Ik wil dat haar verslaafde zoon uit mijn ouderlijk huis vertrekt
Beate en haar zus willen na de dood van hun moeder het ouderlijk huis verkopen, maar iemand houdt dat tegen.
Nog steeds wil ik rechtsaf slaan als ik op de kruising vlak bij mijn ouderlijk huis rijd. Een gewoonte die ik maar moeilijk los kan laten. Sinds een paar maanden hoef ik er nooit meer te zijn. Nu ook mijn moeder is overleden, is het een plek zonder ziel geworden. De oude meubels zijn er nog wel, maar de ziel is weg. Mijn moeder is een paar jaar na mijn vader ook overleden, en dus is het nu een woning als alle andere en niet langer mijn thuis. Mijn zus Alice en ik hebben het huis van onze ouders geërfd en kunnen een mooie opbrengst verwachten, ware het niet dat mijn zus er niets van wil weten om het te verkopen. Niet omdat ze er niet vanaf wil, maar omdat haar verslaafde zoon Joey anders op straat komt te staan.
Joey vond ik altijd al een rare. Als kleuter was hij al superdruk en vond ik het maar lastig als hij bij mij logeerde. Mijn dochters zijn allebei heel rustig en konden prima alleen spelen, maar als hun neefje erbij was, kwam er altijd ruzie en gedoe. Hij maakte hun poppen kapot, beet en schopte bij ruzie en wilde absoluut niet luisteren als ik hem probeerde te corrigeren. Op een gegeven moment heb ik maar tegen mijn zus gezegd dat deze logeerpartijtjes maar even moesten stoppen, want op deze manier was het voor niemand leuk. Met veel kunst en vliegwerk kon Joey op een gewone lagere school blijven, maar eenmaal op de middelbare ging het al snel mis. Hij kreeg verkeerde vrienden, begon te spijbelen en zat hele middagen te blowen in het park. Mijn zus en haar man waren ten einde raad en schakelden alle hulp in die ze konden vinden, maar Joey bleef een ongeleid projectiel. Uiteindelijk haalde hij op het volwassenenonderwijs een diploma dat ver onder zijn niveau was, maar dan had hij tenminste iets.
Op die school zat hij met veel oudere jongens in de klas en daar gleed hij alleen maar verder af. Drank, harddrugs en als mijn zus en haar man er wat van zeiden, was het hok te klein. Maar het kon ook niet langer doorgaan zo, en dus stelden ze hem voor de keuze: naar een afkickkliniek, of hij hoefde niet meer thuis te komen. Joey koos eieren voor zijn geld en vertrok naar een kliniek in Zuid-Afrika. Mijn zus en haar gezin konden na jaren eindelijk op adem komen. Geen ruzie of onrust in huis, en dat deed hen natuurlijk heel veel goed. Daarbij had mijn zus ook andere zorgen, want de gezondheid van onze moeder ging hard achteruit. Tot aan haar dood hebben we haar samen kunnen verzorgen en haar leven mooi af kunnen sluiten.
Omdat het huis na haar dood toch leeg stond, leek het mijn zus een goed idee dat Joey er tijdelijk zou gaan wonen als hij weer terug was uit de kliniek. Ik was het daar eigenlijk helemaal niet mee eens, maar ik gunde mijn zus ook eindelijk haar rust. Dus op voorwaarde dat hij zijn eigen geld zou verdienen en dat hij echt zijn best zou doen om zijn eigen woning te vinden, ging ik akkoord.
Had ik dat maar nooit gedaan. Want hoewel het even de goede kant op leek te gaan—Joey had werk gevonden en een leuk meisje leren kennen—ging het toch al snel weer bergafwaarts. Want toen zijn contract niet werd verlengd en hij weer hele dagen thuis op de bank zat, ging hij toch weer gebruiken. Zijn vriendin wilde daar niks mee te maken hebben en verbrak de relatie, waardoor hij zich boos op de wereld in het huis van mijn moeder heeft teruggetrokken. Hele dagen zit hij met de gordijnen dicht te gamen en laat zijn drugs zelfs thuisbezorgen. De buren klagen bij mij over de geluidsoverlast en vreemde figuren die komen en gaan en vragen keer op keer om actie te ondernemen. Maar Joey laat zich niet wegsturen. Mijn zus is ook radeloos, want ze snapt heus wel dat hij op straat belandt als zij hem niet in huis neemt. Maar nu er eindelijk rust is in het gezin van mijn zus, ziet ze dat totaal niet zitten. En zolang Joey in het huis van onze ouders zit, is het toch prima? Bovendien zei ze laatst dat ik het geld dat vrijkomt na de verkoop van de woning toch helemaal niet nodig heb?
Maar daar gaat het toch helemaal niet om? Die jongen bezorgt een heleboel mensen een hoop zorgen en leeft er met zijn uitkering maar op los. Hij hoeft niets te betalen voor het dak boven zijn hoofd, terwijl mijn dochters krom moeten liggen om de maandelijkse huur van hun appartementje te kunnen betalen. Bovendien kan ik met mijn deel van de erfenis mijn kinderen op weg helpen om een eigen woning te kopen. Zij werken wel hard aan hun toekomst, dus dat is toch niet eerlijk?
Dat mijn neefje zo’n puinhoop van zijn leven maakt, moet hij zelf weten. Voor mijn part belandt hij nu op straat, misschien dat hij zich dan eens realiseert hoe hij zijn hele familie in een wurggreep houdt. Ik wil dat haar verslaafde zoon uit mijn ouderlijk huis vertrekt, want ik heb schoon genoeg van zijn gedrag. Want dat wij daar inmiddels allemaal last van hebben, dat moet nu maar eens ophouden.






