songfestivalfeest
songfestivalfeest

Gewoon negeren!

Elise weet heus wel hoeveel je van een hond kan houden. Maar ze moet er niet aan denken om er eentje in huis te hebben. Sterker nog, ze krijgt al vlekken in haar nek van ándermans dieren.

 

Geen huisdieren, dat moest er nog bijkomen, zeg ik in mijn bio. En ik meen het. Alleen al van het idee dat ik ’s avonds ook nog een kattenbak moet legen c.q. de hond uitlaten, krijg ik stress. Ik krijg zelfs al stress van andermans huisdieren. Neem nou mijn alleroudste vriendin. Ik heb drie kinderen en geen honden, zij heeft drie honden en geen kinderen en we gedogen elkaars kroost. Nee, dat is niet waar. Zij is oprecht geïnteresseerd in mijn kinderen, ik doe slechts alsof ik haar honden leuk vind.

 

Aan de andere kant van de deur barst een soort drugsinval los

 

Een bezoek aan haar verloopt als volgt. Ik bel aan. Aan de andere kant van de deur barst een soort drugsinval los. Blaffende honden. Gebonk tegen de deur. Bevelen in het Arabisch en Italiaans – mijn vriendin heeft veel in het buitenland gewoond en nam overal vandaan een hond mee. ‘GEWOON NEGEREN!’ gilt ze me over het geblaf heen toe als ik eenmaal in de gang sta. Negeren? Er staat een levend wezen grommend met een warme tong mijn kruis af te likken. Ik heb twee kopjes kamillethee nodig om mijn hartslag weer op pre-hond niveau te krijgen.

 

Ik ken het heus hoor, dat gevoel dat je beest je baby is. We hadden thuis een langharige teckel (al is dat volgens mijn man geen hond) genaamd Tippel. Ik adoreerde haar. Ze mocht bij me in bed en ik gaf haar kusjes op haar snuit. Hondenliefde maakt blind voor bacteriën.

 

Ik gun mijn gezin die extra liefde. Maar twee dingen houden me tegen. Eén: mijn kinderen slokken al 99% van mijn energie op, tot steeds later op de avond want ze worden steeds ouder. En twee: tegenwoordig moet je met stoffer en blik achter je hond aanlopen. Dat was vroeger niet. Toen bleef je gewoon veilig aan de rand van het poepveldje staan, en niemand die je erop aankeek.

 

En toch. En toch. De jongste is acht. Ik was ook acht toen Tippel in mijn leven kwam. Dus deden we laatst een proefwandeling met een leenhond. Gaandeweg ging mijn hart open. Het was wel een pláátje, die twee. En wat zou het goed zijn voor haar zelfvertrouwen. Mijn dochter, die mijn twijfel voelde, keek smekend om: ‘Ah toe? Ik laat hem écht zelf uit!’ Toen rolde de hond in een koeienvlaai, schudde zich naast mijn dochter uit, moest ze huilen en was ik weer genezen.

 

 Elise van der Velde is freelance copywriter, schrijft een roman en probeert dit alles zo gracieus mogelijk te combineren met haar gezin van vijf. Geen huisdieren, dat moest er nog bijkomen. 

 

beeld: www.puphome.com