songfestivalfeest
songfestivalfeest

 

Anna Maria is 48, moeder van een dochter van vijftien en ze woont in de Randstad. Na twintig jaar strandt haar huwelijk. Op deze plek deelt ze wekelijks haar ervaringen. 

 

Mooie man uit de bejaardendisco is razend benieuwd naar mijn nieuwe huis – zegt hij – en heeft zichzelf voor vanavond min of meer uitgenodigd. Na het eten zeg ik tegen mijn dochter dat er straks even ‘een vriend’ langskomt. Ze antwoordt met een gelaten ‘jij ook al?’ en hobbelt dan naar haar kamer. Stiekem dacht ik van tevoren na over de onmogelijkheid om hier herenbezoek te hebben, maar na haar opmerking hoef ik niet meer na te denken. Ik sta als het ware weer met beide voetjes op de grond en van slappe knieën is ook al geen sprake meer.

 

Even denk ik erover hem af te bellen maar aangezien het bij denken blijft hoor ik om half negen het nieuwe riedeltje van mijn voordeurbel. Ik druk op de deuropener en roep naar beneden dat hij boven kan komen als hij de moed heeft om de trap te bestijgen. Hijgend slaat hij kort daarop beide armen om me heen – net wat te stevig naar mijn zin, wat ik niet laat merken. Ik vraag of hij koffie wil of iets anders. Hij antwoordt dat hij mij wil, en dat is wel het laatste als je het mij vraagt. 

 

Ongemakkelijk is het enige juiste woord voor nu en dat is het na een paar glazen nog steeds. En als mijn dochter even om de hoek komt kijken naar wie het is die het ‘jij ook al’ op zijn geweten heeft, wordt het er ook al niet beter op. Ik wil haar voorstellen maar zij wil niet echt en hij evenmin. Ongemakkelijk it is. Ze grist een blikje fris uit de ijskast en een zak chips uit het fraaie keukenkastje en maakt dan met een totaal ongeïnteresseerd handgebaar luchtig langs haar rechteroor de pleiterik. Ik hoor mezelf het woord ‘pubers’ uitspreken. Met een ondertoon die niet klopt en me meteen in de weg zit. En dan zegt hij dat ‘ze helemaal niets van mij heeft’. ‘Een kind van haar vader’, vermoedt hij en ook hier zit een ondertoon in die me meteen in de weg zit – heel erg in de weg zit zelfs.

 

Als hij even later van zijn stoel opstaat, om de tafel heenloopt en mijn handen probeert te pakken is het laatste restje betovering foetsie. Hiphop opgelost en toen was er niets meer. Alsof ik voor het eerst naar hem kijk en nu met geen mogelijkheid meer kan zien wat ik toen, die eerste keer zag. Even later laat ik hem uit. ‘Dat was snel!’ zegt ze als ze het lege blikje en de lege chipszak komt dumpen. ‘Vergissing geloof ik’, zeg ik. Ze is het met me eens want hij had wel hele stomme sneakers aan, vindt ze. 

 

Benieuwd naar hoe het begon? Lees het hier.