Bijna een jaar geleden verloor Maarten zijn dochter Sterre. Hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schrijft hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.
Maarten van der Starre
De zon schijnt anders vandaag. Warmer. Wonderlijker. Het is maandagochtend en ik loop over de gang van het Sint-Hippolytusziekenhuis in Delft. Achter een verpleegkundige die een couveuse op wieltjes voortduwt. Mijn vrouw Liesbeth ligt nog op de OK. We lopen de babykamer binnen. ‘Ga daar maar zitten.’ De verpleegkundige wijst naar een stoel in de hoek. Nog geen minuut later ligt het allermooiste meisje ooit in mijn veilige armen. ‘Hebben jullie al een naam voor deze kleine dame?’ ‘Sterre,’ zeg ik. ‘Sterre Danique.’ Ik kus haar zacht op haar hoofdje. Heel voorzichtig. Ze is nog zo kwetsbaar.
Onze drie kinderen zijn via een keizersnede geboren. Voor Liesbeth niet fijn. Niet omdat ze een soort heilig gevoel heeft dat ze het zelf moet doen. Maar omdat het echt een zware buikoperatie is met risico’s en complicaties. Herstel vraagt tijd, geduld en heel veel liefde. Liesbeth slaat zich er drie keer meer dan dapper doorheen. Ik ben zo ongelooflijk trots op haar. Terwijl die keizersnede alles vraagt van Liesbeth, krijg ik als vader een uniek voorrecht. Het moment waarop een verpleegkundige zegt: ‘Ga maar zitten’. Dat ik het eerste uur van het leven van onze kinderen helemaal alleen met hen mag beleven. Ons prachtige kind in mijn armen. Bevoorrecht.
Sterre is zo mooi. Nog zo klein. Haar oortjes. Haar wipneusje. Donkere haartjes die onder haar mutsje vandaan piepen. Ze lijkt op haar moeder. Haar vingertjes grijpen om mijn wijsvinger. Ik streel haar gezicht. Ze ruikt zo lekker. Geliefd. Als de liefde. Haar oogjes glimmen. Maar het licht is fel en ze sluit ze vanzelf weer. Ik fluister haar lieve woordjes toe. Vertel hoe dapper haar moeder is. Hoe lief haar broer. En ik beloof haar iets. Ik beloof haar dat ik voor altijd van haar hou. Dat ik er altijd voor haar zal zijn. Haar zal behoeden voor de boze wereld. Beschermen. Dat haar niets zal overkomen.

Het knaagt steeds meer aan me. Mijn beloftes. Ik heb ze niet kunnen waarmaken. Waarom heb ik haar niet kunnen beschermen? Ik ben toch haar vader. Dat is toch mijn taak. Waarom heb ik haar niet kunnen behoeden voor dat ondraaglijk leed? Haar pijn. Wanhoop. Verdriet. Voor al dat donker in haar korte leven. Waarom? Het doet me pijn. Intens veel pijn. Een strijd tussen hart en verstand. Ik volg mijn hart. Op advies van Sterre. Als je twijfelt, volg dan altijd je hart. Liefde is de grootste kracht. Volg de liefde. Dat doe ik.
Woensdagochtend. Zo’n zelfde zonnige ochtend als bijna 25 jaar eerder. Ik loop thuis de trap op. Sterre zit op bed in haar oude kamer. Ze is voor haar laatste week weer thuis komen wonen. Morgen is het zover. ‘Heb je even?’ Ze knikt. Een tijdje zitten we gewoon te zitten. Samen. Vader en dochter. Sterre laat me alvast haar afscheidspost voor Instagram lezen. ‘Wees lief voor elkaar, oordeel niet te snel en check eens vaker in bij een ander. Maak de wereld een stukje mooier.’ Sterre pakt mijn hand. Troostend. Haar mooie, ranke hand in die van mij. We hebben dezelfde vingers. Onze ogen vinden elkaar. ‘Ben ik een goede vader geweest?’ vraag ik. Even blijft Sterre stil. Alsof de vraag te groot is om te kunnen beantwoorden. Zacht legt ze haar hoofd tegen mijn borst.’Ik zou geen andere vader gewild hebben.’ Ik kus haar op haar hoofd. Voorzichtig. Want ze is zo kwetsbaar.





