songfestivalfeest
songfestivalfeest

Perfect bloed en normale longvelden

 

Alice is ziek en knapt niet op. Wat is er aan de hand? vroeg niet alleen Alice zich af, maar ook haar huisarts.

 

Deze zomer werd ik ziek. Ik was met vakantie, lag aan een Spaanse costa en werd ineens verschrikkelijk verkouden. Hoesten, keelpijn, verstopte neus, hoofdpijn, benauwd en beroerd. Twee lange weken werd de pharmacie mijn beste vriend. Met een tas vol neusspray, hoestdrank, paracetamol en papieren zakdoekjes trotseerde ik iedere dag de mediterrane hitte en bracht ik hijgend de dag door op een bedje aan de zee. Eenmaal thuis knap ik op, dacht ik. Dan slaap ik in mijn eigen bed en rust ik uit.

 

Maar eenmaal thuis bleef alles hetzelfde. Omdat ik voor een beetje hoesten en een verstopte neus niet naar de dokter ga, ging ik gewoon aan het werk. Ik werkte veel en nam af en toe wat lepels hoestdrank bij het ontbijt. Eind oktober constateerde mijn huisarts –die ik inmiddels had bezocht, want ‘dokter, ik ben zo moe van het hoesten’ een longontsteking. Ik slikte acht dagen antibiotica en deed ondertussen mijn werk.

 

De kuur deed niets: ik bleef hoesten, mijn lijf werd steeds vermoeider. Een zwaardere antibiotica werd voorgeschreven, ik moest bloed laten prikken en longfoto’s laten maken, want, zo zei de dokter: ‘Er zit een vreemde piep in je rechterlong.’ Mijn bloed bleek in orde (‘Perfect bloed,’ zei de doktersassistente), mijn longvelden waren normaal, maar ik werd steeds zieker.

 

Vier uur lang trok een bonte stoet van verpleegkundigen, coassistenten, artsen en supervisors aan me voorbij

 

Zo zat ik een week geleden huilend bij de huisarts, doodmoe van alle kuren en het zware hoesten dat maar niet ophield. Hij stuurde me naar de longarts op de eerste hulp van het ziekenhuis. Daar ging het allemaal reuze snel. Mijn bloeddruk werd gemeten (‘die is te laag, dat verklaart de duizeligheid’), er werd bloed afgenomen (‘er zijn ontstekingswaarden te zien’), ik moest plassen in een potje, spugen in een potje, er werd een kweek van mijn keel genomen en foto’s van mijn longen en mijn bijholtes gemaakt. Vier uur lang trok een bonte stoet van verpleegkundigen, coassistenten, artsen en supervisors aan me voorbij.

 

Aan het einde van de dag kwam longarts mijn kamertje binnen.
‘Zo jongedame,’ sprak hij plechtig van achter zijn hoornen bril. ‘Wij zien in uw longen geen afwijkingen. Ook niet in uw bloed, urine en keelslijm.’

 

‘Maar waarom ben ik dan zo ziek?’ piepte ik vol schuldgevoel. Al die commotie om niks.

‘U heeft een virale infectie. Die kan lang aanhouden. Antibiotica helpt daar niet tegen.’ Hij zette zijn bril af en daarna weer op en zei toen: ‘Heeft u het al eens uitgeziekt?’

‘Uitgeziekt?’ vroeg ik.

‘Ja. Op bed liggen. Uitrusten. Een beschuitje eten, beetje thee drinken. Dat soort dingen.’

‘Eh, nee,’ zei ik naar waarheid. Aan uitzieken had ik nog niet gedacht.

‘Dan moet u daar eens mee beginnen. Ik denk dat zal helpen.’ Daarna verdween hij achter het gordijn en ik naar huis.

 

Mijn moeder zei later dat uitzieken vroeger heel gewoon was, maar dat de mensen daar tegenwoordig geen tijd meer voor hebben. Ik denk dat ze gelijk heeft.

 

Heeft u tijd om uit te zieken?

[poll id=”21″]

 

Alice Binnendijk is journalist. Ze houdt van schrijven, fietsen, hardlopen en Netflix. Ze is getrouwd, heeft twee dochters en werkt als chef bij Franska.nl.

Fotografie portret: Esmee Franken, visagie: Linda van Iperen, haarstylist: Mandy Huijs