maat vol. Onze relatie is over en dat voelt alsof ik wederom in de rouw ben.’

 

Joosts naam is vanwege privacy gefingeerd. Zijn echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.