‘Als jong meisje wilde mijn moeder dolgraag het klooster in’

 

‘En dat is precies wat ze had moeten doen.’ 

 

 

 

‘Als jong meisje wilde mijn moeder niets liever dan het klooster in om haar leven aan God te wijden, en als mijn vader haar niet het hof had gemaakt had ze dat ook zeker gedaan. Na hun huwelijk zou het bijna zes jaar duren voordat ik verwekt was – ik ben overigens enig kind gebleven – en als de kapelaan in die tijd niet al een paar keer aan de deur was geweest om langs zijn neus weg te vragen of er al kinderen op komst waren, dan zou het zo maar kunnen dat ik er ook niet was geweest. Ondanks mijn vader is mijn moeder tot aan haar dood meer in de Heer geweest dan dat ze mijn vader liefhad en hoe hij dat heeft kunnen volhouden – of waarom hij überhaupt met haar trouwde – zal ik nooit begrijpen.

 

In de tijd dat er nog elke ochtend om half acht een mis was, sloeg mijn moeder geen dag over. Ons huis was zo spartaans ingericht dat er alleen een tl-balk aan het plafond hing en er hooguit een waxinelichtje bij het kruisbeeld werd gebrand op zon- en feestdagen.

 

Voordat ik eindelijk een hap van mijn eten mocht nemen, had ik de Heer al zo lang moeten danken dat de honger me zowat was vergaan. Het enige sieraad dat ik mocht dragen was een kruisje aan een kettinkje. Leuke kleren waren overbodige luxe en ook al krabde ik mijn benen tot bloedens toe open, iets anders dan een wollen maillot mocht ik in de winter niet dragen. Toen ik, op mijn elfde notabene, voor het eerst ongesteld werd had ik geen idee wat me overkwam en toen ik ermee naar mijn moeder ging, gaf ze me alleen een maandverband waarna het nog wel zou even duren voordat ik de link had gelegd tussen menstrueren en zwanger kunnen worden.

 

Aan knuffels en kusjes deed mijn moeder vanzelfsprekend niet. Haar manier van genegenheid tonen was om met haar rechter duim een denkbeeldig kruisje op mijn voorhoofd te tekenen en te zeggen dat God met mij was. Dat ik nooit iets anders heb gewild dan dat mijn moeder met me was in plaats van God, is nooit tot haar doorgedrongen. Voor haar was God een manier om geen enkele verantwoordelijkheid voor haar eigen leven te hoeven dragen en problemen buiten zichzelf te houden. Haar geloof rechtvaardigde het om niet zelf te hoeven voelen, geen echtgenote en geen moeder te hoeven zijn en elke emotie te mogen ontkennen. Hoewel ik altijd schone kleren had en er altijd eten was heeft ze me wel degelijk verwaarloosd. Pas op haar sterfbed durfde ik haar te vragen welke God zo koud kan zijn om dat goed te keuren. Ze lag met haar rozenkrans tussen haar vingers geklemd toen ik dat vroeg en zo zou ze ook overlijden.

 

Antwoorden heb ik later in mijn leven zelf moeten vinden en met het gebrek aan liefde, genegenheid en veiligheid heb ik moeten leren leven – voor zover dat mogelijk is.’
Er is veel over te vertellen, over moeders en dochters. Daarom hebben we er een reeks van gemaakt waarin elke week andere moeders en/of dochters aan het woord komen.

 

Allemaal met relaties waar we ons aan kunnen spiegelen, in kunnen verdiepen, over kunnen verbazen, van kunnen genieten en van kunnen leren.

 

Heb jij een moeder-dochterverhaal dat je wilt delen? Dat kan ook anoniem. Als je mailt naar info@franska.nl onder vermelding van ‘moeders en dochters’ nemen wij contact met je op.