‘De steeds weer oplaaiende discussies over femicide herinneren me bij voortduring aan mijn moeder die niet alleen slachtoffer was van een ernstig misdrijf, maar ook nog eens van een cultuur waarin de schuld per definitie bij vrouwen werd neergelegd en er schande werd gesproken over een meisje of vrouw dat in de klauwen van een foute kerel terecht was gekomen.
Nu noemen we dat ‘victim blaming’ en geldt – althans voor de meeste weldenkende mensen – dat dit not done is. Maar toen, ik spreek van meer dan een halve eeuw geleden dat dit voorviel, werd er liever helemaal niet over gesproken en voor zover dat toch gebeurde alleen maar in termen van schande.
Mijn moeder kwam uit een streng gelovige boerenfamilie in het oosten van ons land waar ze in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd geboren. Het woord liefde kwam niet in het vocabulaire van haar ouders voor, maar de woorden respect en fatsoen des te meer. Meisjes waren in de eerste plaats op deze aarde om mannen te dienen en voor de kinderen en het huishouden te zorgen en de reputatie van ‘fatsoenlijk meisje’ – lees empathisch, behulpzaam, vriendelijk, meegaand, dankbaar, ijverig – was van het grootste belang. De grove verkrachting door een buurman, waaraan mijn moeder ten prooi viel toen ze nog maar veertien jaar was, paste alles behalve in dit plaatje. En waarschijnlijk zou mijn moeder niet eens de moed hebben gehad om erover te praten – de schaamte was te groot! – als ze er niet zo slecht aan toe zou zijn geweest. Ze was niet alleen in shock maar ook zo ernstig toegetakeld dat ze niet eens meer kon zitten. Toch kreeg ze van haar moeder te horen dat het haar verdiende loon was omdat ze er vast zelf om had gevraagd en dat ze het uit haar hoofd moest laten om hier ooit met ook maar één woord met iemand over te praten.
Dat hield ze jarenlang vol. Totdat ze met mijn vader de huwelijksnacht in moest en er iets in haar knapte en ze volledig door het lint ging. Dat mijn vader het respect en fatsoen waarmee ze waren opgegroeid, interpreteerde zoals dat bedoeld is, was haar redding. Mijn vader was weliswaar geschrokken, maar vooral bezorgd. En ervan overtuigd dat er iets mis was waar ze het over moesten hebben.
Hij gaf mijn moeder de ruimte en de tijd om moed te verzamelen om met haar verhaal te komen en toen ze dat eenmaal had gedaan stond hij pal achter haar. Als het aan mijn vader had geleden was hij alsnog naar de betreffend buurman en naar zijn schoonouders gestapt om verhaal te halen. Mijn moeder vroeg hem om dat niet te doen. Het contact met haar ouders was sowieso gereduceerd tot hooguit eens per jaar een vluchtig bezoekje en voor haar telde vooral dat er na al die jaren eindelijk iemand was die haar partij had gekozen en haar serieus had genomen.
Mijn ouders waren tot mijn moeders dood zielsgelukkig met en zielsverwanten van elkaar. Ze leerden mijn drie broers om rekening te houden met vrouwen. ‘Als een meisje nee zegt bedoelt ze ook nee, dus houd daar rekening mee! Want het feit dat je fysiek misschien sterker bent geeft je absoluut niet het recht om aan haar wensen voorbij te gaan!’
Suzanne’s naam is gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.
Er is veel over te vertellen, over moeders en dochters. Daarom hebben we er een reeks van gemaakt waarin elke week andere moeders en/of dochters aan het woord komen. Allemaal met relaties waar we ons aan kunnen spiegelen, in kunnen verdiepen, over kunnen verbazen, van kunnen genieten en van kunnen leren.
Heb jij een moeder/dochter verhaal dat je wilt delen? Dat kan ook anoniem. Als je mailt naar info@franska.nl onder vermelding van ‘moeders en dochters’ nemen wij contact met je op.







