‘Een week later kreeg ik bericht dat de buurtagent bij haar langs was geweest.’

 

‘Nog voordat deze mensen in hun appartement trokken was het hommeles wat mij betreft. Hun verbouwing had voor veel overlast gezorgd – stof, herrie, rotzooi – en hoewel ze iedereen van tevoren hadden geïnformeerd vond ik dat dat geen excuus kon zijn. Ik diende een klacht in bij de huismeester, maar die kon niet veel ondernemen omdat ze zich wel aan de regels hielden, zei hij. Daarna schreef ik ze een briefje om mijn beklag te doen. Dat stopte ik in hun brievenbus.

 

Een paar dagen daarna – ze hadden nog niets laten horen – zag ik haar lopen. Toen ik haar aansprak verontschuldigde ze zich dat ze nog geen tijd had gehad om te reageren, maar dat het nogal druk was met haar baan en de verbouwing. Daarna zei ze dat ze niet zo goed wist wat ik van haar wilde. Het speet haar echt van die overlast en ze deden hun best dat tot een minimum te beperken maar er moest wel verbouwd worden. Daar kon ze niet veel aan veranderen, zei ze. Ik vond haar houding zo hautain! Dit kwam wat mij betreft niet meer goed.

 

Ik besloot haar zoveel mogelijk te negeren. Dus als ik haar tegenkwam en ze groette, knikte ik alleen maar en zei niets. ‘Dan niet hoor,’ zei ze na een paar keer. En vanaf dat moment zei zij ook niets meer. Ook niet toen ik na verloop van tijd wel weer ging groeten. Alsof ik niet bestond, liep ze door en knipperde ze zelfs niet met haar ogen.

 

Een paar maanden geleden stond ik samen met haar in de lift. Zij stapte als eerste uit, maar hield wel de deur voor me open. Ik reageerde er niet op. Bleef gewoon staan. Net zolang totdat ze de deur losliet. Toen deed ik een stap naar voren zodat ik de deur min of meer tegen me aan kreeg. Ik gaf een gil en riep dat ze me pijn had gedaan. Haar enige reactie was ‘hysterisch wijf’ en ‘hier heb ik geen zin in’ en weg was ze.

 

Mijn woede tegen haar liep zo hoog op dat ik besloot aangifte tegen haar te doen over dat ze de liftdeur moedwillig in mijn gezicht had gesmeten en dat ik bang voor haar was dus dat ik wilde dat er een dossier werd aangelegd voor als het een keer echt uit de hand zou lopen. Een week later kreeg ik bericht dat de buurtagent bij haar langs was geweest. Hij zei dat onze verhalen niet erg overeenkwamen en hij adviseerde mij wat hij haar ook had geadviseerd: rustig aan doen en fatsoenlijk blijven. Achteraf schaam ik me voor mijn actie en heb ik er spijt van dat ik het zo uit de hand heb laten lopen.’

 

 

Jokes naam is vanwege privacy gefingeerd.
Haar echte naam is bekend bij de redactie.

 

Moet jou ook iets van het hart en wil je dat (anoniem) met ons delen? Stuur dan een mail naar info@franska.nl onder vermelding van ‘Dit moet ik even kwijt’.