‘Mijn dochters zijn heel slim, alle drie eigenlijk wel. En je hoopt als moeder dan altijd dat ze ook ver zullen komen. Natuurlijk moeten ze niets. Ze mogen een baan kiezen die bij ze past, wat dat ook is. Maar mijn middelste is nu gestopt met werken, omdat ze twee jonge kinderen heeft.
En dat vind ik ergens zo jammer om te zien als moeder. Want ze heeft zoveel in haar mars. Ze heeft niet alleen acht jaar gestudeerd om fysiotherapeut te worden, ze is ook gewoon heel vrolijk als ze werkt. Ze is intelligent en blij met de dingen die ze voor zichzelf doet. Ze houdt ervan om haar eigen salaris te verdienen en anderen te helpen met haar kennis. Dat zet ze nu allemaal de kant omdat ze net haar tweede kindje heeft gekregen. Ik begrijp het als moeder ook heus, dat dit drukke jaren zijn thuis. Maar toch. Helemaal stoppen met werk? Ze heeft het geld niet nodig, dus dat maakt de keuze voor haar makkelijk.
Ik vind gewoon niet dat het altijd om geld moet gaan. Het gaat ook om je eigen ding doen, je zelfstandigheid, iets bijdragen aan de maatschappij. Toch? Je belangrijk voelen buiten je eigen huis. Je identiteit is ook wat je doet in je leven. Zelf werk ik keihard in de politiek en ben ik dus een sterk voorbeeld voor mijn dochters. Ik ben bang dat haar wereldje zo klein wordt als ze nu alleen maar thuis zit met de kleine kinderen. Ze zegt ooit wel weer te willen werken, hoor. Maar nu niet, mam. Het is nu te veel. Dat is iets wat ik nooit bij mijn kinderen had verwacht. Ik heb zelf als jonge moeder ook altijd gewerkt, ook in de tropenjaren. Werk was mijn uitlaatklep. Daar kon ik even m’n eigen ding doen, daar werd ik gewaardeerd en daar kon ik mijn hersenen gebruiken. Mijn andere dochters werken ook hard aan hun carrière. En een van hen heeft ook al een baby, ja. Dus het kan ook gewoon wel. Maar mijn middelste kiest nu voor een makkelijke weg, omdat er toch geld zat is.
Mijn dochter wil gewoon huismoeder zijn. Dat vind ik ergens niet meer van deze tijd, maar ik krijg het maar niet voor elkaar om haar te overtuigen van dat ze een fout maakt. Het is haar keuze, dat weet ik. Maar hoe komt ze over vier of vijf jaar dan opeens aan een leuke baan? Als je er zo lang uit ligt, dan kom je denk ik niet makkelijk weer terug in je carrière. En het geeft haar in deze drukke jaren ook wat nuttigs voor haarzelf. Nu is ze letterlijk elke dag bezig met wasjes draaien, speentjes uitkoken en het huis opruimen. Zo zonde. Ik denk echt dat ze zich over een jaar te pletter verveelt. Maar goed, ik moet het accepteren, want dit is wat zij nu wil. En ik heb daar helaas niets over te zeggen. Dus hou ik mijn mond maar en steun ik haar in haar keuzes.’







