Mijn stem slaat raar over als ik haar roep

‘Catoooo!’

brigitte beeld 14 feb

Plots sloeg het weer om, kelderde de temperatuur en stak de wind venijnig zijn kop op. De hitte had net niet lang genoeg aangehouden om door onze buitenmuren heen te dringen waardoor het binnen aangenaam was gebleven. Slapen kon nog gewoon onder mijn zomerdekje en de ventilator stond op een bescheiden standje 1.

De Canadese populier voor ons huis, een royaal uitgevallen exemplaar dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd geplant en inmiddels met zijn kruin tot de tiende etage reikt, zwiepte in de aantrekkende westenwind wild heen en weer en boog zich soms zover richting het oosten dat ik maar hoopte dat hij het hield. Want zonder onze populier zou de zomer nooit meer hetzelfde worden, zo zijn we aan zijn ruisende bladerdek, dat ons terras tot een grote groene oase maakt, gehecht geraakt.

Op maandagochtend leek de wind nog verder aangetrokken dan de zondag ervoor waardoor ik mijn plannen om met hond Cato de week te beginnen in het bos, uit veiligheidsoverwegingen skipte en voor een wandeling rond het meer en langs de roeibaan verruilde. Witte kopjes op de Nieuwe Meer, klotsende golven tegen de kade en een onstuimige roeibaan waarop het hard werken was om de boten in het gareel te houden. Cato en ik worstelden ons een tijd lang een weg tegen de wind in langs het water, totdat we vonden dat het genoeg geweest was en onze route verlegde naar de bosschages die parallel aan het water lopen.

In gedachten verzonken banjer ik over het zandpad met Cato gemoedelijk scharrelend voor me uit. Vlak voor een splitsing blijft ze staan. Haar staart zakt naar beneden tot tussen haar benen en haar oortjes liggen plat in haar nek. Geschrokken kijkt ze naar boven naar de boomtoppen. Ik volg haar blik. Mijn stem slaat raar over als ik haar roep:

‘Catooo!’

Ik zak een beetje door mijn knieën en strek mijn armen naar haar uit. De wind trekt aan: kort en hevig. Hij schudt de bomen ruw door elkaar. Het geluid van de brekende tak stijgt boven het fluiten van de wind uit. Met veel geraas zakt de tak door de kruin steeds verder naar beneden totdat er niets meer is wat weerstand biedt en hij aan zijn val naar de grond begint. Met een smak van jewelste landt hij pal voor onze voeten. Een tak van minstens vijf meter lang die ons met gemak had kunnen vermorzelen.

‘Als ik jou niet had gehad, zou ik het nog niet zo net weten. ’Ik hou Cato haar kopje tussen mijn handen terwijl ik tegen haar praat en de wind weer inbindt. Hoe zat dat ook alweer met de intuïtie van honden? Dat we daar niet omheen kunnen was het toch?

Door: Brigitte Bormans

Brigitte werkte jarenlang als culinair journalist en schreef twee kookboeken. In 2004 werd ze directeur/eigenaar van Erfgoed Logies. Maar zonder schrijven kan ze niet. Gelukkig zag Franska wel iets in haar columns, kwam van het een het ander en mag er nu ook over andere zaken worden geschreven.

Afbeelding van Brigitte Bormans
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!