‘Ik zei tegen mijn man: ‘Ga alsjeblieft bij me weg’

Langzaam maar zeker groeide het gevoel dat ik alleen was.

vrouw en man

‘Je komt in een lang huwelijk op een gegeven moment in een fase terecht waarin je het niet meer zeker weet. Dit was voor ons dit punt. Ik kon hem niet meer geven wat hij wilde en dus zei ik maar: ‘Ga alsjeblieft bij me weg.’

Langzaam maar zeker groeide het gevoel dat ik alleen was, terwijl we toch samen waren. Een huwelijk in stille modus. Geen oorlog, maar ook geen liefde meer die knalt. Alles was functioneel, alles was vluchten in werk, schermen, klusjes, verplichtingen en onze kinderen. En ik? Ik zat ergens in een hoekje van dat gezamenlijke leven, te wachten tot iemand me weer opmerkte. Het was prima, maar ja. Dan stel je jezelf toch af en toe de vraag: is dit alles? Ik wist het gewoon niet meer.

En toen werd ik ziek. Darmkanker. Het was goed te verhelpen, gelukkig. Ik moest een operatie ondergaan en daarna nog een paar chemokuren. Maar de schrik was zo groot, dat ik toen maar zei dat ik het liever alleen ging doen, deze strijd. Ik had geen zin om in het ziekenhuis ook nog mijn man te moeten vermaken. Of dat ik me ongemakkelijk voelde door onze stiltes. Ik had liever dat een van mijn vriendinnen meeging, dan dat hij bij me was. Het voelde als een donkere en zware periode in ons leven. Onze gesprekken gingen om niets anders meer dan de kanker. Over hoe het met ons ging? Daar zwegen we over. Ik dacht alleen maar, ga maar gewoon ergens anders heen.

“Wil je scheiden?” vroeg hij op een avond. En ik wist het niet. Ik wist alleen dat we zo niet verder konden. Hij bleef die nacht wel. Op de bank. De dagen daarna liepen we om elkaar heen. Alsof we twee mensen waren die toevallig in hetzelfde huis woonden, maar elkaars verleden niet kenden. En toch, in die afstand begon er iets te schuiven. Heel langzaam.

Toen ik me na een paar maanden steeds wat beter begon te voelen, kreeg ik meer energie. Ook om met mijn man te praten. En zo gebeurde het. Ik was helemaal klaar met al die halve gesprekken over niets, ik wilde echt met hem praten over onze toekomst. Hoe zag hij dit verdergaan? Het bleek onze ene opener te zijn geweest: we hadden dit nodig. Hij bleek met veel dingen te worstelen, bijvoorbeeld met zijn baan waar hij niet meer gelukkig in was. Dat kwam er nu allemaal open en eerlijk uit. Het luchtte hem op en ik luisterde. We maakten samen afspraken en plannen. Ik kon ook alles vertellen waar ik mee zat. Ik wilde meer verbinding, meer seks, meer liefde in huis. Samen lachen en op een date. Want er moet meer zijn dan dit, zo leven als vage kennissen.

We zijn nu een jaar verder. We zijn niet gescheiden en daar ben ik nu blij mee. Maar we zijn ook niet meer dezelfde mensen als toen. Er kwamen gesprekken. Stiltes. Therapie. Een pijnlijke eerlijkheid die we jarenlang hadden vermeden. We vonden elkaar weer, want blijkbaar waren we elkaar totaal vergeten. We kenden elkaar niet meer echt. We leefden samen, maar langs elkaar heen. En heel langzaam kwam er weer zachtheid. Respect. En af en toe ook iets wat lijkt op verliefdheid, op een goed huwelijk. Het is er nog niet helemaal, zeker niet. Maar we hebben wel een andere relatie dan toen, net voordat ik wist dat ik ziek zou worden. Het leven is niet altijd makkelijk en soepel, maar ik heb wel een ding geleerd. Geef niet te snel op. Je kunt elkaar, met wat moeite en energie en aandacht, terugvinden.’

 

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!