“De kerstbomenman vroeg al waar je bleef?” zegt mijn buurvrouw als ik haar vertel dat ik nog steeds geen boom heb gekocht. En dat is raar. Want ik, geboren op 23 december en daarmee waarschijnlijk erfelijk belast, ben het grootste kerstwezen dat er bestaat. Heus, ik zuig de zomer op, maar zodra de klok een uurtje teruggaat, ben ik in de weer met haardhout, kaarsen (liefst in de geur winter cabin) en dennetakken. Maar de laatste twee jaar mis ik mijn wintervreugde.
Toen Flo echt uit huis ging, op 4 november twee jaar geleden, vond ik dat het moest. Doorleven. Ik deed het allemaal, maar voelen, dat lukte niet. Die boom stond er, de lichtjes brandden, maar over mijn hart en hoofd was een grijs dekentje uitgerold. We maakten een uitje tijdens onze eerste Kerst zonder Flo. Flo mocht nog niet naar ons huis, omdat dit te verwarrend zou zijn, dus Tweede Kerstdag togen wij naar Antwerpen. Officiële uitleg: omdat het nu allemaal kon. Feitelijke reden: Om maar met een grote bocht om de realiteit heen te lopen. Vorig jaar trokken we dezelfde kaart. We vierden een dag kerst met Flo en zochten daarna ons geluk in de Britse countryside. Alles was daar zoals het moet zijn in die periode: beslagen ramen, mensen met modderige laarzen, overal een brandend haardvuur en ons hotel had een haag van wel twintig kerstbomen. Het was leuk, echt. Maar we wisten er allemaal ook niet helemaal raad mee.
Dit jaar blijven we thuis. Ik merk dat ik moeite heb om te ontspannen. In niks doen ben ik geen ster. Waarschijnlijk omdat ik zestien jaar lang alert heb moeten zijn. 24 uur per dag, zeven dagen per week. Altijd maar zorgen dat alles geregeld is, zodat je speelruimte hebt als iets toch weer anders loopt. Daarom is er altijd onrust bij mij. Er is altijd wel een auto die getankt moet worden, een ijskast die vraagt om vulling, een was die gestreken wenst te worden. En niets kan ik laten rusten tot morgen. Zelfs straks is voor mij vaak lastig. Meten is weten, zo zeggen ze. Dus dit jaar blijven we eens even thuis. Dat is dus ook de reden dat er nog geen boom is. Ik wilde hem vrijdag halen. Op de terugweg van de supermarkt, onderweg naar Flo. Als we geen file zouden hebben, zouden we weer thuis zijn als de kerstboommeneer hem ’s avonds zou bezorgen. Belle had me aangekeken. “Mam, doe rustig. Dan halen we hem toch volgende week? Dan is hij nog extra mooi tijdens de kerstdagen.” Dus ik haalde hem niet. En gisteren niet, en vandaag niet, en morgen ook niet. Wie weet vrijdag. En dan ga ik er de hele kerstvakantie eens uitgebreid naar kijken. In alle rust. Althans, dat ga ik proberen.








