De reden dat je schrikt als je een foto van jezelf ziet

 

Soms zie ik een foto van mezelf en dan schrik ik me te pletter. ‘Zie ik er zó uit? Had je niet even iets kunnen zeggen? Lekkere vriend ben jij, zeg!’

 

Op een boos drafje loop ik naar de dichtstbijzijnde spiegel om te constateren dat de schade allemaal best wel meevalt, op een pandaoogje hier en daar na. Hoe het kan? We zien er blijkbaar helemaal niet zo uit als we denken.

 

Het is dus niet gek dat je vriend-vriendin-moeder-zus je aankijkt alsof je ze niet allemaal meer op een rijtje hebt in de bovenkamer, want zij weten beter hoe jij eruit ziet dan jijzelf. Hoogleraar Liesbeth Woertman legt uit aan Psychologie Magazine dat we altijd oordelen en onszelf controleren als we in de spiegel kijken. Dat gezicht is hoe je dénkt dat jouw hoofd eruit ziet en hoe vaker je het ziet hoe meer je dat waardeert. Maar wat er op je gezicht gebeurt als er geen spiegel in de buurt is weten we niet. Zo schijn ik ‘the face’ te hebben, hoorde ik deze week. Die krijg je als ik met mijn koptelefoon op aan het werk ben en je tóch tegen me begint te praten. Ik wist dus niet dat ik die had, maar mijn collegae zeggen van wel. Ben ik mooi klaar mee.

 

Onze Lotte van Amayzine beticht me er ook altijd van dat mijn gezicht alle kanten op schiet als ik een verhaal schrijf. Kan kloppen, want ik schrijf over wat ik van iets vind en ik zit nogal ruim in m’n mimiek. Maar die gezichten ken ik dus niet, volgens mij zou ik mezelf straal voorbij lopen in het winkelcentrum. Misschien dat ik nog even zou denken: waar ken ik die vrouw toch van?

 

Je denkt dat je hoofd een constante is, maar het tegendeel is waar. Je kijkt boos, je lacht, je bent moe of je straalt. Maar ondertussen zie je jezelf ook nog eens altijd in spiegelbeeld en daar zit de rechterhelft van je gezicht links en andersom. Nog meer factoren die eigenlijk niet kloppen. Om alles mooier te maken dan het is, gooien we op Insta ook nog een filtertje over de foto’s heen en je hebt zo selfie-dysmorphia te pakken. Sel-fie-dys-mor-phi-a, ja. Je lijdt hieraan als je de werkelijke foto’s van jezelf niet meer aan kunt zien, omdat je alles zo heftig manipuleert en mooier maakt dan het is.

 

Kijk dus nog maar een keertje extra als je jezelf op een foto ziet die je niet herkent, je lijkt er meer op dan je denkt. En zo hou je die dysmorphia buiten de deur, want da’s nogal ongezond,  dacht ik zo.

 

Door: Adeline Mans

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Adeline Mans