Anna Maria is 47, moeder van een dochter van veertien en ze woont in de Randstad. Na twintig jaar strandt haar huwelijk. Op deze plek deelt ze wekelijks haar ervaringen.

 

‘We zijn eruit. De papierwinkel is rond en de scheiding binnenkort een feit. Geen ingewikkelde dingen. Verbluffend eenvoudig achteraf, want alles in goed overleg. ‘Een convenant volgens het boekje’, volgens onze advocaat. Geen strikte omgangsregeling voor onze dochter, maar in overleg. Geen lijst voor de boedelverdeling, maar in overleg. Dat laatste overleg staat voor vandaag op de planning. Natuurlijk hier bij mij, daar waar de boedel zich bevindt.

 

Persoonlijke dingen en dingetjes, die kunnen we overslaan, zegt hij en vind ik ook. ‘Persoonlijk als in kleding, sieraden, persoonlijke cadeaus en persoonlijke familiedingen?’ vraag ik voor de zekerheid. ’Zo is dat’, zegt hij. ‘Dus die kandelaar die ik aan jou heb gegeven voor je verjaardag, die blijft van jou?’ Hij lacht. Ik lach met hem mee. En net als ik denk dat dit wel héél erg in harmonie en makkelijk gaat, loopt het opeens en zo snel dat we ‘m waarschijnlijk geen van beiden zagen aankomen, totaal uit de hand.

 

De auto, mijn auto. Waarom hij daar nou over begint? Dat is toch gewoon mijn auto en hij heeft toch zeker geen twee auto’s nodig? Nee lieverd – ik ben je lieverd niet – doe nou even niet zo moeilijk – ik moeilijk?? Die auto staat op zijn naam, hoor ik hem zeggen. Hij heeft die auto gekocht. Nieuw. Voor mij om in te rijden. Wat ik nu al bijna twee jaar doe. Maar hij staat op zijn naam. Dus moeten we die auto verrekenen, vindt hij. Verrekenen waarmee?? En waarom staat die auto op zijn naam en weet ik dat niet? Omdat ik niet zat op te letten? Alsof ik een reden gehad zou moeten hebben om daar op te letten? Zo gingen die dingen toch niet? Zijn er soms nog meer konijnen die hij met die stomme grijns op zijn smoel uit de hoge hoed gaat toveren? Nee, ik bind niet in, idioot. Jij bent idioot.

 

‘Heb je me met die auto nou ook nog verneukt? Ik dacht dat het alleen dat eeuwige vreemdgaan van je was. Maar hiermee heb je me ook nog eens bij mijn ballen gehad?’

 

Het is dat gevoel van onmacht waarin wordt gepoerd. Het is dat wat hem ongrijpbaar en onbetrouwbaar heeft gemaakt. Dat waardoor ik me niemand en niets meer voelde. Nu weer voel. Het is een open zenuw en het maakt het slechtste in me los. De woede is zo heftig dat ik ervan ben ga trillen. Ik zie mezelf tekeergaan, maar ik heb mezelf niet meer in de hand. Ik zou hem iets aan kunnen doen nu. Ik begin te huilen. Te snikken. Met afschuwelijk diepe uithalen die door de kamer, het huis, gieren. Ik wend mijn hoofd af. Wil hem niet meer zien. Gebaar dat hij moet opsodemieteren. Dat ik hem nooit meer wil zien.

 

Hij zegt dat ik rustig moet worden en hij probeert me vast te pakken. Ik sla zijn hand weg. Zo hard dat ik het de volgende dag nog voel.’

 

Benieuwd naar hoe het begon? Lees het hier…