Pijnlijke herinneringen

 

‘Ik weet niet of ik ze ooit nog ga zien. Maar één ding is zeker: Kerstmis zal voor mij nooit meer hetzelfde zijn.’

 

‘Ik had altijd een fijne jeugd. Met mijn jongere zus Tien en oudere broer Pim was ik nooit alleen. We speelden veel samen, konden het goed vinden met elkaars vrienden, en we hadden bijna nooit ruzie. En als die ruzie dan eens kwam, werd er met deuren geslagen, geschreeuwd en gescholden. Maar tien minuten later kwamen we dan stiekem bij elkaar achter de deur kijken, werd er een luchtig grapje gemaakt, en waren we weer de dikste vrienden.’

 

‘Kerst was altijd mijn favoriete tijd van het jaar. De rest van mijn familie kon het gestolen worden, maar ik vond het prachtig. Elk jaar sleurde ik mijn vader en Pim weer mee naar de dichtstbijzijnde kerstboomverkoper bij ons langs de veldweg. Last Christmas van Wham dreunde door de speakers en alle lichtjes overal gaven me een warm gevoel van binnen. Ik mocht de boom kiezen, maar stiekem gaven mijn vader en Pim hun mening. Die ene was écht te dun, niet handig voor al die stoffige dozen kerstverlichting die erin moest. En die ander was eigenlijk te klein in vergelijking tot onze hoge plafonds. Zo ging het door tot we er eentje vonden die we allemaal even mooi vonden. Zij tilden dan samen de boom bovenop onze rode Eend en we reden naar huis. Onderweg droomde ik dan over hoe ik hem samen met Tien ging versieren. Hoe de cadeautjes eronder zouden pronken. En hoe we allemaal om de tafel zouden zitten terwijl we gedichten aan elkaar voorlazen terwijl de thee stoomde en kerstkransjes verslonden werden.’

 

‘Toen mijn vader een paar weken na kerst in 2009 overleed waren we aangeslagen van verdriet. Hoe moesten we dit nou verwerken? Pim vond zijn antwoord in alcohol. Het begon met een onschuldig vroeg biertje rond een uur of drie. Maar op de begrafenis trok hij met zijn pantoffels en pyjama nog aan papa’s sterkedrank-kabinet open. Rum, vodka, tequilla… Het maakte niet uit wat, als het maar sterk was. Hij kon zich nauwelijks staande houden toen we mijn vaders kist het graf in takelden. Wat heb ik me geschaamd.’

Gebroken kerstbal

‘Tien kantelde naar het andere uiterste. Een ware controlfreak was ze geworden. Alles moest volgens haar schema, op haar tijd en op haar manier. Mijn moeder vond ik een paar dagen voor de begrafenis huilend op de badkamervloer. Van Tien mocht ze het liedje waarmee ze met papa gedanst had op hun huwelijksreis op de begrafenis niet spelen. Dat paste niet in haar strakke schema. Wat was ik boos! Maar zelfs ik kreeg er bij Tien geen speld tussen.’

 

‘Ik voelde me zo vermoeid en eenzaam in deze tijd. Ik kon geen kant op. Met mijn man kon ik er in het begin nog over praten. Maar die was er op een gegeven moment ook wel klaar mee dat ik het nergens anders meer over kon hebben. Elk jaar probeerde ik met Kerst de familie weer bij elkaar te halen. Want door het jaar heen sprak ik Tien, Pim of mijn moeder eigenlijk nooit meer. Elke kerst dacht ik dat ik er verandering in kon brengen. Ik kookte dan alles wat papa lekker vond. Een groot stuk biefstuk met aardappeltjes en groenten met een grote kerstkrans met rode vruchten toe. Rode wijn erbij. Mooie grote kerstboom met lampjes en cadeaus. Swingende muziek op de achtergrond. Ik dacht elk jaar weer dat het een stap in de goede richting was. Tot de kerst in 2013.’

 

‘Pim was zó dronken geworden dat hij mijn moeder bij de nek had vastgegrepen. Dat hij liever had gehad dat zij was overleden en niet papa. Dat hij van papa tenminste nog dingen had kunnen leren. Dat hij haar een teleurstelling van een moeder vond. Mijn man had ingegrepen en Pim op de grond getackeld. Tien was door het lint gegaan dat ik mijn man niet onder controle had gehouden en mijn moeder durfde ons allemaal nooit meer te zien. Dat was de laatste keer dat ik ze ooit gezien of gesproken heb.’

 

‘Het heeft een grote invloed op mijn dagelijkse leven. Ik krijg nog steeds flashbacks naar een dronken Pim die mijn moeder vasthoudt. Naar de rode vlekken in haar nek toen hij haar losliet. Het gejammer van Tien in de hoek van de kamer. Het geschreeuw van mijn man. Kerst was vroeger altijd mijn favoriete tijd van het jaar, nu krijg ik het met de dag benauwder tot het weer januari is en ik het allemaal weer langzaam los kan laten. Maar dan wordt het weer afwachten of ik de volgende decembermaand wel overleef.’

 

‘Voor mijn eigen gezin kan ik het niet eens opbrengen om een kerstboom te kopen. De herinneringen zijn te pijnlijk. Ooit, in 2015, heb ik het geprobeerd. Maar alleen al bij het zien van al die kerstbomen en het horen van die kerstmuziek kreeg ik het benauwd en schoten de tranen naar boven. In paniek heb ik meteen een U-bocht naar huis gemaakt waar ik meteen een glas rood voor mezelf inschonk. Eén glas werden er uiteindelijk zoveel dat ik het me niet meer kan herinneren. Mijn man vond me die avond op de bank met twee bijna lege flessen naast me en heeft me naar bed getild.’

 

‘Ik weet niet of ik ze ooit nog ga zien. Maar één ding is zeker: Kerstmis zal voor mij nooit meer hetzelfde zijn.’

 

Marja’s naam is vanwege privacy gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.