‘Toen ik thuiskwam trof ik een leeg huis. Alles, tot en met de vloerbedekking, had ze eruit gesloopt.’

 

 

‘Dat mijn moeder aan de heroïne was, wist ik al jaren. Ik heb haar een keer onder de brug gesignaleerd. Letterlijk. Dat te zien was afgrijselijk. Maar toch ben ik toen doorgefietst. Want ik wist dat ze niet te helpen was, niet geholpen wilde worden ook, want het enige dat ze wilde was dat spul. Voor een volgend shot deed ze alles – en dan bedoel ik dus alles. Voordat ik haar onder die brug zag, zat ze in de prostitutie maar daarvoor was ze nu te verlopen en te oud.

 

Eerst kwam ze nog wel bij me aan de deur. Altijd om geld. Jaren geleden gaf ik haar nog wel eens wat ik missen kon. Ze blijft namelijk wel mijn moeder en ik heb haar ook ooit anders gekend. Toen ik klein was en zij nog niet verslaafd, was het echt een hartstikke leuke moeder.

 

Vorig jaar werd er aangebeld. Nietsvermoedend deed ik open en jawel hoor, daar stond ze. Rillend en zwetend en half jankend van ellende. ‘Help me Alice,’ zei ze, ‘help me. Ik wil van die rotzooi af. Ik moet van die troep af.’ Het kind in mij wilde haar geloven en omarmen, maar de volwassen Alice wist wel beter. Die was wat haar verslaafde moeder betreft zo door de wol geverfd dat ze wist dat dit wel weer een truckje zou zijn. Het was het kind dat won en dat kind zag zijn moeder op de stoep staan – althans wat daarvan over was.

 

Dus liet ik haar binnen, zette haar onder de douche, gaf haar schone kleren, probeerde haar wat te laten eten en stopte haar toen in bed. De volgende dag meldde ik me ziek, want haar alleen thuis laten was geen optie. De hele dag zat ik aan haar bed, sprak haar moed in, troostte haar en stond haar bij. Ze hield stand. Ook op dag twee toen ik haar zowaar een paar uur alleen had durven laten om wat boodschappen te kunnen doen. Ze bleef zo overtuigd zeggen dat het nu echt gedaan was met die troep, dat ik er fiducie in kreeg.

 

Na drie dagen durfde ik het aan. Ik ging weer aan het werk. Als er iets was kon ze me bellen en ik zou bijtijds thuiskomen om voor het eten te zorgen. Ze knuffelde me toen ik de deur uit ging – voor het eerst in jaren kreeg ik van mijn moeder een knuffel. Wat ik op dat moment niet wist was dat dit de laatste zou zijn. Toen ik die middag rond half zes thuiskwam trof ik een leeg appartement aan. Alles, tot en met de vloerbedekking en de gordijnen aan toe, was eruit gesloopt. Ik had helemaal niets meer over en kon ook nergens verhaal halen omdat ik haar zelf in huis had gehaald.

 

Dat was het verhaal van mijn aan heroïne verslaafde moeder die mij uiteindelijk vooral leerde dat een junk absoluut nooit te vertrouwen is.’

 

 

Alice’s naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.