
Zo maak je het
- Verwarm de olijfolie met de knoflook in een ruime koekenpan. Voeg, zodra de knoflook begint te geuren, de spinazie en een snufje zout toe. Bak ongeveer 3 minuten, tot de spinazie geslonken is. Haal de spinazie uit de pan en laat uitlekken in een vergiet.
- Laat de spinazie afkoelen en knijp vervolgens zo veel mogelijk het vocht uit de spinazie. Hak de spinazie fijn.
- Meng in een ruime mengkom de ricotta met de spinazie en Parmezaanse kaas. Breng op smaak met nootmuskaat, zout en peper.
- Zet een bak klaar met de bloem en een grote schaal voor de malfatti.
- Vorm kleine balletjes ter grootte van een walnoot van het ricotta-mengsel en rol deze door de bloem. Leg de malfatti apart en laat15 minuten rusten. Herhaal deze handeling vijf keer.
- Zet een grote pan water op het vuur en breng aan de kook. Voeg zout toe zodra het water kookt.
- Kook de malfatti nu af. Zodra de malfatti boven komen drijven laat je ze nog 1 minuut koken.
- Begin intussen met het maken van de botersaus. Smelt de boter met de salie. Laat de salie zijn aroma afgeven. Voeg 2 eetlepels kookwater toe en laat zachtjes koken tot een gladde botersaus.
- Haal de malfatti met een schuimspaan uit het water en doe ze bij de boter. Roer of schud de pan tot alle malfatti bedekt zijn.
- Serveer met een beetje Parmezaanse kaas.








