De onverge­telijke oma K.

 

In het begin kon Elise wel lachen om de dwingerige oma van haar man. Maar na verloop van jaren sloegen ook bij haar de oma K.-stoppen door.

 

De eerste keer dat Remco naar zijn oma ging, wilde ik mee. Ik vond alles van hem leuk, dus ook vast zijn oma. ‘Wacht nog maar even,’ zei hij. En: ‘Later zul je me dankbaar zijn.’

 

Ik ontmoette oma K. niet snel daarna. Ze bleek de Trump onder de oma’s, qua handshake. Met een ferme grip trok ze me naar zich toe, als om me te besnuffelen. Waarschijnlijk vanwege haar slechte zicht. Vervolgens stelde ze me twee vragen. Eén, of ik gelovig was en twee, hoeveel ik woog. Dat laatste wist ze op de kilogram nauwkeurig zelf in te vullen, zo slecht waren haar ogen dus ook weer niet.

 

ze bleek de Trump onder de oma’s qua handshake

 
Mijn schoonmoeder had háár als schoonmoeder en dat was bepaald geen pretje. Eens in de zes weken kwamen oma K. en haar man logeren. Een volle week. Als vanzelfsprekend verbleven ze in de echtelijke slaapkamer. ‘Ik hoor nóg dat geluid, rátsjjj, als ze onze kleding in de kast opzij schoof om haar eigen jurken op te hangen,’ herinnert mijn schoonmoeder zich. Als bleue twintigjarige wist ze er weinig tegenin te brengen. Ook zonder fysieke aanwezigheid, vanuit het verre Groningen, hield oma K. een stevige greep op het jonge gezin. Elke zondag controleerde ze of ze naar de kerk waren geweest. De kinderen moesten een wijk verderop naar de gereformeerde school en voetballen op zondag was uit den boze.

 

In het begin kon ik wel lachen om haar dwingerige aard. Pas na de geboorte van onze eerste, sloegen ook bij mij de stoppen door. Niemand kon de telefoon zo lang laten rinkelen als zij. Vijf keer op een dag, als je niet opnam. Wanneer ze de baby te zien kreeg? Of ze nog eens een fotootje kreeg? Waarom hij niet gedoopt werd?

 

Natuurlijk was er ook sprake van liefde van haar kant. Als we haar bezochten, voelde ik me schuldig om mijn slechte gedachten. Alle foto’s die we stuurden prijkten in lijstjes en het hele bejaardentehuis was op de hoogte van ons wel en wee. Toch verhinderde dat ons er niet van om weinig emotioneel op haar dood te reageren. Toen we na de begrafenis in bed nog valse anekdotes op lagen te halen, hoorden we een keiharde knal. Een antiek vaasje dat ze ons ooit gaf, was uit elkaar gespat.
‘Ze is er nog! Ze is er nog!’ gilde ik.
‘Ach,’ zei Remco, minder onder de indruk, ‘Ze kan ons in ieder geval niet meer bellen.’

 

 Elise van der Velde is freelance copywriter, schrijft een roman en probeert dit alles zo gracieus mogelijk te combineren met haar gezin van vijf. Geen huisdieren, dat moest er nog bijkomen. 

 

witte-balk-met-bol-elise