Als je kindje (veel) te vroeg geboren wordt…

Op 17 november is het Werelddag van de Vroeggeboorte. Margreets kindje werd veel te vroeg geboren en ze praat iedereen die iemand kent in zo’n zelfde situatie even bij. Omdat de ouders daar zelf helemaal geen tijd voor hebben!

 

 

Sinds 2011 is het jaarlijks op 17 november World Prematurity Day. In het Nederlands vertaald met Werelddag van de Vroeggeboorte, of, voor de wat meer ingewijden, Wereldprematurendag. Voor 29 juli 2005 had ik nog nooit van het woord ‘prematuur’ gehoord. Daarna werd ik er vaker mee geconfronteerd dan me lief was. Mijn zoon ‘besloot’ die dag dat het na 28 weken baarmoeder tijd werd om – zogezegd – het ruime sop te kiezen, zich niet bewust van de complicaties.

 

Als nieuwbakken veel-te-vroeg-ouders hadden manlief en ik eerlijk gezegd ook geen idee van die complicaties. Minstens twaalf weken eerder dan gedacht werden we papa en mama, en we hadden werkelijk geen notie van wat ons te wachten stond. Zoals dat met iedereen is, die onverwacht in een medische molen terechtkomt, lieten we ons meevoeren op de golven van dat moment, dobberend tussen hoop en vrees. Achteraf bezien was het de meest intense tijd van ons leven, waarvan vele momenten in m’n geheugen staan gebrand.

 

Het klinkt wat raar, maar wat mij in die maanden enorm veel steun gaf, was het overlijden van Hendrikje van Andel. Ze overleed een maand na de geboorte van mijn zoon, op 30 augustus 2005, op 115-jarige leeftijd en was daarmee de oudste levende mens op aarde geweest. Waarom mij dat steun gaf is, dat zij net als mijn zoon als zevenmaandenkindje ter wereld kwam – maar dan op 29 juni in 1890!!! -, én dat ze destijds exact zoveel woog als mijn zoontje bij zijn geboorte: 1510 gram. Als iemand het in een tijd zonder moderne medische voorzieningen tot de oudste mens op aarde kon schoppen, dan moest mijn zoontje dat toch kunnen redden mét alle moderne middelen?! Vandaar ook even een hart onder de riem aan alle (groot)ouders en andere verwanten die nú te maken hebben met zo’n klein, teer kindje vol met slangetjes in een couveuse: inmiddels is m’n zorgenkindje van toen een gezonde, sociale en leuke jongen van dertien jaar die op het gymnasium zit, piano speelt en waterpoloot. Een valse start betekent lang niet altijd ‘een moeilijke wedstrijd’.

 

‘Een normale baby ziet er dan dus ook uit als een reus!’

 

Ik hoef dus niet de zielenpoot uit te hangen – want man, wat voel ik me gezegend. Maar op deze ene dag in het jaar wil ik voor alle mensen die misschien aan de zijlijn staan toe te kijken en geen weet hebben van ‘hoe het eigenlijk is’ én voor al die mensen die veel te goed weten ‘hoe het is’ maar niet de tijd en energie hebben of hadden om het uit te leggen, vertellen wat er zoal op je pad komt als je kindje prematuur is, in de hoop dat iemand er iets aan heeft.

  • Voordat je je ienieminie-kindje in z’n ultra-cleane verblijf kunt bezoeken, moet je eerst je handen uitgebreid desinfecteren, zodat ze niet meer ruiken naar jou, maar naar iets chemisch.
  • Een regulier babymaatje begint bij maat 44. Dat is vele malen groter dan wat een prematuur kindje past. Dus zelfs wanneer je in de babywinkel denkt: dit is zó klein, dat zal wel passen, zal het nog wéken duren voordat die kleine het draagt. Kijk liever even op www.kleinelucas.nl voor passende rompers en mutsjes.
  • Een knuffelbeer in de couveuse mag, alleen als ie op 90 graden is gewassen…
  • Áls er al iets van melk uit moeders borsten komt, is de baby de komende weken te zwak om eruit te drinken en ben je dus als verse moeder tussen de ziekenhuisbezoeken aan het kolven. (Lieve mama’s, als dat niet lukt, laat het dan alsjeblieft los en concentreer je op je kindje en jezelf, op het krachtvoer uit een pakje groeit het ook!)
  • Voeden gebeurt via een sonde, die door een héél klein neusgaatje naar de maag loopt.
  • Naast dát slangetje is de baby met allerlei draden en plakkertjes op z’n minilijfje aangesloten op apparaten die de hartslag, ademhaling en hoeveelheid zuurstof in het bloed meten.
  • Die apparaten kunnen gemeen hard piepen als er even iets niet goed werkt, waardoor er verpleegkundigen komen aangerend en je als ouders in de paniekstand schiet.
  • Het kán voorkomen dat die alarmen afgaan net als je kindje heel relaxed bij je op de buik ligt te ‘buidelen’, waardoor je doodsbenauwd wordt dat ie doodgaat.
  • De kans is sowieso groot dat je die eerste tijd bang bent dat je kindje het niet gaat halen, wat je een vreselijk machteloos gevoel geeft.

