Bijna een jaar geleden verloor Maarten zijn dochter Sterre. Maar hoewel ze heel graag wilde, lukte leven haar niet. Vorig jaar werd haar de euthanasie “gegund”. Voor Franska schreef hij over zijn onmetelijke liefde voor zijn dochter, haar leven en haar overlijden.
Maarten van der Starre
Het Wilhelminaplein in Naaldwijk gonst van gezelligheid. Veel mensen genieten in het zomerzonnetje van een lekkere lunch met een goed glas wijn. Op de vele terrassen is geen stoeltje meer vrij. Bij de Oude Kerk aan het plein ontstaat ook drukte. Een groeiende verzameling van mensen. Allemaal gekleed in het wit of beige. Feestelijk. Langzaam ontstaat een soort rij. Nee, geen rij, een dubbele rij. Een erehaag. Vast voor een trouwerij. Mensen op de terrassen draaien nieuwsgierig hun stoel al wat richting de kerk.
Een auto rijdt het autovrije plein op. Het is vanaf de terrassen niet goed te zien. De lange erehaag ontneemt het zicht. Over het plein klinkt muziek. Het intro van ‘O’ van Coldplay. Melodieuze pianoklanken. Het overstemt het geroezemoes van de terrassen. Alle blikken richten zich op de kerk en de erehaag. Ook toevallige passanten blijven staan. Altijd leuk om een bruidje te zien. Plots stijgt boven de erehaag een wonderschoon roomwitte kist uit. Terwijl de mensen in de erehaag beginnen te applaudisseren, vallen de terrassen stil. Gedragen door zes jonge mensen zweeft de kist op het ritme van de muziek zacht over het plein.

In die kist ligt Sterre, mijn dochter. Mijn lieve, prachtige, dappere Ster werd 24 jaar. Hand in hand met mijn vrouw en onze schoondochter loop ik achter haar kist. Sterres twee broers, twee nichtjes en twee vriendinnen dragen haar, zoals ze ook in haar leven vaak deden. Tranen vullen mijn ogen. Niet omdat ik verdrietig ben. Dat ben ik wel. Maar omdat ik zie en voel dat vandaag precies is zoals Sterre voor ogen had.
Sterre was ongeneeslijk ziek. Ziek in haar hoofd. Haar psychisch lijden uitzichtloos en ondraaglijk. Op die basis was euthanasie haar gegund. Het was niet dat Sterre wilde sterven. Ze hield van het leven en vocht knetterhard om het leven dragelijk te maken. Maar tientallen therapeuten, alle mogelijke medicatie, een aantal klinische opnames en talloze behandelingen, waaronder 22 ECT-behandelingen – ‘ik laat mijn hersenen frituren’ – brachten geen verbetering.
Vaak wordt gedacht dat een psychische stoornis aan iemand te zien is. Dat je aan de buitenkant kunt zien hoe iemand zich voelt. Grootst mogelijke onzin. Sterre slaagde ‘gewoon’ voor haar studie communicatie in Leiden. Ze speelde piano, zat op hockey en genoot bij ballet van elke gelukte relevé, arabesque of pirouette op haar spitzen. Sterre had lieve vriendinnen en ging op ontelbaar veel koffiedates. Ze bezocht concerten, straalde op het podium bij dansshows en ging op vriendinnenvakanties. Sterre had een heerlijk gevoel voor humor, kon heel hard lachen en was intens zorgzaam voor wie kwetsbaar en weerloos was. En toch. Dat alles kon haar niet hier houden.
De dood zelf was voor Sterre geen keuze. Het was een opgedrongen noodzaak. Haar zieke hoofd was niet meer te genezen. Ze was intens verdrietig dat ze alles wat zo goed, mooi en lief was moest achterlaten. In haar laatste woorden schreef ze: ‘Als liefde het medicijn kon zijn, had ik nooit hoeven gaan.’ Afscheid nemen deed haar onmenselijk veel pijn.

Binnen in de kerk zie ik op de grote schermen haar foto. Wat hou ik van haar. Ondanks of dankzij alles wat we met elkaar hebben meegemaakt. Dat onderscheid is weggevallen. In mijn hele zijn voel ik haar. Ze is in me gekropen. Sterre landt bij het koorhek zacht in een oceaan van witte bloemen. Zonnestralen vanuit de hoge kerkramen zetten haar kist in een hemels licht. Een zuchtje wind fladdert langs mijn gezicht en fluistert haar laatste woorden als een mantra in mijn oor: ‘Dag pap, oneindig veel liefs, … oneindig veel liefs, … oneindig veel liefs.’
Foto: StudioRooij





