Eeuwig op zoek naar iets wat niet bestaat

Lees hier deel 21 tot 30 van het feuilleton ‘We moeten praten’

we moeten praten feuillton

Hoofdstuk 21

‘Wat wil je voor je verjaardag doen, Chris?’ We zitten samen in de zonovergoten serre een tosti te eten. Met haar bordje op schoot en haar hoofd voorover gebogen richting haar bord houdt ze even stil.

‘Hoezo?’ vraagt ze voordat ze haar volgende hap neemt.

‘Hoezo? Je bent over twee weken jarig, dus ik vraag me af wat je wilt doen. Een feestje hier, een feestje ergens anders? Groot feest? Klein feestje?’ Ik schraap mijn keel voor de vraag die me al dagen bezighoudt. ‘Wil je je verjaardag met mij en pappa samen vieren? Want dan vragen we pappa gewoon hier. Ik dacht dat je dat misschien wel het meest fijn zou vinden?’ Ze zet haar bord op het tafeltjes tussen ons in en vermijdt mijn blik en nog voordat ze begint te praten, weet ik dat wat ik ga horen niet fijn zal zijn.

‘Pappa vroeg of ik het leuk zou vinden om voor mijn verjaardag naar Disneyland Parijs te gaan. Noor mag mee en we gaan in het Disneyhotel slapen.’ Ze vermijdt mijn blik nog steeds en dat is niet erg, want ik voel hoe het bloed uit mijn hoofd wegtrekt en mijn rechteroor vreemd begint te suizen. Mechanisch sta ik op uit mijn stoel. Wat er nog over is van de tosti glijdt van mijn bord en zeilt over de gladde parketvloer richting Chrissy.

‘Oeps,’ zegt ze en ze lacht maar dat is uit onzekerheid.

‘Sorry.’ Ik veeg de tosti bij elkaar en loop naar de keuken voor een doekje. ‘Sorry lieverd,’ zeg ik nog een keer. ‘Ik… Uh… Je overvalt me een beetje. Maar natuurlijk mag je met pappa en Noor naar Disneyland. Leuk juist. Toch? Hebben jullie al besloten wanneer?’

‘Pappa zei dat het waarschijnlijk beter is om in de meivakantie te gaan. Dan hou ik zijn cadeautje te goed en hebben we iets om ons op te verheugen zei hij.’

‘Vond je het moeilijk om tegen me te zeggen Chris?’ Als ik haar tegen me aantrek legt ze haar hoofd tegen mijn borst. Ik voel haar schouders schokken. ‘Denk je dat ik niet zie hoe verdrietig jij bent en hoe zielig ik dat voor je vind?’ Ze huilt zoals ik haar niet vaak zie huilen. Zonder geluid en met haar ogen dichtgeknepen.

‘Oh lieverd. Kom nou toch eens hier. Kom popje. Ik weet het. Dit is voor jou net zo moeilijk en jij staat altijd maar in je eentje tussen pappa en mij in. Ik wil je niet bij pappa weghouden, echt waar niet. Ik wil dat je net zo goed met pappa blijft als altijd. Maar misschien ben ik gewoon ook wel bang om je kwijt te raken. Misschien ben ik ook wel heel erg boos op pappa. Misschien is dat het ook.’ Ze staat nog steeds tegen me aan. Ik hou haar vast en voel mijn blouse nat worden van haar tranen. ‘Ik ben alleen maar met mezelf bezig geweest, lieverdje. Dat spijt me. Dat spijt me echt. Ik beloof je dat ik er weer voor je zal zijn. Net als altijd.’ Ze haalt diep adem. En nog eens. ‘Zakdoekje?’ Ze knikt en snuit haar neus. ‘Weet je wat Chris? Ik zal pappa bellen over Disneyland. Zeggen dat ik het leuk vind als jullie samen gaan. Want ik wil niet dat je dit soort dingen voor me geheim loopt te houden. Je vindt het toch zeker geweldig om er samen met Noor naartoe te gaan?’ Ze knikt en tovert een flauw glimlachje om haar lippen. ‘Noor en ik hebben het er al over gehad wat we gaan aantrekken.’ Haar glimlach is nu er nu helemaal.

Ik zeg dat ik dat leuk vind en dat ik me dat kan voorstellen.

Als ik toep, toept Hugo over. Zo is het altijd al geweest en zo zal het altijd blijven. Ik besluit dat het nu niet het moment is om hem te bellen. Daar moet ik nog even mee wachten en ik moet er heel goed over nadenken hoe ik dat gesprek zal aanvliegen.

 

Hoofdstuk 22

Net als ik – voor de zoveelste keer de laatste dagen – aan Sammy loop te denken, pingt mijn app. Ze schrijft dat het feit dat zij en Walter zo weinig laten horen, niet wil zeggen dat ze niet aan me denken en ze vraagt of ik morgen tijd heb voor een broodje. Ik staar naar het bericht; niet zeker wat ik ervan moet denken. Heb ik er wat aan dat ze aan me denken? Troost me dat? Streelt me dat? Nee natuurlijk niet. Ik koop helemaal geen ene moer voor onuitgesproken gedachten. Dit soort platitudes zijn een dooddoener van jewelste. Ik merk dat ik me gekrenkt voel. Van vrienden waarmee ik vijf jaar – of waren het er inmiddels zes? – kerst en oud en nieuw heb gevierd, waarmee ik lol had, vertrouwelijk was, om wie ik ben gaan geven, mag ik toch zeker wat meer verwachten dan dat ze aan me denken? Nukkig staat ik naar het schermpje voordat ik laf terugapp dat het me heel gezellig lijkt om elkaar morgen te zien.

Tien minuten later dan afgesproken meld ik me de dag erna op het afgesproken adres. Sammy springt op en lacht haar brede lach voordat ze me omhelst.

‘Hey! Veel te lang geleden. Sorry daarvoor.’ Ze neemt een beetje afstand om me te kunnen bekijken en fluit dan zachtjes tussen haar tanden door. ‘Sodeju! Mooi hoor! Hoeveel kilo? Is dat wat ze het echtscheidingsdieet noemen?’ Ik glimlach terug en leg mijn rechterhand demonstratief op mijn inmiddels super platte buik.

‘Dat is wel het minste wat ik eraan over kan houden.’ Ze lacht weer. Nog wat breder nu.

‘My treat,’ zegt ze dan. ‘Heb je de tijd of zit je op het vinkentouw?’ Ik trek mijn jas uit en gooi ‘m over de vrije stoel.

‘Of ik wijn wil? Of bedoelde je dat niet?’

‘Vertel,’ roept ze opgewekt. ‘Hoe is het nou met je? We hebben echt heel vaak aan je gedacht en het over je gehad. Maar wat koop je daarvoor toch?’

‘Geen moer inderdaad.’ Het klinkt botter dan mijn bedoeling was.

