Wat een blunder
Zou het bewust zijn gedaan? Zal ik het vragen? Ik dacht dat wel even, maar besloot meteen daarna om het zo te laten.
Niet zo lang geleden zat ik naast iemand in de trein met een tattoo op zijn arm. Een tekst. Een tekst waarmee hij waarschijnlijk wilde imponeren, want het was een Latijnse tekst. Of gewoon een verzameling van wat letters, dat kan ook, maar dat leek me niet waarschijnlijk.
Ik nam voor het gemak aan dat hij bedoeld had “de kunst van het leven” op zijn arm te laten vereeuwigen, maar dan had er moeten staan: “Ars Vivendi”. Er stond echter “Aars Vivendi.” En die tekst neigt meer naar een wat levendige darmuitgang.
Zou het bewust zijn gedaan? Zal ik het vragen? Ik dacht dat wel even, maar besloot meteen daarna om het zo te laten. Óf het was de bedoeling van meneer. En dan is de man er waarschijnlijk nog steeds heel erg blij mee, en zit hij vast niet op mijn commentaar te wachten. Óf het was een schrijffout, en dan heeft hij al heel lang spijt en al honderd keer gehoord dat hij een stommiteit heeft begaan. Bovendien kan het tegenwoordig zo zijn dat iemand het opvat als kritiek, en dan kan ik wel heel hard roepen dat het absoluut geen “Argumentum ad hominem” oftewel “persoonlijke aanval” was, maar je weet toch nooit helemaal zeker of zo iemand het Latijn echt helemaal beheerst.
Ik bleef dus achter met mijn immense nieuwsgierigheid en dubde eenzaam nog wat verder.
Is het ook niet een beetje de verantwoordelijkheid van de tattooshop?, bedacht ik ineens. Je ziet namelijk best wel vaker teksten met schrijffouten op iemands lijf staan. En even zo vaak denk ik dan dat het vak “tattoo-editor” best toekomst heeft.
‘Ik redigeer bilnaden, okselholtes, kuiten en neksleeves.’ Of is het neck sleeves? Even opzoeken voor ik het op mijn kaartje laat drukken, maar het klinkt goed, toch?
Toch vond ik de man ook wel origineel. Dat “carpe diem” en “veni, vidi, vici” dat weten we nu wel. En in dat opzicht ben je met, bijvoorbeeld, “feenie-vidi-fietsie” veel origineler onder je groepsgenoten die ook zo graag authentiek willen lijken en daarom allemaal hetzelfde doen.
En toch …
Dat je cum laude geslaagd bent gelooft men gerust wel als je dat in je curriculum vitae zet, maar als het met schrijffouten op je arm staat, wordt het toch ongeloofwaardiger. Dus ook op je lijf moet je opletten wat je schrijft, vind ik. Ik zou als tattoo-editor hier dus al hebben ingegrepen vóór de plaatsing, of er achteraf “Mea Culpa” met een pijl onder hebben geadviseerd. Daarmee laat je niet alleen zien dat je de Latijnse taal onder de knie (of op je enkel, rug, of naast je navel) hebt, maar ook gevoel voor humor.
Eigenlijk vind ik dat gesmijt met Latijnse woorden sowieso flauwekul. Net als op een potje met rozenwater. Dat is twee keer zo duur als het Aqua Rosa heet, maar het is exact hetzelfde water.
Maar, ja … Qui ridet ultime ridet optime. Oftewel: Wie het laatst lacht, lacht het best. En dat is in dat laatste geval de producent van die flesjes water, en in het geval van de tattoo de tatoeëerder. Maar waar die arme man met zijn tattoo nou aan de beurt komt om iedereen uit te lachen?
Ach … sine banter non est vivere. Zonder humor is er geen leven. En omnia causa fiunt. Toch? Alles gebeurt met een reden.
En in de kunst mag alles, dus als je tatoeages als kunst ziet, dan mag ook daar alles.
Maar als je dan weet dat ik live en life al mijn hele leven niet uit elkaar kan houden, snap je ook dat ik zoiets nooit op mijn lijf zal laten tatoeëren.
Secundum quas fideles. Gewoon, voor de zekerheid.








