Zelfs de school wil het pesten niet stoppen

De zoon van Sonja heeft het lastig op de middelbare school. Dat ligt niet aan de vakken die hij moet leren…

 

 

‘Het is al laat als ik naar mijn auto loop. Ik heb net een oudergesprek met de mentor van mijn zoon gehad en ik tril gewoon van woede. Pas als ik in mijn auto zit durf ik mijn tranen de vrije loop te laten. Want het gesprek met de mentor verliep helemaal niet zoals ik had gehoopt.

 

Vorige week kwam Bram thuis met een rode wang. Het zag er vurig uit en toen ik vroeg wat er was gebeurd mompelde hij dat hij met gym tegen een kast was gelopen. Het was gewoon een dom ongelukje. Ik besteedde er verder geen aandacht aan, maar toen hij een paar dagen later bij me in de auto zat viel het me op dat de plek er toch wel erg bont en blauw uitzag. Ik keek strak voor me uit naar het verkeer en zei: ‘Je bent niet gevallen hè, Bram? Iemand heeft je geslagen.’ Ook Bram bleef strak voor zich uit kijken en pas na een tijdje zei hij zuchtend dat ik er toch niks aan kon veranderen.

 

Op school is Bram een buitenbeentje, een gewillig doelwit voor pesters die een zachtaardige jongen zoals mijn zoon als prooi zien. Bram houdt niet van gamen, hij leest liever een boek. En Bram zit niet op voetbal of hockey, hij houdt van schaken. Daar wordt hij rustig van, maar de buitenwereld vindt dat maar vreemd. Op de lagere school ging het best goed en speelde hij vaak met een vriendinnetje uit de buurt, maar sinds hij op de middelbare school zit heb ik soms het idee dat hij aan de wolven is overgeleverd.

 

In zijn klas zit Ruben, een jongen die het altijd op hem heeft gemunt. Helaas is het zo dat ze van de brugklas tot en met de tweede in dezelfde groep zitten, dus ook dit jaar heeft Bram met hem te maken. Al talloze keren heb ik met de mentor gebeld en gemaild als Bram weer eens door Ruben was belaagd, maar soms krijg ik het idee dat school helemaal geen zin heeft om iets aan deze situatie te doen.

 

De moeder van die jongen is lid van het schoolbestuur en toen ik haar laatst via de telefoon aansprak op het gedrag van haar zoon reageerde ze als door een wesp gestoken en zei ze dat ze zich totaal niet herkende in het beeld dat ik van haar zoon gaf. Daarmee was voor haar de kous af. Wat kon ik doen, het was mijn woord tegen het hare en wie zou geloven dat het zoontje van een lid van het schoolbestuur een klasgenoot zou mishandelen? Er waren toch geen getuigen want Ruben zorgde er wel voor dat hij ongezien zijn gang kon gaan toen hij Bram zomaar uit het niets keihard in zijn gezicht sloeg.

 

Ik zie soms de paniek in de ogen van Bram als hij naar school moet en ik weet dat er dan weer iets aan de hand is. Maar erover praten wil hij allang niet meer omdat hij het gevoel heeft dat er toch niks aan te doen is. Toen de scholen dicht moesten had hij even rust, maar zodra hij weer in de klas zat begon het getreiter weer.

 

De blauwe plek op zijn wang was voor mij de druppel en ik heb meteen een gesprek met de mentor geëist. Maar in plaats van begrip kreeg ik van hem te horen dat Bram maar een beetje sterker in zijn schoenen moest leren staan. Hij zei zelfs dat hij Bram soms ook maar een raar joch vond. Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken en kon hem alleen maar sprakeloos aankijken. Mijn zoon, een raar joch? Uiteindelijk ben ik maar opgestaan en weggelopen.

 

Wanneer is het genoeg? Het jaar is pas op de helft dus heeft het geen zin om nu naar een andere school te gaan zoeken. Terwijl ik door de donkere straten rijd voel ik de tranen over mijn wangen glijden. Ik ben woedend en verdrietig tegelijk en voel de onmacht groeien. Want wat kan ik nu nog doen om mijn kind te beschermen, als zelfs de school zich tegen hem keert?’