‘We zaten er een beetje mee hoe we dit moesten vertellen.’ Net als gisteren,  toen Chrissy me ging vertellen dat ze met Hugo naar Disneyland gaat voor haar verjaardag, zet ik me onbewust schrap. Vragend kijk ik haar aan. Zonder woorden omdat ik bang ben voor mijn eigen stem.

‘Walter en Hugo hebben contact gehad met elkaar laatst. Ze hadden samen afgesproken om te gaan eten. Het was Walters’ initiatief. Hij zat een beetje met het appartement van de wintersport in zijn maag. Ik bedoel. Nu jullie niet meer meegaan is het maar zeer de vraag wie er dan inkomen. En omdat die appartementen toch wel heel erg met elkaar verweven zijn – en wij er natuurlijk ook samen onze herinneringen hebben liggen – leek het Walter geen goed idee om die wintersport op z’n beloop te laten en de volgende keer met wildvreemde buren opgescheept te worden. Vandaar dat hij Hugo eens wilde polsen. En natuurlijk ook om te horen hoe het me Hugo gaat en zo.’

Ik volhard in zwijgen. Niet meer uit nukkigheid maar omdat mijn hart koud is geworden. Sammy kijkt me aan. Het lachen is haar inmiddels vergaan. Ze kucht ongemakkelijk en gaat een paar keer op haar stoel verzitten. Ik zeg nog steeds niets. ‘Zweet jij maar,’ denk ik bij mezelf.

‘Nou ja. Jezus Britt. Hoe zal ik dit nou eens uitleggen? Hugo voelt er wel voor om de wintersporttraditie erin te houden. Dat leek hem ook leuk voor Chrissy. Zijn nieuwe vriendin voelt er ook wel voor begrepen we. Tenminste als dat tegen die tijd zijn vriendin nog is natuurlijk.’ Haar lach is terug maar klinkt opeens ontzettend nep.

‘Waarom vertel je me dit Sammy?’ Ik klink bits en boos.

Ze kijkt me verward aan. ‘Waarom ik je dit vertel?’ Ze stamelt ervan.

‘Ja Sam. Waarom? Het is verdomme begin april en jij komt me nu van streek maken met een zeikverhaal over een appartement dat notabene pas in december speelt. Ik…’ Zonder mijn zin af te maken sta ik van mijn stoel op. Ik pak mijn jas. Langzaam en beheerst. ‘Sorry Sam. Ik heb geloof ik geen trek meer. Doe de groeten aan Walter van me. We spreken elkaar vast wel weer.’

Als ik buiten kom sta ik te trillen op mijn benen. Van woede, van onmacht en omdat ik weer aan het kortste eind trek. Die avond app ik Hugo of we binnenkort even met elkaar kunnen afspreken en dat ik dat graag buiten de deur doe. Op neutraal terrein.
 

Hoofdstuk 23

‘Afspreken op neutraal terrein?’ Hugo belt per omgaande op mijn app of we elkaar kunnen zien.

‘Dat lijkt me goed ja. Dat praat wat rustiger dacht ik.’

‘Dat klinkt serieus zeg. Kun je niet alvast zeggen waar het over gaat?’

‘Maak het niet zo spannend Hugo. We moeten gewoon even praten. Dat zal nog wel eens vaker voorkomen. En daar wil ik even rustig voor gaan zitten. That’s all!’

‘Okay, okay. Vanavond? Morgen?’

Heb ik hem nu onzeker gemaakt? Haha. Hugo laten bungelen betekent dat je ‘m aan de leiband hebt. Ik lieg dat ik de komende dagen te druk ben en vraag of het voor hem eventueel zaterdag schikt. Hij aarzelt en zwicht. Zaterdag is prima. Tot mijn ontsteltenis stelt hij het restaurant voor waar hij me vroeger, toen ik nog zijn meisje was, wel vaker mee naartoe nam. Hetzelfde restaurant waar hij een paar maanden geleden met ‘haar’ was en waarvan ik het bonnetje in zijn jeans vond.

Ik vraag of Chrissy bij Noor mag zaterdag. Dat mag. Suzan vraagt niet naar de reden.

‘Wil je niet weten waarom?’ lach ik.

‘Ja natuurlijk wil ik dat weten, maar je komt er wel mee als je daar aan toe bent, toch?’

Ik praat Suzan even bij over Hugo’s plannen om voor Chrissy ’s verjaardag naar Disneyland te gaan en dat ik gehoord heb dat hij ‘haar’ komende wintersport wil meenemen in mijn plaats.

‘Schaamteloos,’ zegt Suzan. ‘Maar wat denk je daaraan te kunnen doen?’

‘Ik heb besloten open kaart te spelen want van Hugo’s spelletjes weet niemand de spelregels, dus die kan ik maar beter niet proberen mee te spelen.’

‘Dapper van je. Ik ben benieuwd.’

Dat ben ik zelf ook. En tegen de tijd dat ik voor de kast sta om te bedenken wat ik aan zal trekken naar onze date – want zo voelt het gek genoeg een beetje – voel ik me gespannen. Hardop repeteer ik nog een keer wat ik te zeggen heb: de waarheid. Een half uur voordat we hebben afgesproken belt Hugo. Het eerste wat ik denk is dat hij me laat zitten. Tot mijn verbazing vraagt hij of hij me even op zal halen.

‘Doe geen moeite joh. Ik fiets wel. Het is droog en niet koud, dus geen probleem. Ik zie je zo.’

Hij is in gesprek met de sommelier als ik binnenloop. Ik tik Hugo alleen even op zijn schouder ter begroeting en ga dan snel zitten. De sommelier knikt me toe en wenst me een goedenavond. Onwillekeurig moet ik lachen.

‘Dat wens ik mezelf ook,’ mompel ik als de man wegsnelt.

Hugo zwetst wat over de wijn, zegt wel drie keer dat ik er zo goed uitzie – ik voel mezelf ook mooi in mijn nieuwe suède colbert en skinny jeans -, vraagt hoe het met Chrissy gaat, kucht wat, neemt een enorme teug van zijn wodka, schraapt zijn keel en zegt dan dat hij toch wel erg benieuwd is wat ik hem te vertellen heb.

‘Vragen Hugo. Ik wil je wat vragen.’

‘Oh! Nou shoot!’

Ik kan er opeens totaal niet meer opkomen hoe ik me had voorgenomen om te beginnen. Dat was in ieder geval heel anders dan wat ik er nu uitgooi.

‘Eigenlijk zijn het mijn zaken niet Hugo, maar ik wil je toch iets vragen en dat is of je me een beetje wilt ontzien totdat ik mijn leven weer wat meer op orde heb en ik onze scheiding een plek heb gegeven, want ik ben nog niet zo ver.’

Hij kijkt me aan. Zijn blik is non-descript.

