Naaktrecreatie

esther goedegebuure

 

Als bedankje voor een portie vrijwilligerswerk was er een bon waar je een uitje mee kon boeken.

 

 

 

Zodoende kwamen we in een sauna terecht, iets waar ik, behalve die ene keer in de twee jaar dat ik op wintersport ben, nooit kom.

 

Het was een ander soort etablissement dat ik van zo’n wintersporthotel kende. Het adres bleek midden in een woonwijk. ‘Al sinds 1974’ stond er met grote letters en een uitroepenteken op een bord bij de deur. Het was ongetwijfeld bedoeld als aanbeveling maar bij mij riep dat jaartal associaties op met die NVSH-achtige, vrijheid-blijheid- naaktrecreatie van toen. Meer dan wellness een way of life.

 

Het bleek inderdaad een naaktsauna, dus ons meegebrachte badgoed bleef in de tas. Aan het publiek te zien leek het overgrote deel inderdaad al sinds de jaren zeventig naakt te recreëren.

 

Vriendinnen die moeite hebben om zich te laten onderzoeken door een mannelijke gynaecoloog heb ik altijd wat aanstellerig gevonden. Zo’n man doet de hele dag niet anders en bekijkt de boel volstrekt technisch en professioneel, zonder daar andere dan medische gedachten bij te hebben, daar ben ik van overtuigd. Van ontspannen in je nakie zou je ook zoiets kunnen zeggen. Tenminste, ik begreep altijd dat bezoekers van naturistencampings elkaar echt niet de hele dag door aan het beoordelen zijn op hun lichaam. Dat ze daar ‘doorheen’ kijken, het bloot eigenlijk niet meer zien.

 

Maar ik geloof dat nu dus niet meer.

 

Natuurlijk zie je het nog wel, of buiken strak of blubberig zijn, borsten hangen of pront vooruit staan, billen plat of stevig gevormd, piemels groot of klein zijn geschapen. Ik zag een hele hoop tatoeages maar ook een veelheid aan piercings op plekken waar het me niet zozeer voor de sier leek te zitten als wel een nogal speciale functie diende. Daar kun je toch moeilijk géén gedachten bij hebben?

 

Ik herinnerde me mijn eerste vriendje, die me ooit vertelde dat hij, toen hij op de pieken van zijn puberteit verkeerde, al met frisse tegenzin meegegaan was op vakantie met zijn vader en diens nieuwe vriendin. Wat hij vooraf niet wist van die vriendin was dat ze een nudist was en dat de camping in Zuid-Frankrijk ook van hem verwachtte dat hij twee weken in zijn blote niksie rond zou huppelen. Zo koppig en boos als pubers kunnen zijn, heeft hij het dus de volle twee weken volgehouden om ondanks de mediterrane bloedhitte zichzelf in die broeierige tent op te sluiten.

 

Ook dacht ik aan een meisje van de middelbare school dat, toen we bij haar thuis eens een tussenuur stuksloegen, haar vakantiefoto’s liet zien. Ook haar familie was van de naaktrecreatie. Er is een specifieke foto opgeslagen in mijn geheugen, die van een zogenaamd ‘levende piramide’ in een zwembad, een evenwicht van op elkaars nek zittende, naakte mensen. Ik was blij dat mijn ouders gewoon waren vakantie te vieren met kleren aan.

 

In die sauna dus besefte ik dat ik wellicht nog steeds vreselijk preuts ben. En misschien toch niet zo’n saunaliefhebber. Want in de bikini zweet het allemaal stukken minder prettig uit, dat geef ik grif toe, maar ik zie mensen toch liever met dan zonder badkleding. Noem me truttig, maar intieme delen zijn er voor die enkele intimi in mijn leven en, belangrijker, ik ervaar geen greintje nieuwsgierigheid naar andermans ontblote lijf en al helemaal geen positieve prikkel bij de gedachten die sommige getoonde elementen – de genoemde piercings in de eerste plaats – oproepen.

 

Thuisgekomen met dat zelfinzicht vroeg mijn kind waar we geweest waren. De sauna? Dat vond hij ‘een oude-lullenuitje’. Eigenlijk vatte dat de dag ook wel prima samen.