Als er één politicus is die zijn stempel op Nederland heeft gedrukt, dan is het Hans Wiegel wel. Charmant, eloquent en met die typische glimlach waar menigeen voor viel – zelfs als je het totaal niet met hem eens was. Maar achter die ondeugende ogen en dat gladde praatje schuilt een verhaal vol hoogte- én dieptepunten. Als jong broekie werd hij lid van de JOVD en kwam hij in 1966 in de Tweede Kamer. In slechts vier jaar tijd wist hij het te schoppen tot fractievoorzitter, die fel tegen het beleid van Joop den Uyl was. In een debat met de toenmalige PvdA-premier zei Wiegel de legendarische woorden: ‘Sinterklaas bestaat, daar zit-ie, achter de tafel’, wijzend naar Den Uyl.
Een huwelijk uit het boekje – tot het noodlot toesloeg
In 1973 trouwde Hans Wiegel met Pien Frederiks. Maar het noodlot sloeg keihard toe toen Pien in 1980 om het leven kwam bij een auto-ongeluk nabij Veenendaal. Ze was pas 26 en Hans bleef achter met twee jonge kinderen. Het nieuws sloeg in als een bom – niet alleen in politiek Den Haag, maar in het hele land. En eerlijk is eerlijk: iedereen had met hem te doen. De altijd zo sterke en stabiele Hans verloor in één klap zijn grote liefde.
Nieuwe liefde, nieuw geluk
Een paar jaar later trouwde Hans met Marianne Frederiks, de oudere zus van zijn eerste vrouw. Zij bleef bewust wat meer op de achtergrond, maar was onmiskenbaar zijn steun en toeverlaat. Ze waren jaren heel gelukkig samen, toen het noodlot in 2005 op een bizarre manier opnieuw toesloeg. Ook Marianne kwam bij een auto-ongeluk om het leven.
De terugtrekking en een verrassende rentree
Na de dood van zijn eerste vrouw stortte Wiegel zich nog dieper in zijn werk, maar je merkte aan alles dat hij veranderd was. De vrolijke ondeugd had plaatsgemaakt voor een wat serieuzere man. Toch bleef hij een politiek zwaargewicht. Van 1971 tot 1982 was hij fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, en hij was lijsttrekker in drie verkiezingen. Toen hij 40 jaar oud was, vond hij het mooi geweest met de Haagse politiek. Hij werd Commissaris van de Koningin in Friesland – een functie die perfect bij hem paste. Wat afstand, meer rust, en toch nog invloedrijk. Want Hans Wiegel zou Hans Wiegel niet zijn als hij zich helemaal stilhield. Ook vanuit Friesland had hij nog altijd politieke bemoeienis met de Haagse politieke slangenkuil. Zelfs zonder Kamerzetel wist iedereen: als Hans Wiegel wat zegt, dan luistert men. Zijn ‘Wiegel-interviews’ waren berucht: scherp, geestig en altijd met een knipoog.
De eeuwige kroonprins van de VVD
Wiegel wordt vaak omschreven als ‘de beste premier die Nederland nooit gehad heeft’. En ergens is dat ook zo. Hij was in zijn jonge jaren dé kroonprins van de VVD. Met zijn retorisch talent, zijn charisma en zijn vermogen om de juiste snaar te raken, had hij alles in huis. Met zijn humor en begrijpelijke taal wist hij ook de gewone man te raken en zo groeide de VVD naar meer dan 100.000 leden.
Maar premier werd hij nooit. Misschien omdat hij te nuchter was, te veel hield van zijn vrijheid, of omdat het politieke spel hem soms ook tegenstond. Wat het ook was, Wiegel bleef altijd de man waar men naar opkeek. Een soort vaderfiguur voor de liberalen – streng, maar rechtvaardig.
Opvallende momenten en uitspraken
Wiegel heeft in zijn loopbaan flink wat opschudding veroorzaakt. Denk aan het fameuze ‘nee’ tegen de invoering van het correctief referendum in 1999. Zijn tegenstem zorgde ervoor dat de grondwetswijziging niet doorging, en dat leverde hem de bijnaam ‘De Nachtwaker van de Democratie’ op.
Ook zijn opmerkingen over partijleiders en kabinetten blijven legendarisch. Of hij nou lachend zei dat ‘Rutte het goed doet’ of vilein opmerkte dat ‘sommige ministers niet zouden misstaan in een moppentrommel’ – Wiegel wist hoe hij de aandacht moest trekken.
En dan zijn er nog de vele keren dat hij werd gevraagd om terug te keren in de politiek. Iedere keer weer kwam de vraag: “Hans, kom terug!” En iedere keer weer glimlachte hij die typische Wiegel-glimlach en zei hij: “Ach nee, ik geef liever goedbedoeld advies vanaf de zijlijn.”
Wiegel is en blijft een politieke legende. Een man die meer was dan zijn partij, meer dan zijn functie, en vooral: meer dan zijn fouten. Hij heeft liefgehad, verloren, herwonnen en vooral: geleefd. En dat is wat hem zo menselijk maakte. Of zoals zijn dochter Marieke aan De Telegraaf liet weten: ‘We zijn trots op wie hij was en wat hij voor velen heeft betekend. Voor ons is hij de liefste vader die we hadden kunnen wensen.’
Typisch Wiegel: 6 beroemde uitspraken
1. “U kijkt zo somber, mevrouw.”
Dit zei hij in de jaren ’70 tijdens een Kamerdebat tegen PvdA-Kamerlid Ien Dales. Het was typisch Wiegel: licht provocerend, charmant en speels tegelijk. Hij gebruikte humor als politiek wapen.
2. “Het is weer een puinhoop bij de PvdA.”
Wiegel had een uitgesproken mening over zijn politieke tegenstanders, vooral de PvdA. Hij schroomde niet om hun interne strubbelingen en koerswisselingen op satirische wijze te benoemen.
3. “Het is een prachtbaan, maar ik ben geen sollicitant.”
Deze uitspraak gebruikte hij herhaaldelijk wanneer hem werd gevraagd of hij terug wilde keren naar Den Haag als premier of partijleider. Hij bleef, zoals altijd, de politieke verleiding weerstaan.
4. “Laat ze maar schuiven daar in Den Haag.”
Een klassieke Wiegel, vaak gebruikt als hij commentaar gaf op de politiek vanaf de zijlijn. Hij zag zichzelf dan als de ervaren nestor die het allemaal al eens had meegemaakt.
5. “Dat moet je niet willen.”
Een typische Wiegel-zin waarmee hij met een glimlach hele beleidsvoorstellen onderuit kon halen – zonder harde woorden, maar met des te meer effect.
6. “Ik ben een ouderwetse liberaal.”
Deze uitspraak liet zien dat hij de hoeder van de klassieke VVD-waarden was: individuele vrijheid, verantwoordelijkheidsgevoel en een gezonde dosis nuchterheid.








