Hoeveel kerstmissen kan ik nog met hem vieren?

 

De vader van Famke kreeg afgelopen zomer de diagnose Alzheimer. Als zij met haar familie met kerst aan tafel zit, stelt ze zichzelf steeds die ene vraag.

 

Het begon twee jaar geleden. Mijn vader vergat steeds vaker dingen die op het eerste gezicht helemaal niet belangrijk leken. Toen mijn moeder nog leefde wist zij al die dingen feilloos voor hem op te vangen. Maar na haar dood moest hij zijn zaakjes zelf op orde houden.

 

Dat hij steeds vaker dingen niet meer wist of vergat irriteerde mij in het begin mateloos. Zo kon hij zijn autosleutels nergens meer vinden, terwijl die gewoon in het laatje van zijn bureau lagen. Of hij belde me met de vraag hoe laat hij bij de tandarts moest zijn. Dat hij de week ervoor op controle was geweest was hem blijkbaar weer ontgaan. Steeds weer opnieuw moest ik hem dan helpen zoeken of uitleggen dat hij iets al gedaan had.

 

Mijn man zei dat ik toch echt een afspraak bij de huisarts voor mijn vader moest maken, want er klopte iets niet. Natuurlijk wist ik dat hij gelijk had, maar ik wilde er gewoon niet aan. Mijn vader, zijn hele leven een grote en sterke kerel, veranderde langzaam in een broze man die niet meer zonder hulp kon.

 

Na de dood van mijn moeder had hij zichzelf leren koken, kon hij zich redden in huis en was hij niet bij de pakken neer gaan zitten. Hij ging er vaak op uit met zijn beste vriend Bob die ook alleen was. Samen een potje biljarten of een visje eten op de boulevard.

 

Maar toen Bob mij op een dag belde om te vragen of ik wist dat mijn vader soms wel hele rare dingen vertelde, kon ik niet anders dan toch die afspraak met de huisarts maken. Met een grote smoes nam ik mijn vader mee naar het spreekuur. En een uur later stonden we buiten met een verwijsbrief naar de specialist.

 

Ik ben bij alle gesprekken in het ziekenhuis geweest. Had heus wel door waar de diagnose op uit zou draaien. Maar toen de specialist na alle onderzoeken het woord alzheimer uitsprak, voelde het alsof mijn hart uit mijn lichaam werd gerukt. Ik hoorde al niet meer wat de specialist verder zei. Ik kon alleen maar naar mijn lieve vader kijken die eigenlijk geen idee had wat dit voor hem betekende.

 

Inmiddels zijn we een jaar verder. Ik zal moeten accepteren dat de rollen zijn omgedraaid. Dat ik groot en sterk moet zijn. Voor hem. Hoe de ziekte zich zal ontwikkelen is niet bekend. Maar dat mijn vader aftakelt is wel duidelijk. Hoewel hij met de nodige thuishulp nog zelfstandig woont zal het niet lang meer duren tot dat echt niet meer gaat. Want op een gegeven moment wordt het te gevaarlijk om hem zonder toezicht thuis te laten. Hoe dat opgelost moet worden, daar wil ik liever niet aan denken. Maar ik zal wel moeten.

 

Gisteren vierden we kerst met de hele familie. Mijn vader zat aan het hoofd van de tafel en ik zag dat hij genoot. Met rode wangen van plezier luisterde hij naar een mop die een van de kleinkinderen hem vertelde. Hij had geen idee dat hij deze grap al voor de zevende keer die avond hoorde, maar dat maakte niet uit.

 

Terwijl ik aan de andere kant van de tafel zat heb ik de hele avond naar hem zitten kijken met maar een vraag in mijn hoofd: hoeveel Kerstmissen zal ik nog met hem vieren? Hoewel ik daar heel verdrietig van werd koester ik het beeld van mijn vader die zo’n plezier had. Ik hoop zo verschrikkelijk dat hij er de volgende kerst nog bij is.