Het ongeluk van Lotte

 

De dochter van Felicia werd aangereden door een dronken bestuurder. Hun leven staat op zijn kop en na tien jaar is deze nachtmerrie is nog steeds niet over.

 

 

‘Sinds die ene nacht is mijn leven verdeeld in twee stukken: voor en na het ongeluk van Lotte. Ik vergeet nooit meer de paniek en ontreddering toen de politie aanbelde terwijl mijn man en ik in diepe slaap waren. Hoe ze erbij lag op de intensive care toen we haar eindelijk mochten zien. De dokters hebben werkelijk gedaan wat ze konden om haar leven te redden. Maar toen ze na een opname van weken eindelijk uit het ziekenhuis kwam, was ze voorgoed veranderd.

 

Ze was pas negentien, een jonge vrouw die volop in het leven stond, toen ze na een avondje stappen terug naar huis fietste en geschept werd door een bestuurder die veel te veel gedronken had. Een man hier uit het dorp die uiteindelijk in hoger beroep door de rechter veroordeeld is tot een taakstraf van 240 uur. Een lachertje in vergelijking met de levenslange straf die Lotte heeft.

 

Door het ongeluk kan ze niet goed meer lopen en lijkt het alsof ze dronken is. Het hersenletsel dat ze eraan heeft overgehouden maakt dat ze langzamer praat en vaak niet op woorden kan komen. Ze is ook altijd moe. Het kostte haar daarom te veel moeite om nog te leren en moest ze noodgedwongen ook met haar opleiding stoppen. Omdat ze niet zelfstandig kan wonen hebben we de garage aangepast naar een klein appartementje, zodat ze toch haar eigen plekje heeft. We helpen haar alleen als ze erom vraagt, zo kunnen we haar in haar waarde laten. 

 

Ze is dus alles kwijt: haar zelfstandigheid, haar toekomst en ook haar vriendinnen. In het begin kwamen ze nog regelmatig langs in het revalidatiecentrum, maar toen ze eenmaal weer thuis was verwaterde het contact. Die meiden hadden het te druk met hun eigen leventje van studeren, feesten en reizen. Dingen die Lotte niet meer kon doen. Of eigenlijk moet ik zeggen: nooit heeft kunnen doen. Want juist toen ze oud genoeg was om het volle leven in te gaan, werd het van haar afgepakt.

 

Inmiddels ziet ze haar vriendinnen van vroeger helemaal niet meer. Zij hebben nu drukke banen, zijn gaan samenwonen en sommigen hebben zelfs al een baby. Het doet me zo’n verdriet om te weten dat dit allemaal niet voor Lotte is weggelegd. Als ik ze in het dorp tegenkom weten ze niet zo goed wat ze tegen me moeten zeggen. Meestal hebben we dan een oppervlakkig gesprekje en als ze willen weten hoe het met Lotte gaat, dan zeg ik dat ze het aan haar zelf kunnen vragen door haar te bellen. Maar dat doen ze uiteindelijk nooit. Ze hebben het te druk met zichzelf en zijn Lotte zo weer vergeten. Of misschien vinden ze het te lastig, wat moeten ze tegen haar zeggen? Dat hun leven zo geweldig is en dat van Lotte niet?

 

Als ik mijn dochter soms op een afstandje bekijk zie ik een prachtige vrouw, maar anderen zien een patiënt. Iemand die geen grapjes meer kan maken omdat ze te langzaam reageert. Met littekens in haar gezicht en op haar ziel. Want natuurlijk heeft ze dondersgoed in de gaten dat haar leven heel anders zal zijn dan dat van haar leeftijdgenoten. Zal ze ooit een relatie met iemand krijgen die van haar houdt en verder kijkt dan haar handicaps zodat ze zich niet meer zo eenzaam voelt?

 

Van de man die haar heeft aangereden hebben we nooit iets gehoord. Hij heeft geen enkele poging ondernomen om contact met Lotte te zoeken om zijn excuses aan te bieden voor wat hij veroorzaakt heeft. Sinds de rechtszaak weet ik wie hij is en ben ik hem  weleens tegengekomen, maar toen draaide hij zijn hoofd weg. De woede in mij was te groot om op hem af te stappen, want ik was bang dat ik hem wat aan zou doen. Iedere dag opnieuw probeer ik vooruit te kijken, in de hoop dat ik iets positiefs kan ontdekken. Maar wat ik voor me zie is geen toekomst, maar een groot zwart gat. Een nachtmerrie waar maar geen einde aan lijkt te komen…’