Ineke (68) is ongewenst kinderloos: ‘ik had gehoopt dat het verdriet zou slijten’

 

‘Het leven is niet maakbaar, hoe graag ik het ook had gewild’
 

‘Ik kom uit een groot gezin. We waren met z’n negenen thuis. Zes zussen (ik ben nummer vier) en drie broers. Mijn moeders zussen hadden ook allemaal kinderen, op eentje na. Mijn tante had ze wel graag gewild, maar ze had ze niet. Ze was kinderloos. Ongewenst, voor zover dat vroeger uitgesproken werd. Mijn tante kwam altijd veel bij ons thuis; ze hielp mee met de kleintjes en kookte vaak samen met mijn moeder. We vonden haar eigenlijk een beetje gek. Waarom heb jij geen man? Vroegen we. En geen kinderen? ‘Ik vind jullie veel leuker’, antwoordde ze dan altijd. Toch merkte en voelde ik toen al dat daar een groot verdriet achter schuilging. Een verdriet dat ik destijds nooit echt begreep, totdat ik zelf dertig werd en mensen aan mij begonnen te vragen waarom ik (nog) geen kinderen had.
 

Mijn zussen hadden voor hun dertigste al drie kinderen. Ja, dat was in die tijd heel normaal, om jong moeder te worden. Mijn man Gerrit en ik waren ook al tien jaar samen en onze kinderwens was enorm. Ik kon uren dromen over kinderwagens, baby’s en bolle buiken. Ik werd groen van jaloezie als ik weer iemand met een kinderwagen zag lopen over straat of wanneer een van mijn zussen of vriendinnen aankondigden (weer) zwanger te zijn. Met een glimlach op mijn gezicht deed ik altijd alsof ik ontzettend blij voor ze was. Maar van binnen brak mijn hart elke keer een beetje meer. Als ik weer thuis was ging ik het liefst onder de dekens heel hard liggen huilen. Ja, dat heb ik vaak gedaan.

 

Gerrit en ik waren namelijk ook al jaren bezig om zwanger te worden. Dat lukte maar niet. Tegenwoordig is er heel veel mogelijk: ivf, icsi, eiceldonatie en weet ik wat al nog meer. In mijn tijd had je simpelweg pech. Er waren geen wonderdokters die je aan een baby konden helpen. In het begin heb je nog hoop. Dan is elke menstruatie een teleurstelling maar ga je toch vol goede moed weer verder. Ach, het zal volgende maand misschien wel raak zijn. Een half jaar verstrijkt, een jaar en voor je het weet ben je acht jaar verder en nog steeds niet zwanger. Bij elke menstruatie werd ik weer met mijn neus op de feiten gedrukt dat de kans op een baby steeds kleiner werd. Ik werd immers steeds ouder. En ik leerde: het verdriet om een kind dat er nooit is gekomen is één van de ergste dingen die je kan overkomen. Opeens begreep ik mijn tante. Soms, als ik erdoorheen zat en mezelf in de spiegel aankeek, zag ik opeens mijn tante staan. In mijn en haar ogen zag ik verdriet, hunkering en wanhoop.
 

In mijn familie en vriendenkring werd er nooit met zoveel woorden over gesproken. Misschien ook omdat ze dachten dat als ze er maar niet naar vroegen of het met mij over mijn ongewenste kinderloosheid zouden hebben, het verdriet er ook niet zou zijn. Maar dat is niet waar. Dit verdriet is er altijd. Het komt in vlagen, maar je draagt het je leven lang met je mee. Ongewenste kinderloosheid is geen keuze, het overkomt je. Kun je dan niet gelukkig zijn zonder kinderen? Ik ben gelukkig, zeker. Maar met vlagen komt het verdriet en de boosheid, de frustratie en de rouw. Dat blijft een eeuwig proces.
Toen mijn eerste vriendin een kleinkind kreeg, realiseerde ik me dat onze wegen weer zouden scheiden. Dat had ik eerder meegemaakt toen ik geen moeder werd, en zij wel.

 

Vanaf mijn 25e, toen mijn vriendinnen wel kinderen kregen, voelde het alsof zij doorgingen en ik stil bleef staan. We groeiden uit elkaar. En nu gebeurt het weer. De kinderen van mijn vriendinnen krijgen zelf kinderen. Zij worden oma. Ik ben ontzettend blij voor ze en gun ze al het geluk, maar weer doet dit zo ongelofelijk veel pijn. Ik heb geen kinderen en dus zitten kleinkinderen er voor mij ook niet in. Ik kan niet meepraten over bevallingen, eerste stapjes en het overweldigende gevoel van liefde die je voor je (klein)kinderen kunt voelen.

 
Inmiddels heb ik geaccepteerd dat het pijn doet en dat mijn verdriet er mag zijn. Ik had gehoopt dat het verdriet zou slijten. Dat doet het niet. Met vlagen ben ik nog steeds boos en nog steeds in de rouw. Mijn ongewenste kinderloosheid beheerst mijn leven voor een groot deel, maar ik kan het op momenten ook naast me neerleggen en toch ultiem geluk ervaren van het wonen in een heerlijk huis met een geweldige tuin en mijn allerliefste man Gerrit, onze twee honden en mijn dierbare vriendschappen. Ja, ik ben een gelukkig mens. Het leven is niet maakbaar. Ik moet er zelf het beste van zien te maken.’