‘Ik ging er altijd prat op dat ik mijn moeder om mijn vinger kon winden, want als er íemand was die altijd voor het harmoniemodel ging en totaal niet consequent was, dan was het wel mijn moeder. Heel eerlijk was ik niet anders gewend dan dat ik uiteindelijk toch altijd weer mijn zin kreeg en de boel naar mijn handje kon zetten. Ook als mijn moeder aanvankelijk even wat tegenstribbelde en ook als ze als eens echt boos werd – wat zelden voorkwam – en even helemaal klaar met me was. Toen ze op een dag aankondigde dat ze me tot het einde van het jaar zou geven om een baan en woonruimte te vinden en dat ik er vanaf dat moment alleen voorstond, werd ik dan ook niet warm of koud van die woorden.
Ik was in die tijd vierentwintig, had mijn Hbo-opleiding net afgerond, woonde nog lekker makkelijk thuis en was me aan het oriënteren op een baan – waar ik totaal geen haast mee maakte omdat ik niet stond te trappelen om aan het werk te gaan. Het was een prachtige dag in mei toen mijn moeder me de wacht aanzei. Terwijl ik mijn strandshopper stond te pakken voor een dagje naar zee, kwam ze mijn kamer binnen en deelde heel rustig mede dat ze er genoeg van had om me over de vloer te hebben. Volgens haar droeg ik helemaal niks bij aan het huishouden – niet in praktische en niet in financiële zin – behalve de wasmand vol dumpen, de ijskast leegeten en de wijnvoorraad opdrinken. Het moest klaar zijn met dat gelanterfant. Het werd tijd dat ik volwassen werd en de hoogste tijd dat ik de deur uitging want onze levens pasten niet meer samen onder één dak.
Onderweg naar het strand moest ik stiekem een beetje lachen om die stoere taal en toen ik ’s avonds thuiskwam was ik haar preek eigenlijk al vergeten. Maar de volgende dag herinnerde mijn moeder me er aan. Op precies dezelfde rustige toon zei ze dat ik waarschijnlijk dacht dat het maar een bevlieging van haar was maar dat ze het heel ernstig meende dat ik per 1 januari de deur uit moest zijn, dus dat ik met de hoogste spoed werk moest gaan maken van het vinden van een baan en woonruimte. En anders? Zou ze me dan op straat zetten? Ze zei alleen maar dat ze hoopte dat het niet zo ver zou komen.
In de weken daarna kreeg ik steeds weer dezelfde mantra van haar voorgeschoteld. Ook toen ik had aangeboden om desnoods kostgeld te gaan betalen en ook toen ik een paar keer wat te eten had klaargemaakt en een wasje had gedraaid. Ze bleef bij haar besluit, zei ze. Dat zou me vast rauw op mijn dak vallen omdat ik dit niet gewend was van haar, maar er was dit keer geen enkele kans dat ik er weer mee weg zou komen. Ze vond dat ze het aan zichzelf en aan mij verplicht was om me toch nog wat verantwoordelijkheden bij te brengen voordat het écht te laat zou zijn. ‘Dus uiterlijk op 31 december, maar liever eerder, ben jij de deur uit!’ wreef ze me nog eens in.
Het kostte me een maand om tot me door te laten dringen dat mijn moeder nu – misschien wel voor het eerst – voet bij stuk zou houden en dat maakte me eerst woedend en daarna panisch. Als een verongelijkte puber stampte ik door het huis, maar ik ging intussen ook op zoek naar een baan. Die vond ik vrij snel en eenmaal aan het werk, was ik diep in mijn hart hartstikke blij met die stok achter de deur van mijn moeder. Via het bedrijf waar ik werkte vond ik in oktober woonruimte. Het was niet bepaald het flatje van mijn dromen en al helemaal niet in de buurt die ik me had voorgesteld, maar ik had in ieder geval iets.
In de week voordat ik verhuisde vertelde mijn moeder me hoe moeilijk ze het had gevonden om dit plan door te zetten maar dat ze ervan overtuigd was geweest dat ik hier een les voor mijn leven uit zou halen. Had ze me echt op straat gezet als ik niets had gevonden? Daar was ik echt benieuwd naar, maar ze zei alleen maar dat ze zeker had geweten dat het niet zo ver zou komen.
Nu ik de dertig gepasseerd ben en er zelf over denk om moeder te worden, denk ik weer geregeld terug aan deze periode met mijn moeder. Ik heb ervan geleerd om door te pakken en op mezelf te kunnen vertrouwen. Ik heb er ook van geleerd dat mijn moeder respect verdient en dat ze veel te lang veel te makkelijk voor me was. Dus ze had gelijk toen ze ooit de wijze woorden sprak dat ze het aan mij verplicht was om me nog wat verantwoordelijkheden bij te brengen voordat het écht te laat zou zijn.’







