Een jaar geleden verloor Maarten zijn dochter Sterre. Maar hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schreef hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.
Maarten van der Starre
Onder de grote, witte parasols van Bistro Petit Chef staan kleine ronde tafeltjes met zwart-wit geblokte stoeltjes. De meeste zijn nog leeg. Sterres vriendin Sara is er al en zit vol in de zon. Nou heeft Sara wat Italiaans bloed, dus die trekt dat wel. Maar mijn vrouw Liesbeth en ik kiezen toch voor een plekje in de schaduw. Sara valt ons in de armen. Zo fijn om haar te zien. De liefde van en voor Sterre blijft ons verbinden.
Sara heeft sinds kort een eigen appartement. Het ligt een paar straten verderop. Licht, met grote ramen, zachte kleuren en uitzicht op een parkje. Alles heeft inmiddels een plek: de grote hoekbank, de ronde eettafel, het kastje met de televisie. Sterre ging met Sara nog op meubeljacht en hielp met schilderen. Ze zag hoe het Sara’s thuis werd. Maar hoe mooi het uiteindelijk is geworden, heeft Sterre niet meer kunnen zien.

Sterre en Sara ontmoeten elkaar door dans. Ze worden gevraagd voor een videoclip van een dan nog onbekende Nederlandse zangeres. Nog steeds onbekend trouwens. ‘Echt vreselijk, je kan het nog vinden op YouTube.’ Sara moet er zelf hard om lachen. Uit die vreselijke videoclip groeit wel iets heel moois. Sterre vindt wat ze al vanaf de lagere school zoekt: een echte hartsvriendin. Samen op de bank bingewatchen met poes Wopper ertussenin of gewoon een stukkie rijden en dan gek genoeg soms ook door de McDrive. Het laatste jaar zien ze elkaar bijna iedere dag. Sara schrijft ons eerder: ‘Met Sterre ging lachen vanzelf en voelde stilte veilig.’ Van Sterre weten we dat die woorden wederkerig zijn.
Als voor Sterres euthanasie steeds meer hobbels wegvallen, bedenken Sara en Sterre een plan. Nog één keer samen op pad. Een lange roadtrip naar Noord-Italië, daar waar een deel van Sara’s roots ligt. Sterre probeert er intens van te genieten, er is daar zoveel waar ze blij van wordt. Leuke marktjes, pasta pesto, de lekkerste burrata en keramiek. Heel veel keramiek. De auto ligt er na twee dagen al vol mee. Ze varen op het Gardameer, gaan paragliden bij het Idromeer en liggen uren in de zon. ‘Dit wordt mijn bruinste zomer ooit,’ zegt Sterre. ‘Ik krijg toch geen huidkanker meer.’
Maar Sterres hoofd is daar niet minder ziek. ‘Natuurlijk merkte ik dat. We hebben samen gehuild,’ vertelt Sara. ‘Het was daar zo mooi. Alles klopte. We hadden alles. Hoefden niets. Luxe hotel, zwembad met uitzicht over het Comomeer en de hoge bergen met witte toppen. Maar het besef dat zelfs dit haar niet kon helpen, daar was Sterre zo bedroefd door. En ik ook.’ Even valt Sara stil. ‘Ik mis haar. Elke dag.’

Op het terras is het wat drukker geworden. Aan een tafeltje verderop zit een moeder met haar dochtertje. Ik schat haar een jaar of drie. Het meisje wipt continu van haar stoel af. Plots loopt ze naar ons tafeltje. ‘Hoe heet jij?’ vraagt ze aan Sara. ‘Ik heet Sara. En jij?’ Inmiddels is haar moeder achter haar aan gekomen. Het meisje vertelt dat ze Coco heet. Dan wijst ze met haar kleine hand naar Liesbeth. ‘Zijn dat je opa en oma?’ We moeten lachen. Haar moeder leg
t uit dat we Sara’s papa en mama zijn. ‘Ook fout,’ zeg ik, ‘we zijn wel papa en mama, maar niet van Sara. Wel van Sara’s beste vriendin Sterre.’
Terwijl ik het zeg, slaat mijn hoofd op tilt. Als ze maar niet vraagt naar Sterre. Hoe vertel ik een kleuter dat mijn dochter niet meer leeft? Dat ik het zo oneerlijk vind dat ze nooit Sara’s appartementje af heeft gezien? Dat Sterres hoofd zo ziek was, dat iemand haar mocht helpen sterven? Ik elke dag de pijn van Sterres mama zie? Het verdriet van Sara voel? Mijn hart elke dag weer breekt? Daar wil ik niet om liegen, dat kan ik niet. Maar gelukkig, de vraag komt niet. Het duurt Coco veel te lang. Ze plukt wat aan haar rok, roept hard: ‘Doei’ en huppelt vrolijk tussen de zwart-wit geblokte stoeltjes het terras af.