‘Chrissy vertelde dat je haar mee wilt nemen naar Disneyland voor haar verjaardag. Ze vond het moeilijk om dat tegen me te zeggen. Ik denk dat ik het fijner zou vinden als we dit soort dingen eerst even samen bespreken. Snap je dat?’

‘Wat is het verschil?’ Zijn blik is nu hard.

‘Het verschil is dat Chrissy dan niet hoeft te vertellen dat je vriendin de plek van haar moeder al heeft ingenomen. Ze weet dondersgoed dat je me daarmee op mijn ziel trapt. Daarom begon ze er liever niet over.’

‘Dat was inderdaad misschien niet zo handig van me.’ Ik weet niet wat ik hoor en bedenk dat ik nu maar het beste kan doorpakken.

‘En dan is er nog iets Hugo. Van de week sprak ik Sammy. Ze vertelde dat je ‘haar’ ook al mee wilt nemen op wintersport. Dat gaat me in feite niets aan. Het zijn mijn zaken niet. Maar ik wil toch dat je weet dat ik die gedachte ongelofelijk pijnlijk vindt. Die wintersport deden wij samen. Ik bracht Chrissy er naar haar skiklasje en ik haalde haar ook weer op. Ik ben er niet aan toe om mijn plek af te moeten staan. En zeker niet aan haar.’ Ik leg het servet op tafel en sta op. ‘Sorry. Ben zo terug.’

Steunend met mijn handen op de rand van het wasmeubel bij de toiletten haal ik zo diep mogelijk adem. En nog eens. Ik hou mijn polsen onder het stromende koude water. Niet huilen Britt. Kom op. Niet huilen nu. Ik werk mijn lippenstift bij en wapper met mijn handen voor mijn ogen. Nog een keer adem in, adem uit. Als ik terugkom aan tafel steekt hij zijn handen naar me uit. Hij legt ze met de palmen naar boven op tafel en kijkt me aan.

‘Sorry,’ zegt hij dan. ‘Ik snap echt wel dat dit allemaal een beetje te snel voor je gaat. Misschien gaat het voor mij ook wel te snel.’

Ik had elke reactie, elk antwoord, voor mogelijk gehouden. Alles behalve dit.

 

Hoofdstuk 24

‘Het gaat jou ook te snel?’ Ik ben verbaasd, voel opluchting en blijdschap, ik voel zelfs iets van euforie. Ik kijk Hugo aan. Zijn handen liggen nog steeds met de palmen naar boven gericht voor me op tafel. Ik raak ze aan met mijn vingertoppen. Hij knikt.

‘Gedoe?’ vraag ik. Ik heb er al spijt van voordat de woorden goed en wel mijn mond uit zijn. Maar het valt mee. Zoals alles vanavond mee lijkt te vallen.

‘Ik wilde het zelf Britt, dus haar valt niets te verwijten. Maar het is wel veel. Ze is jong. Heel jong. En ze heeft nog allerlei dromen die ik nooit voor haar waar ga maken. Dus gedoe? Ja, ik vind het denk ik wel een gedoetje.’ Hij glimlacht naar me. ‘Walter belde me trouwens gisteren. Heb je Sammy echt laten zitten?’ Hij lacht.

Ik knik. ‘Sommige vriendschappen krijgen opeens een hele andere dimensie. Vrienden waar ik mijn handen voor het vuur zou hebben gestoken, laten het afweten terwijl kennissen opeens altijd klaarstaan en zich als beste vrienden tonen. De band met Suzan, je weet wel, de moeder van Noor, is bijvoorbeeld veel hechter geworden. Met Claire weet ik het nog niet zo net. Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat ze nog jaloers op met is ook.’

‘Walter stelde voor om andere vrienden mee op wintersport te vragen. Een vriendin van Sammy en haar man zouden er wel oor naar hebben.’

‘Goed plan. Moeten ze doen!’ Het lachen gaat me steeds makkelijker af.

‘En Claire trekt zich vooral graag aan andermans ellende op, dus daar zou ik sowieso niet al te veel van verwachten.’ Hugo heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij geen fan van Claire is.

Onze voorgerechten komen eindelijk door. In dit tempo zitten we hier om 11 uur nog en gaan we geheid starnakel de deur uit. Ik voel, nee ik weet, waar deze avond op uit gaat draaien. Net zoals ik weet dat ik spijt ga krijgen als ik het laat gebeuren. Als ik voor de tweede keer richting de toiletten ben geweest en terugkom aan tafel, zit Hugo op zijn telefoon. Zodra ik ga zitten stopt ie ‘m terug in de binnenzak van zijn colbert.

‘Die voelt nattigheid,’ zegt hij ongevraagd. Het is een voor Hugo ongekend openhartige mededeling.

‘Ik weet hoe dat is, maar ik heb gek genoeg helemaal geen zin om medelijden met haar te hebben.’ Hij lacht weer. Dan kijkt hij me aan. Heel lang en diep. ‘Zoals ik met je ben omgegaan verdient niet altijd de schoonheidsprijs. Het was Walter die me dat ongezouten voor mijn voeten heeft geworpen en ik had er een paar dagen voor nodig om die boodschap een beetje te laten landen.’

‘Goh.’ Dat is alles wat ik weet uit te brengen.

‘Voor wat het waard is Brittie.’ Het is lang geleden dat hij me zo noemde. De vertrouwdheid van zijn woorden, zijn aanwezigheid, werkt als een warm bad waar ik moeiteloos inglijd.

‘Ik kan niet ontkennen dat ik het fijn vind dat je dat zegt.’

‘Een soort rehabilitatie?’

‘Wie weet.’

Mijn hoofdgerecht krijg ik amper naar binnen. Ik prik wat met mijn vork in de parelhoen, vis de morieljes uit de saus, neem een paar frietjes en geef er dan de brui aan.

‘Niet lekker?’

‘Heel lekker, maar ik weet niet.’

‘Wat weet je niet?’

‘Ik vind dit verwarrend Hugo. Ik was een paar weken geleden zo ver dat ik de scheiding in gang wilde zetten, weet je nog? Ik was eindelijk zo ver dat mijn hart niet meer zo loodzwaar aanvoelde. Eindelijk kon ik weer een beetje slapen in plaats van elke nacht gierend van de paniek elk uur weg te zien tikken. Ik wilde verder met mijn leven. Langzaamaan zag ik ook een leven zonder jou voor me. Maar zoals ik hier nu met je zit. Ik vind dit echt verwarrend.’

‘Dat snap ik. Ik ook Brittie. Ik vind dit ook verwarrend.’

‘Ging je weg omdat je niet meer van me hield? Of was zij geiler?’

‘Zo zeg.’ Nu weet hij het even niet meer.

