Vandaag zijn we allemaal een treetje doorgeschoven

 

Als May in zichzelf de dag doorneemt, merkt ze iets bijzonders

 

 

Ik heb de tafel gedekt. Tien man. Past net. Twee en twee werd vier en vier werd uiteindelijk tien. Ik ga zitten. Heel even. Vandaag is de bel zeventien keer gegaan. Minstens. Mijn lief. Mijn meisjes. Vriendinnen van mijn meisjes. Buurmeisjes die om een klusje vragen. Voor een centje. Wij noemden dat heitje voor een karweitje. Zij klusjes voor een centje. Ik vond heitje toen al een raar woord. Als ze de bakstenen en de dakpannen uit de voortuin in een Albert-krat hebben gestopt (en ik concludeer dat het niet te tillen is en het karweitje dus volledig zonder nut blijkt), wapperen ze de achtertuin aan, snuffelen ze door mijn cosmetica-collectie (“Is Chanel jouw werk?”) en moeten ze echt naar huis. Ik geef ze twee euro de man. En wat vijf cent-munten die ik stuivers noem. Dat vinden zij gek.

 

Middelste meisje is naar de stad. Ik had nog een VVV-bon als dank voor een jaar klaar-over’en (een keer per maand, hoor, overschat mij vooral niet) en die mag zij nu met haar vriendinnen ‘stukslaan’. Mijn geliefde belt vanuit de verhuisbus. Hij komt zo met mijn zwager het tweepersoonsbed halen voor het nieuwe onderkomen van opa. Het bed. Ik weet nog dat het kwam, in die prachtige kamer van mijn ouders. Toen ik op kamers ging, kreeg ik het en het verhuisde mee en mee. Er zijn verschillende mannen in beland, maar uiteindelijk de leukste. Er kwamen baby’s bij en heel af en toe de hond. Dat bed krijgt een nieuwe baas: mijn schoonvader.

 

Ik bezie mijn dag. Mijn lief die zijn vader naar een nieuwe plek brengt. Hopelijk een prachtig nieuw hoofdstuk van zijn leven. Toen we even het licht niet meer zagen, was daar ineens het huis waar we naar verlangden. Met zorg en inhoud en warmte. En er was plek. Gisteren heb ik mijn schoonvader er snel een kus gegeven.

 

 

May-Britt Mobach op bank

 

 “Heeee, wat een verrassing, jij hier!” Ik geloof dat ik trots zag. Naar zijn tafelgenoten trots op mij, naar mij trots op zijn nieuwe locatie.

 

Ik hoor een klopje op het raam. Mijn meisje komt terug uit de stad. Zowaar iets eerder dan afgesproken, want haar vriendinnen moesten met hun ouders naar een borrel. Ze toont me haar trofeeën en zegt dat ze nog zeven euro dertig over heeft. Ze buigt haar zongebruinde neusje naar me toe en zegt: “Het klinkt heel gek, maar ik voel vandaag ineens echt dat ik groot aan het worden ben.”
 

Ik kus haar op dat neusje, want dat mag nog, en zeg dat ik het zie. Ze wordt groot. Vandaag zijn we allemaal ineens een treetje doorgeschoven.

Door: May-Britt Mobach

Fotografie: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter

Afbeelding van May-Britt Mobach