Vetzak!

Er is een woord voor het uitschelden van dikke mensen. Er is ook een woord voor de angst of afkeer die sommige mensen voelen bij het zien van een dik persoon.

 

Het loopt de spuigaten uit met dat aan massahysterie grenzende gevecht om de slanke lijn. Het is zo erg geworden dat dik zijn synoniem is geworden voor lelijk, lui, dom en onbeschaafd.

 

Laatst was ik er getuige van hoe onvoorstelbaar laatdunkend een paar meisjes (jaar of tien schat ik) zich uitlieten over een leeftijdgenootje dat voorbijkwam. ‘Wat is die lelijk zeg!’ Lelijk omdat dat meisje niet dun was maar een beetje gezet.

 

Er is een woord voor het uitschelden van dikke mensen: fatshaming. Er is ook een woord voor de angst of afkeer van mensen die het zien van een dik persoon niet zouden verdragen: fatphobia.

 

Dus je bent dik, je loopt over straat en voorbijgangers trekken hun neus voor je op of bombarderen je met scheldwoorden. Zou de fatshamer daar zelf nou blij van worden? Je bent dik en je gaat solliciteren. Van tevoren weet je al dat je minder kans maakt om aangenomen te worden dan iemand die dun is. En mocht jij het toch worden, dan moet je er rekening mee houden dat je zo maar eens minder zal gaan verdienen dan wanneer je dun geweest was. Of ik dit verzin? Helaas. Nee. Je bent dik en zit met een bordje eten voor je neus op het terras omdat je net als alle andere mensen moet eten van tijd tot tijd. Nee toch? Jij ook? Elk pondje gaat door het mondje hoor. Iedereen mag in het openbaar eten, behalve wie dik is.

 

Volgens de nieuwe normen is een mens eerst zijn BMI (Body Mass Index) en pas daarna een persoon. En of het ooit goed is, durf ik te betwijfelen. Is iemand fors afgevallen, dan zijn er nog steeds van die galbakken die vinden dat hij of zij nog best wel een ‘buikje’ heeft. Of azijnpissers die vinden dat hij of zij er ‘in het gezicht’ niet mooier op is geworden met al die kilo’s eraf.

 

 

Even ter relativering tot slot. In landen waar eten schaars is zijn dikke bovenarmen een symbool voor rijkdom. In landen waar het eten niet op kan heeft iemand met flinke dijen meteen ook geen ruggengraat, omdat hij of zij de verleidingen van de overvloed niet zou kunnen weerstaan. Wat overigens lang niet altijd opgaat. Aan echt overgewicht liggen vaak meerdere factoren ten grondslag. Erfelijke aanleg bijvoorbeeld. Het is geen fabel dat de één met een zak friet in bed kan gaan liggen zonder een gram aan te komen, terwijl de kilo’s er bij een ander aanvliegen. En hetzelfde geldt voor afvallen.

 

Zo zie je!

 

Door: Brigitte Bormans

 

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.