De zoon van Alida’s beste vriendin is als een tijdbom onder hun vriendschap

‘Hij is stikverwend en aardslui, maar voor haar is hij haar prins die niets fout kan doen.’

 

 

 

‘Ze is mijn hartsvriendin sinds we een eeuwigheid geleden op school zaten en er is niemand waar ik zo vertrouwd mee ben en met wie ik zoveel heb gedeeld als met haar. We konden altijd alles samen bespreken. Kónden, inderdaad. Want sinds een paar jaar is haar zoon in veel opzichten onbespreekbaar geworden, terwijl daar wat mij betreft juist de schoen wringt. Hij is begin twintig, stikverwend, aardslui en goed in het tegen elkaar uitspelen van zijn ouders. 

 

Zijn middelbareschooltijd was één groot drama van niet willen studeren, alleen maar gamen, slechte cijfers en verkeerde vrienden. In het begin klaagde ze steen en been over hem en hoewel ze hem wel voortdurend dreigde met allerlei sancties, bleef het daarbij en werd er nooit ook maar één maatregel genomen en wist hij precies op welke knoppen hij moest drukken om zijn zin door te drijven. Toen hij echt dreigde te mislukken werd er een peperdure privéschool voor hem gezocht en toen ook dat op een fiasco uitliep was alles plotseling uitsluitend te wijten aan anderen en trof haar prins geen enkele blaam meer.

 

Eerst zou hij ADHD hebben, toen faalangst en later weer dyslexie. Van zijn vrienden deugde volgens mijn vriendin helemaal niets want die waren er de schuld van dat hij geen zak presteerde en docenten waren ook al nergens goed voor. Na drie jaar privéonderwijs ter waarde van zowat een ton(!) haalde hij eindelijk zijn HAVO en dan nog met de hakken over de sloot. Daarna ging hij studeren maar stopte binnen een paar maanden omdat hij meer tijd nodig had om te beslissen wat hij voor de rest van zijn leven wilde doen. Dus werd er met veel bombarie een jaar Australië geregeld en gefinancierd zodat hij op zijn gemak kon nadenken. Na drie maanden was hij natuurlijk alweer thuis. Hij zou de ziekte van Pfeiffer hebben, maar iedereen wist wel beter.

 

Inmiddels is hij nog eens twee studies verder en hebben mijn vriendin en haar man een etage voor hem gekocht omdat ze thuis gek van hem werden. Hij is drieëntwintig en heeft nog nooit iets gepresteerd behalve nietsdoen, smoezen verzinnen en zijn ouders tegen elkaar uitspelen. 

 

Toen hij het op de eerste privéschool had verprutst kon ik nog wel tegen mijn vriendin zeggen dat ze hem echt eens moest gaan aanpakken. Maar stilaan werd het onderwerp ‘zoon’ steeds minder bespreekbaar en inmiddels kan ik maar beter nergens meer tegenin gaan terwijl zij me wel blijft vervelen met verhalen over haar prins die niets fout kan doen omdat alles wat er misgaat in zijn leven sowieso de fout van iets of iemand anders is. 

 

Ik kan het niet meer opbrengen om naar haar verhalen te luisteren en als ik er wat van zeg is het ruzie. We zijn hard onderweg om elkaar vanwege haar ‘prins’ kwijt te raken. Dat doet me verdriet, maar zo verder aanmodderen is ook geen optie want van onbevangenheid en onvoorwaardelijkheid tussen ons is geen sprake meer.’