‘Ja nou ja. Dat heb ik me wel afgevraagd. Die keer dat ik haar zag viel ze me eerlijk gezegd een beetje tegen. Beetje gewoontjes voor jou. Toen jullie wegliepen draaide ik me even op en toen flitste het door mijn hoofd dat dit alleen maar om de seks kon zijn. Dat stelde me aan de ene kant gerust omdat seks op de lange termijn niet houdbaar is en niet de lijm kan zijn in een bestendige relatie is.’

Hij glimlacht, maar hij antwoordt niet. Even heb ik neiging om de stilte op te vullen. Maar dan verschijnt er een piepklein engeltje voor me dat haar wijsvinger voor haar lippen houdt en me toefluistert dat het precies goed is zo. Niet teveel en niet te weinig. Het is tijd om op te stappen.

‘Geen valsigheidje meer bij de koffie?’ probeert Hugo nog.

‘Alsjeblieft zeg. Het woord zegt het al.’

 

Hoofdstuk 25

Dat ik op de fiets naar het restaurant was gegaan, was mijn redding want zonder was ik geheid voor de bijl gegaan en met Hugo geëindigd. ‘Goed gedaan,’ prijs ik mezelf en dan, als ik mijn make up van mijn gezicht heb gehaald en mijn rechterduim naar mijn spiegelbeeld omhoog heb gestoken, hoor ik mijn telefoon pingen.

‘Ik vond het ontzettend fijn met je vanavond. X’

Godverdomme. Niet doen Britt! Niet happen nu. Je krijgt spijt. Het ging net zo goed. Niet zeggen dat jij het ook fijn vond, want dat vond je wel maar morgen kan alles weer anders zijn. Niet meer reageren nu, naar bed gaan en gaan slapen. Morgen weer een dag.

‘Welterusten,’ app ik terug. ‘Ik vond het ook fijn.’ Alsof ik hier zelf part noch deel aan heb en iemand anders mijn telefoon heeft overgenomen is ook het tweede bericht verstuurd. En dan gaat hij offline en blijft het stil. Ik noem mezelf een sukkel, scheld ik mezelf uit voor onverbeterlijke slapjanus en lig me nog een hele poos ongemakkelijk te voelen en te woelen voordat ik eindelijk in een onrustige slaap val. De dag erna word ik veel te vroeg en met een smaak als een dood vogeltje wakker. Ik zou minder moeten zuipen. Ik zou eigenlijk helemaal moeten kappen met die wijn. Ik zou mezelf een rotschop moeten verkopen en me niet telkens zo laten inpakken. Ik moet niet meer hopen en ik moet al helemaal niet meer met mezelf in conclaaf over de vraag of er een weg terug is, want die is er niet. Ook niet als zijn juffrouw de pleiterik heeft gemaakt of buiten de deur is gezet en  ook niet als hij me zou smeken – wat ondenkbaar is. Wat de laatste maanden me hebben geleerd is dat ik al die jaren met Hugo op mijn tenen heb gelopen. Ongemerkt raakte ik steeds meer van mezelf vervreemd. Ik speelde een rol en vroeg me ik weet niet hoe lang niet meer af wat ik zelf wilde, waar ik zelf voor stond en wat ik zelf vond. Mijn eigen ouders, mijn eigen zusje, raakten de oude Britt kwijt. En dat zal niet anders gaan als ik me weer laat inpakken.

En dan gaat mijn telefoon en voel ik dat mijn hart even – het is maar heel even maar het is echt – een sprongetje maakt. En als zie dat het mijn moeder is die belt voel ik even – het is maar weer heel even maar toch – teleurstelling.

‘Al wakker?’ vraagt ze  – een beetje naar de bekende weg omdat ze echt wel aan mijn stem kan horen dat ik wakker ben. Waar ze eigenlijk voor belt is om te horen hoe het was gisteren. Of eigenlijk weet ze dat ook al – want ze heeft er geen woorden voor nodig om altijd alles te weten – en wil ze vooral horen hoe ik me gehouden heb. Ik begin met het deel dat hij in ieder geval niet meer met ‘haar’ op wintersport gaat omdat Sammy en Walter andere vrienden hebben gevraagd – en hoe blij ik daar mee ben.

‘Is er nu al gelazer?’ vraagt ze alleen maar.

‘Hij vindt het een gedoetje, want ze is wel heel erg jong en ze schijnt nog allerlei verwachtingen te hebben die Hugo niet kan waarmaken.’

‘Die zogenaamde relaties van hem zullen steeds korter worden en er zullen er nog heel veel volgen. Maar goed. Het is waarschijnlijk beter dat ik nu niets meer zeg.’

‘Jawel. Maakt niets uit. Zeg maar. Hoezo zullen zijn relaties steeds korter worden?’

‘Omdat hij het nooit zal vinden. Hij blijft dolen. Eeuwig op zoek naar iets wat niet bestaat en altijd op de vlucht voor zichzelf. Want als hij nou eens écht bij zichzelf te rade zou gaan en een beetje aan zelfreflectie zou doen, dan zou hij zichzelf gigantisch tegenkomen en dat gaat hij liever uit de weg en dat snap ik ook nog wel. ’

‘Zo zeg. Heftig. Hoe weet je dat zo zeker?’

‘Neem nou maar gewoon van me aan dat je beter af bent zonder hem en dat je jezelf er een heel groot plezier mee doet als je de boel gaat regelen. Zoek een advocaat of een mediator of hoe dat ook allemaal heten mag, bel een makelaar, pak je leven op en maak er wat van. Ga aan het werk, kijk in de spiegel en wees trots op jezelf. En laat je niet meer voor zijn karretje of welk karretje dan ook spannen. Echt waar lieverd. Ik heb alleen maar het beste met je voor. En ik geloof in je.’

Soms kan ik een ontzettende hekel aan mijn moeder hebben.

 

Hoofdstuk 26

‘Hi Hugo, Ik denk dat het goed is om de boel te gaan regelen, maar nu echt. Dit huis past me niet meer. De ziel is eruit. Ik ben toe aan een plek voor mezelf. Toe aan een nieuwe start. Zal ik de makelaar eens bellen voor een taxatie? En wat ons tweeën betreft, hoop ik dat we er met een mediator uitkomen. We hebben het er binnenkort wel even over. Britt’

Hij leest de app per direct, maar hij antwoordt niet. Zoals hij ook sinds zaterdag niets meer liet horen nadat ik geappt had dat ik het ook fijn had gevonden, wat aan de ene kant een stomme zet was en aan de andere kant de dingen ook maar weer eens duidelijk maakte. Ik wacht zijn antwoord niet af en bel Makelaar Marc die zo enthousiast reageert dat het bijna gênant is.

