De buurtborrel en de bezem

 

In een straat als de onze, waar de huizen onderverdeeld zijn in boven-, beneden- en tussenwoningen, heb je nogal wat bewoners en dus is het zo gek niet dat het allemaal wat anoniemer wordt dan bijvoorbeeld in het dorp waar ik opgroeide.

 

Vijftien jaar woon ik nu in deze straat, maar de keren dat ik een praatje heb gemaakt met mijn buren zijn op een paar handen te tellen. Bij geen van hen ben ik ooit binnen geweest. Onze directe buren overigens wel eens bij ons. Als we een feestje geven en waarschuwen voor de geluidsoverlast, gaat dat het beste gepaard met de uitnodiging om vooral een glaasje te komen halen, en daar is wel eens gebruik van gemaakt. Maar als je zelf een partijtje geeft, spreek je je gasten nauwelijks.

 

In een straat als de onze, waar de huizen onderverdeeld zijn in boven-, beneden- en tussenwoningen, heb je nogal wat bewoners en dus is het zo gek niet dat het allemaal wat anoniemer wordt dan bijvoorbeeld in het dorp waar ik opgroeide. Daar kende iedereen elkaar. Als mijn moeder stond te koken, kwamen de buren geregeld een sherry’tje drinken. Als ik kinderpostzegels moest verkopen, was ik binnen de kortste keren los, ook al hadden die bewoners zelf allemaal met zegels leurende kinderen.

 

Schuin tegenover mij woont een oudere actrice uit Oogappels, die ik vaker op televisie heb gezien dan dat ik haar tegenkom op straat. En omdat ze een beroemdheid is, durf ik haar dan niet te groeten, maar dat zegt misschien meer over een andere neurose van mij.

 

Toen er deze zomer iemand in een bodybag door ambulancepersoneel naar buiten werd gereden, had ik geen idee om wie dat ging.

 

Een van mijn straatgenoten vond het de hoogste tijd dat we die naamloze situatie eens zouden doorbreken. Zelf woonde ze hier al sinds de jaren tachtig en had veel buurtgenoten zien komen en gaan. Anders dan de rest had zij heel goed in de smiezen wie wie was.

 

De eerste zondag in januari nodigde ze alle begane-grondbewoners van de even nummers bij haar thuis uit. Ze had een Japans thema bedacht voor de borrel, waarvan ze al vermoedde dat die voor veel mensen het liefst ‘dry’ gevierd zou worden. Dus was er Japanse groene thee en een soort detoxsoep met allerlei kruiden en groenten, licht verteerbaar en in Japan hét traditionele gerecht dat je na een periode van schranzen en bunkeren (waar ik me weinig bij kan voorstellen in het geval van Japanners) eet.

 

Ze had er overduidelijk over nagedacht. In dat licht had ze ons ook allemaal gevraagd om een bezem mee te nemen. Net als alle andere genodigden had ik dat verzuimd. Je moet weten dat de buurvrouw nogal een excentriek en lichtelijk directief figuur is, dus ik had het gelezen als een verzoek om na afloop samen op te ruimen. Dat kon ook wel zonder bezem, leek me. Maar daar had het allemaal niks mee te maken. De bezem was een symbool. Vroeger, vertelde onze gastvrouw, die graag leeftijdloos blijft maar die ik inschat als zeventiger, ontmoetten buurtgenoten elkaar als ze hun deel van de stoep aanveegden. Misschien konden we daar nog wat van leren.

 

Als uitgehongerd dook iedereen tijdens die borrel, die dus eigenlijk een theeschenkerij was, boven op elkaar. Er werd flink gebabbeld en ik ontdekte zelfs dat slechts een paar huizen verderop al die tijd een vroegere huisvriendin van mijn ouders woonde.

 

Na afloop kregen we een kaartje mee, waar een poppenbezempje op was geplakt.

 

Ik zei al, de buurvrouw is lichtelijk directief. Maar ook een creatieve geest en een verbinder. Een om te koesteren.

Door: Esther Goedegebuure

newsletter image
newsletter close button newsletter image
Word jij ook gezellig
Franska vriendin?
Zo maak je kans op
prijzen en uitjes!