Gelukkig hebben we de foto’s nog…

 

Lisette: Ik was een beeldschone bruid, al zeg ik het zelf. En iedereen die erbij was, kan dat beamen. Maar bewijzen kan ik het nu niet meer. Want: geen enkele foto!

 

 

 

Ik heb geen trouwfoto’s, gek hè?

 

Nou ja, wel van het tekenen, gratis op maandagochtend in het gemeentehuis. In mijn zwart-witte jurk. Heus heel aardig.

 

Maar geen beeldschone plaatjes van mij in mijn beeldschone, speciaal gemaakte, paarsblauwe zijden trouwpak met lange klokrok en ruches langs de hals van het jasje, en mijn beeldschone bijpassende torenhoge United Nude-schoenen, met mijn beeldschone bruidegom in het wit aan mijn zijde. Die zijn er niet. Niet op papier, niet digitaal, gewoon niet.

 

Toch hebben we een grandioos feest gehad, op die zaterdagavond eind oktober 2013, en zei een gast dat ik de mooiste bruid was die ze in jaren gezien had, en heb ik de hele avond moeiteloos op die hoge hakken gelopen en gedanst. We hadden de dorpskerk afgehuurd en de kaarsen in de grote luchters brandden, en onze ceremoniemeesteres had de hele kerk versierd met pompoenen en kolen en uien en ander oogstgoed wat er fantastisch uitzag. En de gasten brachten verrukkelijke gerechten mee bij wijze van cadeau, die uitgestald stonden op lange tafels met witte kleden… Honderdvijftig gasten kwamen en ze zongen en dansten en hielden geestige speeches, en mijn man en ik zongen zelf ook een grappig lied dat niemand verstond (bleek achteraf, maar dat gaf niet).

Wij dachten: we hoeven geen foto’s te laten maken, die krijgen we vast vanzelf toegestuurd. Was ook zo: een kunstzinnige vriend had kunstzinnige foto’s gemaakt van interessante hoekjes met pastinaken en close-ups van ontroerende kindergezichtjes en zo. Maar niet van ons twee. Daar hadden we zelf voor moeten zorgen.

 

Gek hè? Dat je daar niet aan denkt? Karma, denk ik. Passend. Want ik wilde eigenlijk niet trouwen.

 

We kenden elkaar al elf jaar, woonden al tien jaar samen. Ik was nooit eerder getrouwd geweest (al heb ik twee kinderen en inmiddels zeven kleinkinderen) en ik vond het eigenlijk stoerder om ongetrouwd te blijven. Mijn man was gescheiden na een huwelijk van dertig jaar en had altijd gezegd dat hij geen behoefte had aan nog een keer trouwen.

Maar op een ochtend in 2012 zat hij ineens op zijn knieën naast mijn bed met een roos in zijn handen en vroeg me ten huwelijk.

 

‘Huh?’ vroeg ik. ‘Dat zouden wij toch niet doen? Nou vooruit dan maar.’ Ik werd er een beetje knorrig van. En na drie weken zei ik: ‘Deze relatie is niet goed genoeg voor een huwelijk. We moeten in therapie.’

 

Inmiddels zijn we vier huwelijksjaren en vijf therapeuten verder (ontzettend veel van geleerd, ik kan het iedereen aanraden) en kan ik oprecht zeggen: het wordt steeds beter, dank u. Ik ben heel wat illusies kwijt. En wat er nu nog tussen ons is, wordt steeds vriendelijker, liefdevoller, warmer en echter.

 

Geen pláátje. Dat niet.

 

 

Lisette Thooft noemt zichzelf ‘lijf- en schrijfcoach’. Ze schrijft al jaren voor vrouwenbladen en spirituele tijdschriften en is auteur van 17 boeken over persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast is ze singer-songwriter, in opleiding tot rebalancer, moeder en grootmoeder.
www.lisettethooft.nl