‘Ja, ik had al wat opgevangen, maar het is dus echt. Verdrietig voor je, joh, maar goed dat je me belt. Jullie gaan dus verkopen? En moet er ook iets nieuws worden aangekocht? Ik ga sowieso heel erg mijn best voor jullie doen. Zal ik snel even langs wippen voor een globale taxatie? Morgen zou me prima uitkomen. Uur of half 10? Ja? Echt hartstikke goed dat je me gebeld hebt. En sterkte.’

Daarna bel ik het kantoor van de strottenbijter-van-een-advocaat-die-pas-loslaat-als-er-geen-leven-meer-in-zit die Suzan aan me doorgaf. Ik zeg dat het vooralsnog een oriënterend gesprek is en dat ik eigenlijk hoop dat we er met een mediator uit kunnen komen.

‘Dat willen ze allemaal,’ zegt ze afgemeten. ‘Ik laat mijn secretaresse een afspraak met je maken. Je krijgt onze algemene voorwaarden op de mail nadat de afspraak is gemaakt.’

Daarna ga ik aan het werk. Mijn hoofd is ongekend helder en mijn hersens staan op scherp. De woorden vloeien met een snelheid die mijn vingers op het toetsenbord amper bij kunnen houden. Hier krijg ik energie van. En zelfvertrouwen. Zo moet het. Zo wil ik het en zo zal het zijn. Ik werk door totdat Chrissy uit school komt.

‘Thee?’

‘Nee.’

‘Iets anders?’

‘Als ik iets wil hebben pak ik het wel.’

Ik ga door met mijn tekst. Rond het concept af, lees het terug, ben content. Nog even een nachtje laten besterven en dan kan ik er morgen een klap op geven. Goed bezig!

Die nacht slaap ik zo diep dat ik de volgende ochtend even oprecht niet meer weet waar ik ben. Ik kan me niet herinneren hoe lang het geleden is dat ik zo goed geslapen heb. Nadat ik Chrissy naar school heb geholpen en mijn koffietje snel achterover heb geslagen, spring ik onder de douche. Ik ben amper aangekleed als Makelaar Marc aanbelt die meteen weer begint te kirren hoe blij hij is dat ik hem gebeld heb. We doen een rondje door het huis. Van de tweede etage waar ik vooral kom om de was te doen en waar verder alleen twee logeerkamers zijn die zelden gebruikt zijn, zakken we af naar de eerste etage. Chrissy ’s slaapkamer, onze slaapkamer die nu mijn slaapkamer is. De inloopkast, het Franse balkonnetje aan de straatkant, de ingebouwde boekenkasten aan weerszijde van de schuifdeuren met de glas in lood raampjes. Terwijl Marc de ene na de anders foto maakt en af en toe iets in een boekje krabbelt, dwaal ik af naar de dag dat we hier kwamen wonen en de verf van de boekenkasten amper droog was. Telkens streek ik met mijn wijsvinger heel licht over de planken om te voelen of ik al kon beginnen met inruimen. Ik had me er al zo vaak een voorstelling van gemaakt hoe ik vanuit mijn bed alle titels zou kunnen zien, dat ik amper kon wachten. De balkondeuren in Chrissy ’s kamer klemmen een beetje als ik ze opentrek. De loungebank is groen uitgeslagen van de algen en de plantenbakken staan vol water. Het is er nooit van gekomen om hier te gaan zitten. Te heet want pal op het zuiden en vol in zon en te onhandig met de keuken een etage lager.

‘Fan-tas-tisch!’ vind Marc de marmeren schouw bij de open haard op de bel etage. ‘Tjezus! Wat is dat goed gedaan.’

Naarmate de tour vordert bekijk ik mijn eigen huis steeds meer door de ogen van een vreemde. Ik zie de ruimte, de hoge plafonds met de oude ornamenten van gips, de nieuwe strakke keuken, de eettafel met veel te veel stoelen, de luie stoelen in de serre en de kruin van de lijsterbes in de tuin die zijn eerste witte pluimen al laat zien. Elk najaar, als de vogels zich en masse tegoed komen doen aan de overdaad aan rode besjes, zit Teddy het schouwspel vanaf de vensterbank met een heen en weer zwiepende staart te aanschouwen. Het besef dat het nog maar de vraag is of we er komend najaar nog zullen zijn, dringt langzaam door. Het idee dat er dan misschien al andere mensen wonen treft me onaangenaam. Niet aan denken. Niet doen. Het is maar een huis. Er komt wel iets anders. Ik schrik op van mijn telefoon.

 

Hoofdstuk 27

Het advocatenkantoor belt om te vragen of ik heel toevallig die middag al kan want er is een meeting gecanceld waardoor er een uurtje vrijgekomen is. Het hoeft niet natuurlijk, maar ze dacht ‘ik probeer het gewoon even’. Als het niet schikt is de eerstvolgende optie over twee weken. Ik moet even slikken voordat ik toezeg dat het vanmiddag wordt.

Makelaar Marc heeft zijn hielen nog niet eens gelicht of de volgende hobbel dient zich al aan om genomen te worden. Marc ziet het nog steeds zitten en belooft alvast gouden bergen voor het geval dat hij dit ‘prachtige object’ voor ons mag verkopen – wat hij natuurlijk heel erg hoopt. Met de deurklink al in zijn hand wil hij nog wel even weten of hij hier alleen op mijn verzoek is of ook op verzoek van mijn man.

‘Of moet ik al ex zeggen?’

‘Maakt dat uit?’ antwoord ik terwijl ik de deur voor hem openhoud. Zodra ik hem eruit heb gewerkt ga naar Hugo’s kantoor om de trouw-, koop- en hypotheekakte op te gaan graven. De stapels zijn er eindeloos en de chaos zoals altijd enorm. Ik weet niet hoeveel blauwe enveloppen en enveloppen van het Centraal Justitieel Incassobureau liggen ongeopend te versloffen tussen vergeelde kranten, verkreukelde catalogussen van kunstenaars en galeries, aantekeningen, facturen, nog meer facturen en dan zie ik, tussen al die paperassen – waar ik het eerlijk gezegd een beetje benauwd van krijg -, twee boardingpassen. Allebei van JFK terug naar Schiphol en allebei businessclass. De ene op naam van passagier Aardeman en de andere op haar naam. Ik plaats de datum in de tijd. Hebben we het hier echt over een tripje van zo lang terug? Ik tel de maanden op de vingers van beide handen. Dit kan niet kloppen. Ik tel nog een keer. Het klopt echt. Het is op de kop af anderhalf jaar geleden dat hij al met haar ging pierewaaien in New York. Anderhalf jaar geleden precies een maand voordat we destijds naar de wintersport vertrokken. Niet de laatste maar de voorlaatste keer dat we samen met Walter en Sammy gingen skiën, deed hij het ook al met haar? Ik graaf in mijn geheugen. Op zoek naar ongemakkelijke momenten of ongewone voorvallen tijdens die vakantie. Ik graaf en spit en kan niets vinden. Die vakantie was er geen vuiltje aan de lucht. Die vakantie was zelfs ontspannen. Ik kijk naar mijn handen. Ze trillen. Van woede, van verontwaardiging, van verbijstering en omdat er blijkbaar steeds weer opnieuw lijken uit de kast komen rollen. Telkens als ik denk dat alle viezigheid nu wel boven water is gekomen, komt er toch weer een nieuwe lading. Als een bezetenen graaf ik door in de puinhopen van zijn verleden. Stapel na stapel en net zo lang totdat ik een factuur vind die me vertelt in welk hotel hij met die godvergeten slet bivakkeerde. Park Avenue. Sure. Hij heeft haar ingepakt met het fucking Waldorf Astoria. Het factuurbedrag is astronomisch. Natuurlijk is het dat. De hufter. Logisch dat hij inmiddels is uitgekeken op die griet. Ze zullen heus niet hals overkop naar New York zijn vertrokken nadat ze elkaar leerden kennen. Wie weet duurt dit al twee jaar. Hoeveel leugens heeft hij voor haar opgehangen? Hoeveel bedrog was ze hem waard? Ik trek een kast open op zoek naar een map, een ordner. Hij zal de officiële stukken van ons leven toch niet ergens in deze chaos begraven hebben? in de onderste la van zijn bureau ligt een glimmende ordnermap van iets dat krokodillenleer moet verbeelden. De stukken van het huis zijn gevonden. Naar de trouwacte zoek ik niet verder. De advocaat zal me echt wel op mijn woord en blauwe ogen geloven dat we op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd.

