Hij zegt dat hij zich bezondigd heeft aan een andere vrouw

 

‘Ik vond hem gewoon aardig en soms vond ik hem zonderling. Vandaag vond ik hem heel erg zonderling.’

 

Hij is een bekende, iemand die in dezelfde straat als ik woonde, iemand die ik gedag zei, waarmee ik soms een praatje maakte. Ik vond hem gewoon aardig en soms vond ik hem zonderling. Vooral als hij keihard zingend op zijn fiets langs mijn huis kwam racen – hij zong vaak de Bee Gees. Waarom deed hij dat? Soms zei ik gedag en hoorde hij me niet – of deed alsof -, soms zei ik gedag en riep hij ‘sorry, geen tijd, haast’ terwijl ik niet eens van plan was geweest om hem aan te klampen. Soms kwam hij speciaal de straat oversteken voor een praatje. Ook als ik daar niet op uit was en ook als ik degene was met haast.

 

Laatst zag ik hem weer eens. Na lange tijd omdat we niet meer in dezelfde straat wonen. Ik hoorde hem al van verre aankomen, keihard blèrend – ik dacht dat het Prince was dit keer en geen Bee Gees. Ik stak mijn hand op bij wijze van begroeting. Hij trapte op zijn remmen en sprong van zijn fiets. Duidelijk in voor een praatje en zich zoals altijd totaal niet afvragend of ik daar ook voor in was. Koetjes en kalfjes deden we en of er nog nieuws was in mijn oude straatje, wilde ik wel weten.

 

‘Ik heb me bezondigd aan een andere vrouw,’ zei hij.

 

Want dat was blijkbaar het laatste nieuws uit mijn oude straat. Ik voelde me verlegen met zijn bekentenis en struikelde meteen ook over dat woord ‘bezondigd’. ‘Bezondigd?’ zei ik hem na. Hij keek naar de grond. 

 

 

Moest ik hem nou zielig vinden, want zo stond hij er bij. Hij zei niets meer, waardoor ik de stilte ging opvullen met rare vragen over zijn vrouw. Of ze het wist en hoe ze eronder was. Afgevallen was ze, zei hij. En dat stond haar goed. Hijzelf was de deur uit. Zijn pa zit goed in de slappe was, weet ik, en heeft altijd wel ergens een appartementje vrijstaan. Ik dacht aan zijn vrouw en was meteen op haar hand. Hoe moest dat nu verder met die twee en hun twee kindjes?

 

‘Ben je ook verliefd?’ vroeg ik hem. Want je bezondigen aan een andere vrouw kan eenmalig zijn dacht ik, omdat het misschien wat tegenviel, maar verliefd worden gaat dieper en is veel gevaarlijker.

Mijn vraag bracht hem weer bij de les, want hij keek me nu recht aan. Hij liet een stilte vallen, kuchte overdreven hard en zei toen:

 

‘Sorry. Maar daar wil ik het liever niet over hebben.’

 

Wat kregen we nou zeg? Hij begon er toch zeker zelf over? Dat kon wel zijn, zei hij. En opeens had hij haast, riep iets van ‘ik zie je wel weer’, stapte op zijn fiets en racete ervandoor. Een stukje verderop hoorde ik hem alweer zingen – de bekende waarmee ik soms ik een praatje maak, die ik soms gewoon aardig vind en soms zonderling. Vandaag vond ik hem heel erg zonderling.

Door: Brigitte Bormans

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Brigitte Bormans