‘Want het ging om mijn bloedeigen kinderen. En die leverde ik uit aan een voor hen vreemde man.’

 

‘Op mijn 28e werd ik weduwe. Ons vijfde kind was net geboren toen mijn man zich doodreed. Over hoe ik me toen voelde en wat er allemaal gebeurde? Ik kan me er eerlijk gezegd niet alles van herinneren want ik was totaal van de wereld. In mijn eentje kon ik het leven en de zorg voor mijn kinderen niet aan. Daarom sprong mijn familie bij. De kinderen werden zo’n beetje verdeeld over verschillende familieleden en zelf trok ik bij mijn moeder in ‘om aan te sterken’ zoals ze toen tegen me zeiden. Bijna een jaar duurde die situatie. Toen begon mijn moeder erop aan te dringen dat ik weer terugging naar mijn huis zodat ook de kinderen weer samen konden zijn, want per slot van rekening hadden die hun vader verloren.

 

Ik deed mijn best om er wat van te maken maar was duidelijk niet opgewassen tegen zoveel verantwoordelijkheid. Daarom bleef mijn familie bijspringen en kreeg ik, zoals dat toen ging in een katholieke gemeenschap, ook geregeld een bezoekje van de priester van onze parochie. Eerst waren onze gesprekken nog best formeel maar gaandeweg werden die steeds persoonlijker. Totdat hij op een dag opbiechtte dat hij zo verliefd op me was dat hij voor mij wel wilde uittreden. Geloof me of niet, aldus geschiedde en een jaar nadien trouwde ik voor de tweede keer en kregen mijn kinderen een nieuwe vader.

 

Want van het woord ‘stiefvader’ wilde hij niet horen. Hij stond erop dat de kinderen hem ‘pappa’ noemden. Net zoals hij erop stond dat ze mij met ‘u’ gingen aanspreken. Alles in huis veranderde. Mijn mores gold niet meer. Alsof ik zelf ook niet meer bestond. Hij tiranniseerde de kinderen, gaf ze huisarrest zonder noemenswaardige reden, hield hun zakgeld in om niks, liet ze niet vaker dan een keer in de week in bad gaan en verbood ze op een gegeven moment zelfs om na het avondeten nog een glas water te drinken omdat het aanrecht tegen die tijd schoongeboend was en ‘absoluut’ niet meer vies mocht worden.

 

Hij overleed twintig jaar geleden, deze priester. Ik was toen 55 jaar. De kinderen waren alle vijf de deur uit. Geen van hen heeft ook maar één leuke jeugdherinnering. Als ik ook maar een beetje ruggengraat, een beetje vechtlust had getoond, hadden ze die wel kunnen hebben. In dat geval hadden ze zich ook beter kunnen ontwikkelen. Mijn jongens hebben hun stiefvader intens gehaat en als ze de kans gekregen hadden om hem iets aan te doen, dan zou ik niet voor ze in hebben durven staan. De meisjes waren bang. En nee, dat is niet omdat hij ooit ook maar één vinger naar ze heeft uitgestoken, want dat heeft hij niet. Hij zweeg ze eerst dood om ze daarna met woorden af te fikken.

 

En ik liet het gebeuren. Deed niets, zei niets, keek heel laf de andere kant op. Dat ik daarvan regelmatig wakker lig, nu ik tegen de tachtig loop… had ik er maar van wakker gelegen toen ik er nog iets aan kon doen. Dan werd ik nu niet geplaagd door demonen.’

 

Antoinettes naam is vanwege privacy gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.