Maar gek genoeg vraagt ze er niet eens naar als ik later die middag bij haar aanschuif aan de veel te grote designtafel in één van de conferentiekamers van haar kantoor op de Zuidas. Gepokt en gemazeld als ze is, heeft ze mijn positie binnen luttele momenten doorgrond.

‘Oké, luister Britt. Mag ik Britt zeggen? Het huis staat op jullie beider naam. Je geluk is dat de hypotheek laag is en dat je ervan uit mag gaan dat jullie huis behoorlijk veel meer is waard geworden sinds jullie het kochten. Dat betekent dat hij – ze noemt hem consequent ‘hij’ of ‘hem’ – de overwaarde netjes met je moet delen. Daar valt niet aan te tornen. Maar voor de rest doe je er goed aan als je je geen illusies maakt. Weet jij hoe hij zijn pensioen heeft geregeld? Of er lijfrentepolissen of vergelijkbare producten zijn?’

Ik haal mijn schouders op.

‘Nee? Dat weet je niet dus. We kunnen theoretisch inzetten op alimentatie voor jou, maar leer mij dat soort mannen kennen. Ze betalen een of hooguit twee keer en laten dan hun B.V. ploffen. Alimentatie voor jullie dochter pakken we wel aan. Dus ga er voorlopig maar van uit dat je het met de overwaarde moet doen en dat je het voor de rest zelf moet zien te redden. Hypotheekverstrekkers staan in deze tijd helaas niet meer in de rij voor ZZP’ers, dus behalve als je rijke ouders hebt, heb ik voorlopig niet veel meer voor je in petto.’

Binnen het uur sta ik weer buiten. In de lift terug naar beneden sta ik voor de tweede keer die dag met trillende handen. Ik heb geen clou wat ik te besteden heb, of ik daar een huis voor kan kopen en in welke buurt dat huis dan zou kunnen staan.

Zo goed als ik afgelopen nacht sliep, zo slecht slaap ik deze nacht. Telkens als ik begin te dommelen komen mij hersens weer met een schok tot leven om mij eraan te herinneren dat er nog heel veel geregeld moet worden en heel wat plooien gladgestreken dienen te worden voordat er eindelijk weer overzicht en een beetje zekerheid is. En aan beiden heb ik meer behoefte dan ik aan mezelf durf toe te geven.

 

Hoofdstuk 28

‘Wat had je dan gedacht? Dat hij je de helft van zijn vermogen mee zou geven?’ Het is even geleden dat Claire en ik elkaar zagen. Haar toon is scherp. ‘En laten we nou eerlijk zijn, Britt. Zo erg is het nou ook weer niet. Als je de helft van de overwaarde in je zak kunt steken, kom je er nog altijd verrekte goed van af. Ook als dat betekent dat je niet in deze buurt kunt blijven wonen, want dan zijn er echt nog wel een aantal alternatieven en wil dat nog lang niet zeggen dat je in een achterstandswijk eindigt.’

Welbeschouwd valt er niets af te dingen op wat ze me voor wil houden. Maar de manier waarop ze dat doet stuit me tegen de borst. Als ik niet beter zou weten zou ik er iets van triomf in horen.

‘Weet je wat Claire?’ Net als toen Sammy me laatst plompverloren vertelde dat Hugo er wel voor voelde om de wintersporttraditie erin te houden en dat de andere vrouw er wel voor te porren was om mijn plek in te nemen, klink ik feller dan mijn bedoeling was. ‘Misschien wil ik ook wel heel graag in deze buurt blijven voor Chrissy. Omdat zij hier geboren is, omdat ze al haar vriendinnetjes hier heeft, omdat ze lopend naar school kan en omdat er al zoveel voor haar verandert dat ik haar heel erg gun dat in ieder geval de buurt waar ze woont, dezelfde blijft. En dan komt er nog iets bij. Ik gun mezelf ook dat ik hier kan blijven.’

‘Ja maar jij vindt toch ook dat er steeds meer koude kak komt wonen?’ Claire is niet van plan om op te houden. ‘Dat zei je laatst notabene zelf Britt?’

‘Wat is nou je punt Claire? Zeg het maar! Wat wil je me nou door mijn strot douwen?’ Claire is het niet gewoon dat ik zo tegen haar praat. Ze is het überhaupt niet gewoon dat ik haar tegenspreek. Als ik onze vriendschap zou moeten duiden, dan zou ik zeggen dat de weegschaal altijd een beetje naar haar kant doorslaat, dat zij me altijd een stap voor is en dat ik automatisch volg. Zo was dat vanaf het moment dat we elkaar voor het eerst tegenkwamen toen ik een studentenkamer ging bekijken.

‘Ben je de nieuwe huurder?’ had ze gevraagd.

‘Is het oké hier?’

‘Ik zou het maar doen want veel beter dan dit gaat het niet worden.’

Ik had geen moment aan haar woorden getwijfeld en op de dag dat ik er met mijn bed, een bureau, een oude fauteuil van mijn oma en een stapel dozen mijn intrek had genomen, kwam ze met een fles wijn en twee glazen binnen en voordat we het wisten hadden we elkaars diepste gedachten met elkaar gedeeld. In die voor mij vreemde stad was zij de eerste die me zag staan. Ze nam me mee naar feestjes in het Gooi – waar ze vandaan kwam. Dankzij haar was ik niet alleen en had ik het gevoel dat ik meetelde. Maar er is iets veranderd tussen mij en mijn misschien wel beste vriendin sinds die dag dat ik als meisje uit de provincie in Amsterdam kwam wonen waar alles nieuw was en eigenlijk ook doodeng. Want ik ben dat meisje niet meer en het gevoel dat ik haar iets verschuldigd ben om wat ik aan haar te danken heb, is sleets geraakt.

