‘112 bellen lukte niet, ik was in shock’

 

Ooit zagen we het helemaal voor ons: huis, man, kinderen. Een leuke baan. Geen overdreven wensen, maar het was een zonnig plaatje. Toen kwam HET ECHTE LEVEN…

 

Vrijdag de dertiende zal voor Rita (76) nooit meer hetzelfde zijn. Juist op die dag verloor zij haar zeventien jaar jongere vriend Joop. Hij lag dood in zijn bed. Nog maar 58 jaar oud.

 

‘Joop leerde ik kennen toen ik 56 was en hij nog maar 39. We werkten in hetzelfde ziekenhuis. Hij als technicus, ik als verpleegkundige. Ik was al twaalf jaar gescheiden en hij nog maar net. ‘Is Joop niks voor jou?’ vroeg een collega me. In eerste instantie dacht ik: nee joh, veel te jong. Maar ik vond hem wel erg leuk en dus nodigde ik hem op een dag uit om te komen eten. Aan het eind van de avond hebben we elkaar gezoend. Het voelde zo goed, zo warm en al bijna vertrouwd.

 

Na een paar jaar besloot hij een appartement te kopen in de flat waar ik woon. Zo konden we dicht bij elkaar zijn, zonder op elkaars lip te zitten. We waren allebei nogal gehecht aan onze eigen ruimte. Regelmatig gingen we een weekendje weg. Joop en ik konden samen erg lachen, we hadden dezelfde humor. Bovendien was hij een lieve man en erg gul. Als ik ergens geen geld voor had, bijvoorbeeld voor een nieuwe koelkast, betaalde hij ‘m.

 

‘Tommie ging bij Joop zitten en wilde niet meer weg’

 

De dag voordat Joop overleed, voelde hij zich niet lekker. Een week eerder had hij een goedaardige bult aan zijn voet operatief laten verwijderen en daarbij een bacteriële infectie opgelopen. Ik kwam langs met mijn hondje, op wie Joop gek was. Dat deed ik elke dag, en ik kookte voor hem en verzorgde zijn wond. Het rare was: Tommie ging bij Joop zitten en wilde niet meer weg. Ik heb het beestje echt moeten meeslepen. Alsof hij voelde wat er ging gebeuren… Joop liep mee naar de deur en ik vond hem er ineens zo slecht uitzien. Ik zei nog: ‘Nou, jij hebt ook een jasje uitgedaan hè, door die operatie.’ We gaven elkaar een zoen en ik zei: ‘Tot morgen.’ Wat ik niet kon vermoeden is dat dit de laatste keer zou zijn dat ik hem levend zag.

 

Op vrijdag 13 maart kwam ik ’s middags met twee boodschappentassen aan bij zijn appartement. Alles wat hij graag in huis wilde hebben, had ik gekocht: koffiemelk, eieren, yoghurt en shag, want Joop was een roker. Ik belde aan, maar er werd niet opengedaan. Met mijn sleutel deed ik de deur open en zette de boodschappen in de keuken, maar Joop was nergens te bekennen. Zou hij naar buiten zijn gegaan? In verwarring liep ik naar de slaapkamer. Wat ik toen zag, zal ik nooit meer vergeten. Daar lag hij, in zijn pyjama in bed, levenloos. Het was duidelijk dat reanimeren geen zin meer had.

 

‘Versteend stond ik in zijn keuken, met mijn boodschappentassen’

 

Ik wilde 112 bellen, maar was zo in shock dat ik dat niet kon. Met de telefoon in mijn hand heb ik bij de buurvrouw aangebeld. Ik zei: ‘Wil jij 112 bellen, want Joop ligt dood in bed.’ Dat heeft ze gedaan. Al snel was de politie er, de recherche en ook de schouwarts. Ondertussen heb ik Joops tweelingbroer gebeld om het vreselijke nieuws te vertellen. Daarna heb ik een tijdlang als versteend in zijn keuken gestaan, bij die twee boodschappentassen. Het was verschrikkelijk om Joop levenloos weggedragen te zien worden. Het laken over zijn hoofd… Onwerkelijk.

 

De schouwarts zei dat Joop waarschijnlijk in zijn slaap is gestorven aan een hartstilstand. Zeker zullen we dat nooit weten. Het zou ook nog kunnen dat de infectie aan zijn voet hem parten heeft gespeeld, want toevallig is het wel dat hij zo kort daarop is overleden.

 

Joop is in zijn geboorteplaats Haren begraven. In de provincie Groningen was hij graag oud geworden. Hij had het plan om later daar te gaan wonen, in een huis met een tuintje en een geit.

 

Het is nu ruim twee jaar geleden en ik denk nog elke dag aan hem. Het boodschappenbriefje dat hij me gaf de middag voor zijn dood heb ik nog hier op een plankje liggen, samen met zijn bril, zijn portemonneetje en zijn haarborstel. Als ik er naar kijk, is het net of ik hem nog een beetje bij me heb. Aanvaarden dat hij er niet meer is, blijft moeilijk. Nooit had ik gedacht dat hij eerder zou gaan dan ik. Joop was mijn grote liefde. Het horloge dat hij altijd droeg, draag ik nu. Ik heb het wel moeten laten repareren. Na zijn dood stond het ineens stil op tien voor twaalf. Ik denk vaak: misschien was dat wel de tijd waarop hij stierf.’

 

Interview: Marijke Kolk

Wil jij het verhaal over jouw echte leven ook (anoniem) met ons delen? Mail dan naar content@franska.nl.