‘Huilen reinigt. Lachen heelt’

Dat was de laatste boodschap van Linda’s moeder

getty handen in ziekenhuis

‘Onze vader noemden we ‘pa’. Hij was een traditionele man, toegewijd aan zijn gezin, trouw aan zijn vrouw, een harde werker en een trouwe vriend voor iedereen die hem lief was. Hij deed de klussen in en om het huis, zette de vuilnis buiten, hielp de tafel afruimen en overhoorde ons voor een proefwerk. Hij was gek op ons, blind van mijn moeder die hij altijd ‘het licht in zijn leven’ noemde. De stabiele factor die de boel bijeen hield, maar nooit over de top. Hij aanschouwde het leven vanaf de zijlijn.

Als het om lol trappen ging, moesten mijn zus en ik bij ‘mamma’ zijn. Want mamma was altijd in voor actie, voor gekkigheid, voor een streek. Ze was uitgesproken, geprofileerd, avontuurlijk, onverschrokken, een vrolijkegek. Ze hield van opvallende kleding, danste op keiharde muziek door het huis met ons, nam ons mee de stad in om patat met ‘gore kroketten’ te eten, kocht voor mijn zus en mij ieder een puppy omdat een beetje leven in de brouwerij geen kwaad kon en haalde popcorn met cola voor een meidenavond als pa op zakentrip was. Dan sliepen we samen in het grote bed en ontbeten we met witte boterhammen met dik roomboter en hagelslag.

Toen we vijftien en zestien waren kreeg mamma de diagnose borstkanker. In plaats van in paniek te raken kocht ze gekleurde sjaaltjes om om haar hoofd te knopen voor als ze chemo nodig zou hebben en kaal zou worden. Terwijl mijn zus en ik zaten te huilen op haar bed stond zij voor de spiegel met haar sjaaltjes gekke bekken te trekken en hield ze ons voor dat er niets aan de hand was en dat alles goed zou komen.

Aanvankelijk leek ze gelijk te hebben. Maar na een operatie, drie chemokuren, hormoontherapie en een reeks bestralingen kreeg ze op een dag, twee jaar na de diagnose, te horen dat er zoveel uitzaaiingen waren dat verdere behandelingen niet meer veel uit zouden halen. Toen ze thuiskwam pakte ze ons vast. Met haar armen om ons heen zei ze dat ze helaas toch niet het eeuwige leven had – wat ze eigenlijk maar heel gek vond – en dat we ons erop voor moesten bereiden om het over een poosje zonder haar te stellen.

Na haar overlijden vonden we, behalve een stiekem pakje sigaretten en een aansteker, ook een briefje in haar handtas.

‘Lieverdjes van me alle drie,

Als jullie dit lezen zit ik lekker te roken op een wolkje. Mijn benen bundelend naar beneden naar de aarde gericht waar ik jullie in de gaten kan houden. Ik zie dat jullie verdrietig zijn. Maar weet dat verdriet slijt! Elke dag een beetje meer totdat er op een dag weinig tot niets meer van over is.

Tot die tijd: huilen mag hoor. Want huilen reinigt! Maar daarna moet er altijd, ook al is het maar heel even, worden gelachen. Want lachen heelt!’

Op haar eerste sterfdag werd er aangebeld door een bloemist die een enorme bos vergeet-mij-nietjes kwam bezorgen. Met een kaartje van mamma erbij waarop ze in haar eigen handschrift had geschreven: ‘Vergeet het maar dat jullie ooit de kans zullen krijgen om mij te vergeten!’

Eerst moesten we heel erg huilen. Daarna kregen we de slappe lach om die rare actie van haar. Precies zoals ze het bedoeld had.’

 

Linda’s naam is gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

Er is veel over te vertellen, over moeders en dochters. Daarom hebben we er een reeks van gemaakt waarin elke week andere moeders en/of dochters aan het woord komen. Allemaal met relaties waar we ons aan kunnen spiegelen, in kunnen verdiepen, over kunnen verbazen, van kunnen genieten en van kunnen leren.

Heb jij een moeder/dochter verhaal dat je wilt delen? Dat kan ook anoniem. Als je mailt naar info@franska.nl onder vermelding van ‘moeders en dochters’ nemen wij contact met je op.

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!