‘Dus als je het niet erg vindt Claire, dan lig er wél wakker van dat ik geen idee heb waar ik terecht kom straks en dan maak ik me er wél druk over dat ik het voor de rest van mijn inkomen als free lance redacteur moet doen. En nee, ik ga er niet dood aan dat ik het me niet meer kan permitteren om met de kerst en oud en nieuw te gaan skiën, maar godvergeten jammer vind ik het wel degelijk. Want naar die wintersportvakanties keek ik elk jaar heel erg uit. ik heb het daar altijd super gehad en de gedachte dat ik de komende kerst misschien wel bij mijn ouders op de bank zit, daar word ik niet blij van.’

‘Nou ja zeg! Wat is er met jou aan de hand?’ Haar stem gaat de hoogte in van verontwaardiging. ‘Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier meer aan de hand is.’

‘Denk je dat? Eigenlijk doe ik niet meer dan wat jij ook altijd doet. Namelijk geen blad voor mijn mond nemen en gewoon zeggen wat ik denk.’

‘Alsof je dat niet altijd al gedaan hebt! Dit is belachelijk!’ Met een ruk springt ze van de barkruk aan mijn keukeneiland af. Ze grist haar tas van de kruk ernaast en gooit haar colbert over haar linker arm. ‘Hier hebben we het nog wel over, maar dit hoef ik niet te pikken.’

Haar koffie is onaangeroerd is. Ik gooi de inhoud van het kopje in de gootsteen en laat de koude kraan net zo lang lopen totdat er geen spoortje koffie meer te zien is. Dan ga ik als een bezetene aan mijn werk. Pas als na ruim een uur mijn telefoon overgaat stop ik met typen. Het is een onbekend nummer. Een vrouw die zich voorstelt als Eva zegt dat ze voor hun redactie op zoek zijn naar een culinaire redacteur en of ik ervoor voel om elkaar binnenkort even te zien voor een koffietje, want dan kunnen we het erover hebben. Mijn hart maakt een sprongetje. Het kon geen toeval zijn dat deze deur zich vanzelf opende nadat ik een andere deur dicht had durven doen.

 

Hoofdstuk 29

Hugo heeft drie keer gebeld. De eerste keer toen ik onder de douche stond. De andere twee keer stond ik met mijn telefoon in mijn hand en besloot ik om een onverklaarbare reden dat ik niet op zou nemen maar gewoon zou wachten totdat het bellen vanzelf op zou houden. Bij de vierde keer ga ik overstag en neem ik toch op.

‘Ik probeer je al de hele tijd te bereiken Britt.’

‘Dat is dan nu gelukt. Is er brand?’

‘Ik hoor dat er een makelaar over de vloer is geweest. Wat stelt dit voor? Waar ben jij mee bezig?’

Van de schrik voel ik hoe het bloed met een noodgang naar mijn hoofd wordt gepompt. 

‘Hoe weet jij dat?’ stamel ik.

‘Doet dat er toe? Vertel nou maar gewoon waar je mee bezig bent.’ 

Ik voel me overrompeld, schaakmat gezet, schuldig ook. Woorden willen niet komen.

‘Nou?’ blèrt hij. 

Dit keer is het adrenaline die wordt rondgepompt. Is hij gek geworden? Ik klink ijzig kalm als ik zeg dat hij zijn gemak moet houden.

‘Dit huis is net zo goed van mij als van jou. Ik heb je al eerder gezegd dat ik verder wil met mijn leven. Ik moet weten waar ik aan toe ben. Een eerste logische stap is een indicatie van wat het huis kan opbrengen zodat ik weet wat ik ongeveer te besteden heb om in mijn eentje verder te gaan.’ Nu is het aan hem de beurt om stil te vallen.

‘Ben je er nog?’

‘Ja wat dan? Natuurlijk ben ik er nog.’

‘Zullen we het er anders even rustig over hebben binnenkort?’

‘Is die makelaar al met een taxatie gekomen?’

‘Nee. Ik zal je bellen als die er is.’

‘En de scheiding?’ Die zag ik weer niet aankomen. Zou hij er ook lucht van hebben gekregen dat ik een advocaat heb gesproken? 

‘Wat is er met de scheiding?’

‘Kom op nou Britt!’

‘Nee niks kom op nou. Wat bedoel je? Heb jij een voorstel voor de scheiding?’

‘Zo moeilijk hoeft dat niet te zijn toch?’ Hij verraadt zichzelf. Hij heeft er wel degelijk over nagedacht. Waarschijnlijk heeft hij zich net al mij laten informeren.

‘Nee Hugo. Zo moeilijk hoeft dat niet te zijn nee. Laat maar horen wat je bedacht hebt.’

‘Moet dat zo?’

‘Wou je er een fles champagne bij opentrekken?’ Ik moet me nu niet verder uit mijn tent laten lokken. Ik laat een stilte vallen en bal mijn linker hand tot een vuist om mezelf te dwingen die stilte niet op te vullen. Ik hoor hem zuchten. Een diepe, geïrriteerde zucht. Zie je wel? Ik leer snel.

‘Zal ik straks even langskomen?’

‘Straks als in?’

‘Einde middag?’

Als ik op het toilet zit hoor ik de voordeur.

‘Kom binnen!’ Het klinkt net zo cynisch als ik het bedoel.

‘Je wist toch dat ik zou komen? Of moet ik dan soms ook al aanbellen?’ 

In plaats van te antwoorden loop ik naar de keuken om wijn in te schenken. Ik blijf tegenover hem staan terwijl hij op een kruk schuift. Verrassend snel komt hij ter zake. Een advocaat hebben we niet nodig, denkt hij. Dat geld kunnen we beter in ons zak houden. Het huis is inderdaad van ons allebei. Als dat verkocht is, is het daarna eigenlijk zo goed als geregeld. Ik weet waar hij op aanstuurt. Geen alimentatie voor mij, geen aanspraak op pensioenvoorzieningen, alleen een toelage voor Chrissy. Ik besluit voor de short cut:

‘Wilde je ook een omgangsregeling voor Chrissy afspreken of denk je dat we daar samen uit kunnen komen zonder elkaar af te maken?’  

Het valt aan zijn gezicht af te lezen dat hij me niet meer kan lezen.

‘Hoezo?’ vraagt hij. Het klinkt schaapachtig.

