‘Ik weet niet hoelang ik het nog volhoud mezelf weg te cijferen’

 

De nieuwe liefde van Marije kreeg een hersenbloeding. Na een jaar mantelzorgen slaat de twijfel bij haar toe.  

 

 

 

‘Ik zie hem nog staan daar op het pad aan de voet van de duinen, ik had net een looptraining achter de rug en opeens zag ik vanuit mijn ooghoeken deze lange man met een prachtige bos krullen. Tijdens het stretchen raakten we aan de praat en ik kon mijn ogen niet van hem af houden. Wat een leuke man. Stiekem keek ik naar zijn handen, ik zag geen trouwring. Na een kwartier zei hij dat hij ervandoor moest en liep hij naar zijn fiets. Ik weet nog dat ik een steek van teleurstelling voelde omdat ik dacht dat ik hem nooit meer terug zou zien. Maar tot mijn verbazing kwam ik hem de week erna weer tegen. Weer stonden we gezellig te praten en nu vroeg hij mijn nummer toen hij weer naar huis ging.

 

Tijdens onze eerste date voelde het alsof we elkaar al jaren kenden en daarna ging het snel. Waarom zouden we wachten? We waren allebei alleen en hadden geen kinderen om rekening mee te houden.

 

Ik had nooit de behoefte om moeder te worden en gek genoeg was dat altijd een struikelblok in mijn relaties. Ik wilde me niet binden en daar was ik altijd heel eerlijk in. Ik wilde vrij zijn en reizen, maar daar kon niet iedere man mee omgaan. In Vincent vond ik iemand die me echt begreep en net als ik graag spontaan leuke dingen deed.

 

We hadden het goed samen, Vincent en ik. Ja, we hadden een heerlijk leven met verre reizen, festivals en onbezorgd doen waar we zin in hadden als het zo uitkwam. Maar daar kwam vorig jaar abrupt een einde aan toen hij zomaar uit het niets een herseninfarct kreeg. Godzijdank overleefde hij het maar sindsdien staat ons leven op z’n kop. Omdat hij in goede conditie was herstelde hij redelijk maar toch is alles anders. Alles kost hem veel energie dus even spontaan iets ondernemen is er niet meer bij. Maar dat is niet het ergste.

 

Vincent is niet meer de lieve man op wie ik zo verschrikkelijk verliefd werd. Uit het niets kan hij nu ontzettend boos worden en dan vloekt hij alles bij elkaar. De eerste keer dat dat gebeurde schrok ik verschrikkelijk van de agressie die erachter zat. Wat had ik gedaan waarom hij zo boos werd? Maar daarna moest hij heel hard huilen, hij was ontroostbaar. Vincent was enorm gefrustreerd door alle veranderingen in zijn leven en dat hij zijn lijf niet meer vertrouwde. Natuurlijk had ik daar begrip voor, maar niet alleen voor hem was alles anders geworden, ook ik moest me aanpassen aan deze nieuwe situatie. Want niet alleen kan Vincent veel minder, ik heb soms het idee dat hij steeds depressiever wordt.

 

Maar als ik probeer om hem ervan te overtuigen dat hij eens met iemand moet gaan praten wordt hij alleen maar kwader. Niemand begrijpt hem, niemand weet hoe het is. Dat ik het ook moeilijk heb dringt niet tot hem door. Van zijn vriendin ben ik zijn mantelzorger geworden, want hoewel hij zichzelf prima kan redden komt alles wat in huis moet gebeuren nu op mij neer en dat vind ik naast mijn fulltimebaan best pittig. En dat hij nu eigenlijk nooit meer wat kan en wil ondernemen vind ik eigenlijk het ergste want ik vind mezelf veel te jong om nu al achter de geraniums te gaan zitten. Het zorgt voor veel ruzie tussen ons, want ik heb het idee dat hij niet eens wil proberen om weer in actie te komen.

 

Ook is er nauwelijks sprake meer van enige intimiteit tussen ons. Ik kan me niet eens herinneren wanneer we voor het laatst seks hebben gehad. Soms heb ik het gevoel dat ik naast een vreemde man in bed lig, iemand die lijkt op iemand die ik ken. Diep van binnen denk ik er steeds vaker aan om weer op mezelf te gaan wonen, ik ben zelfs al om me heen aan het kijken naar een ander appartement. Ik begrijp heus wel dat mensen vinden dat ik dat naar Vincent niet kan maken en dat houdt me nu nog tegen. Maar ik zou zo graag mijn onbezorgde vrije leventje weer op willen pakken. Ik weet echt niet hoelang ik het nog volhoud om mezelf zo weg te cijferen.’