 

 

  • Het kan zo maar zes dagen of langer duren voordat je voor het eerst je kindje kunt vasthouden en in de ogen kunt kijken. Daarvóór raak je het af en toe heel zachtjes aan.
  • Álle eerste keren worden uitgesteld, dus de eerste keer in badje, de eerste keer luier verschonen, de eerste keer voeden kunnen weken op zich laten wachten.
  • Een prematuur kindje is echt heel klein! Soms wel 8x zo klein als een ‘normaal’ geboren baby. Zo’n normale baby ziet er dan dus ook uit als een reus!
  • De baby wordt heel vaak onderzocht, om te kijken of alles oké is. Dat betekent heel vaak een prikje in een heel klein voetje, en daar word je als ouder bij vlagen heel boos van.
  • Als het meezit, schrijft er iedere dag een lieve verpleegkundige in het schriftje hoe het met de kleine gaat. Die lieverds zijn sowieso in die eerste tijd de mensen op wie je vol vaart en aan wie je alle goede zorgen toevertrouwt, meer dan welke huis-tuin-en-keuken-deskundige van daarbuiten dan ook.
  • Vrienden, kennissen en anderen die met hun pasgeboren, jonger-dan-een-jaar-kroost langskomen, voelen trots voor hun kinderen en hebben niet door hoe kwetsend dat voor jou als onzekere blijf-ik-wel-ouder-ouder voelt.
  • De eerste drie jaren weet je niet welke leeftijd je moet aanhouden: de geboortedatum of de uitgerekende datum.
  • Het aller-aller-aller-belangrijkste, intiemste en ontroerendste momentje in het hele proces is telkens weer als je mag buidelen met die ukkepuk. Ligt die kleine op je blote bovenlijf lekker warm te zijn.

 

En als het kindje eenmaal thuis is:

  • Dan is het heel spannend dat er ineens géén monitoren meer zijn die zeggen hoe het met je kindje gaat.
  • Dan wil je liever niet dat iedereen meteen jouw kindje vasthoudt, omdat je er nog aan moet wennen dat het niet meer zo kwetsbaar is.
  • Dan is een bezoek aan het ‘consternatiebureau’ een hel omdat jouw kindje in geen enkele ‘gemiddelde curve’ past en iedereen lijkt te zijn vergeten dat het zoveel te vroeg kwam en dus achterloopt.
  • Dan heb je geen ‘vergelijkingsmateriaal’ op de crèche/babymassage, omdat daar alle kindjes op de uitgerekende datum zijn geboren.
    Dan ben je vreselijk kwetsbaar voor alles wat er over je kindje wordt gezegd.
  • Dan barst je in huilen uit op het moment dat je kindje éindelijk eens ergens ‘gemiddeld’ – en dus niet-afwijkend – wordt beoordeeld.
  • En dan duurt het tot zo ongeveer drie à vier jaar totdat je eindelijk het gevoel hebt dat je je kind met leeftijdgenootjes kunt vergelijken.

 

Misschien maakt lang niet iedere ouder van een prematuur kindje mee wat hierboven beschreven staat. Misschien hebben anderen weer heel andere ervaringen. Misschien zijn er ook ouders die, net als wij, ondanks die heftige tijd, heel veel samen uit eten gingen of gaan, omdat ‘het nu nog kan’ en omdat je partner de enige is die hetzelfde doormaakt als jij. Hoe of wat dan ook, het is fijn dat er een dag per jaar is waarop je weet dat je niet de enige bent…

Door: Margreet Botter

Margreet Botter woont met man en zoon in het midden van Nederland. Ze is al een leven lang bezig zichzelf en de wereld een beetje beter te begrijpen en deelt de lessen die ze opdoet graag met anderen. Al was het, zo zegt ze zelf, alleen om soms te toetsen of ze niet helemaal gek is…

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Margreet Botter