‘Heel simpel eigenlijk. We verkopen het huis, ik koop een ander huis – tenminste als dat lukt in deze huizenmarkt -, ik verhuis, Chrissy woont bij mij maar ik wil haar jou niet onthouden en vice versa. Dus ziet ze jou als ze daar behoefte aan heeft en het jou ook uitkomt natuurlijk en we spreken een bedrag af dat jij maandelijks aan mij overmaakt als tegemoetkoming in haar onderhoud.’

‘Totdat ze achttien is.’ Hij verraadt zichzelf nog een keer want het is klip en klaar dat hij zich heeft laten informeren.

‘Want na haar achttiende kan ze in haar eigen onderhoud voorzien?’ Ik schiet onwillekeurig in de lach. ‘Zeg Hugo. Vertel even. Was het een goede advocaat die je gesproken hebt?’ Ik lach nog harder nu.

‘Een strottenbijter,’ zegt hij.

‘Hoe kan dan nou? Die strottenbijter had ik al. Zijn er daar zo veel van?’ 

We lachen nu allebei. 

‘Kun je die makelaar niet even bellen?’ vraagt hij. 

‘Natuurlijk kan dat, maar of dat slim is?’

 

Hoofdstuk 30

Nadat Hugo en ik onze kaarten op tafel hebben gelegd, gaat de boel stromen en dat geeft lucht. Makelaar Marc weet niet hoe snel hij een fotograaf langs moet sturen zodat ons huis de markt op kan. Maar zijn fotograaf is een chagrijnig stuk vreten dat de boot voor de betere opdrachten vast gemist heeft waardoor er geen glimlach af kan en ze door mijn huis loopt te stampen alsof ze het net zelf heeft gekocht. Als we een paar dagen later haar foto’s krijgen keurt Hugo ze af omdat hij er geen fiducie in heeft dat haar werk hebberig maakt. De nieuwe fotograaf is door Hugo zelf gestuurd en als hij aanbelt en ik opendoe ben ik stantepede verkocht. Eén blik in zijn zwartbruine ogen en het is alsof de bliksem bij me inslaat. Ik voel hoe ik tot achter mijn oren dieprood kleur. Van de schrik zet ik het op een lullen dat kant noch wal raakt. Ik hoor mezelf ratelen dat het wel goed moet zitten met hem, met zijn professionaliteit, omdat hij natuurlijk niet voor niets door Hugo, mijn man, mijn bijna ex want heel lang zal die officiële scheiding nu wel niet meer op zich laten wachten, is gestuurd. Hij heeft vast al vaker opdrachten voor hem gedaan toch? Wat? Nog nooit. Nou zeg, dat is grappig, want ik zou gezworen hebben dat dat wel zo was. Wil hij trouwens koffie? Ja toch zeker?

Als hij vanaf zijn barkruk naar me zit te kijken hoe ik loop te prutsen met zijn koffie, voel ik me alsof ik naakt ben – zo kwetsbaar. En dan gebeurt wat er gebeuren moet. Hij staat op van zijn kruk, loopt om het keukeneiland heen en komt vlak voor me staan. Met zijn neus zowat op mijn voorhoofd gedrukt blijft hij even staan. Ik ruik hem, ik voel zijn adem, ik pak met mijn rechterhand zijn linker, druk er een zoen op en kijk hem nog een keer aan maar nu langer. Deze man veroorzaakt kortsluiting bij me. Ik ben degene die begint te zoenen en ik ben degene die hem zo ongeveer meesleurt de trap op naar mijn slaapkamer naar het keurig netjes opgemaakte bed met de sierkussens. Ik schop ze er een voor een af om ruimte te maken terwijl hij zijn trui over zijn hoofd uittrekt. Zijn torso is op zeker de mooiste die ik ooit heb gezien. Breed en gespierd maar niet al te overdreven.

‘Nou?’ hoor ik hem. Is dit het eerste wat hij zegt of heb ik zijn stem al eerder gehoord? Hij wacht mijn antwoord niet af. Begint mijn kleren uit te trekken. Snel maar beheerst. Wat er volgt duurt niet eens heel lang al me al. Maar de intensiteit is een voor mij ongekende sensatie. Nog nooit eerder voelde ik een aantrekkingskracht als deze. Er is geen gêne, er zijn geen remmingen, er is niets te verliezen. Er is alleen maar dit moment van gelukzalig samenzijn. Als het moment voorbij is blijven we heel stil liggen. Hij steunend op zijn ellebogenbovenop mij. Hij glimlacht. Ik glimlach terug. Als hij overeind komt om op de rand van het bed te gaan zitten draait hij zich naar mij terug.

‘Zou er een handleiding zijn voor dit soort situaties?’ Zijn ogen lachen als hij de woorden langzaam uitspreekt. Een betere tekst dan deze op een moment als dit is bij god onbestaanbaar.  

We stellen geen vragen, maar kleden ons aan en lopen achter elkaar aan naar beneden de trap af. Alsof er niets is voorgevallen drinken we koffie. Dan vraagt hij me hem rond te leiden nadat hij zijn koffer met fotoapparatuur heeft geopend en eruit heeft gehaald wat hij nodig heeft. Ik vraag of ik erbij moet blijven of dat hij liever zijn gang gaat zonder op zijn vingers te worden gekeken.

‘Nee hoor, gezellig.’ Dat is al. Zou deze man is gouden oneliners grossieren? De volgende uren keuvelen we door het huis alsof we nooit anders gedaan hebben. Bij mijn bed aangekomen zegt hij dat het er waarschijnlijk lekkerder uitziet als ik het wat fatsoeneer.

‘Lekker?’

‘Heerlijk. Smaakte naar meer.’

Voordat we afdalen naar het souterrain nemen we nog een verse koffie. In de tuin staat de rododendron vol in bloei. Hij stopt zijn neus even in een van de bloemkelken voordat hij er een foto van neemt.

Bij het afscheid geeft hij zijn kaartje.

‘Dag Britt, mag ik je bellen?’

Hugo belt die avond om te vragen hoe het ging.

‘Wel goed denk ik. Ja. Goed.’

 

‘We moeten praten,’ is een semi autobiografisch verhaal over radeloos verdriet en verlies, over verlaten worden en bedrogen uitkomen; kortom een verhaal over een huwelijk dat gedoemd is om te stranden. Het is ook een verhaal over opkrabbelen, opnieuw beginnen, fouten maken en vergissingen begaan, onderuitgaan en uiteindelijk over healing. Iedereen die ooit heeft geleden aan een gebroken hart door een verloren liefde zal zich in het verhaal kunnen herkennen en er troost uit kunnen putten. Want hoewel geen enkele scheiding hetzelfde is, zijn de worstelingen en het verdriet wel degelijk universeel.

Geschreven door: Britt Bottelier

Door: Redactie Franska.nl

Afbeelding van Redactie Franska.nl
newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!