‘Volgens mij is het allemaal niks anders dan pure afgunst.’

 

‘‘Het valt me op dat jullie wel héél vaak tegenvallers hebben op vakantie’, zei mijn vriendin. Ik reageerde gepikeerd, want ze klonk best wel bits. De bedden zouden te hard zijn, of juist te zacht, de kamer te klein of te donker en het eten sowieso nooit goed. Ik legde haar uit dat als je businessclass boekt, het toch zeker niet de bedoeling is dat je met rugpijn uit die kist komt na een vlucht van amper zes uur. En van een vijfsterrenhotel mag je toch wel de service verwachten die daarbij hoort? Dat je netjes welkom wordt geheten en dat je geen half uur hoeft te wachten op de roomservice bijvoorbeeld? ‘Nou, nou. Kleine snob.’ Ze zei het lachend alsof ze het grappig vond, maar dat was zeker niet het geval. 

 

Had ze eigenlijk wel enig idee wat ik bedoelde? Voor zover ik weet heeft zij namelijk geen ervaring met dit soort reizen. Dat zij zich alleen af en toe een kampeervakantie kan permitteren en wij in principe alles kunnen doen wat we willen, wil toch niet zeggen dat ik niet meer kritisch mag zijn? Als zij eens zou weten wat deze reis ons gekost heeft, zou ze vast wel anders piepen. En hoezo noemde ze mij een ‘kleine snob’?

 

Ze vindt me veranderd, zei ze. Sinds wij goed in de slappe was zitten ben ik niet meer dezelfde als vroeger. En die verandering vindt ze niet in mijn voordeel. Ze zei het ‘in alle liefde’. Want ze gunt me echt alles, zei ze. Maar vroeger kwam ik nog met enthousiaste verhalen terug van een weekendje Ardennen, herinnerde ze zich. En nu moet ze telkens mijn ontevreden gezanik aanhoren omdat er helemaal niets meer goed genoeg is.

 

Ik vroeg haar of ze echt zo vreselijk jaloers is dat dit nu het niveau van onze gesprekken moest zijn. Natuurlijk ontkende ze. Wat ze me verweet is dat ik geen rekening meer zou houden met andermans gevoeligheden. De laatste keer dat we met ons vriendinnenclubje hadden gegeten zou ik eindeloos over een nieuwe designbank hebben ‘georeerd’ en dat ik maar niet kon kiezen welk behang er in onze woonkamer moest komen. Ik had me even moeten realiseren dat één van ons geen rooie cent meer heeft en zelfs een huurachterstand heeft opgelopen en dat het voor haar best pijnlijk was geweest hoe ik mijn ‘rijkdom had zitten etaleren’. 

 

Zij zal niet de eerste zijn die ik verlies omdat onze levens zo uiteengelopen zijn. En waarschijnlijk ook niet de laatste. Als dat de consequentie van succes moet zijn, dan zij dat maar zo. Ik kan me toch moeilijk anders voordoen dan ik ben.’

 

 

Anne’s naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.