songfestivalfeest
songfestivalfeest

Richt je hoofd op en ga door

Wat als we al het nare dat ons overkomt nou gewoon eens van ons laten afglijden, zoals een slang doet met z’n oude huid?!

 

Er is een liedje waarin de zangeres tijdens het refrein zingt dat het haar niet uitmaakt wat mensen zeggen, dat ze niet achteromkijkt, en dat ze haar oude huid laat vallen en gewoon wegloopt*. Los van het hypnotiserende deuntje waarop ze het zingt, zijn het woorden die zich bij vlagen al oorwurmend in mijn hoofd zetten. Als een mantra zing ik de tekst soms dagen achtereen. Doorgaans zijn het de dagen waarop ik heel hard m’n best doe om iets als een oude huid van me af te laten glijden en verder te gaan.

 

Ik vind het een mooie metafoor: die oude huid van je afschudden, zoals een slang dat eens in de zoveel tijd doet. Die oude huid loslaten alsof ‘ie te klein is geworden voor de ‘ik’ die je nu bent. Die ‘ik’ is gevormd door alle ervaringen die je in je leven opdoet, goede en slechte. Ze zorgen ervoor dat je bij vlagen uit je jasje groeit, iets nieuws moet doen, een nieuw pad moet inslaan.

 

Dat voelt vaak ongemakkelijk, die eerste stappen op een nieuw pad. Je huid laat los, je weet nog niet of wat ervoor in de plaats komt, je zal bevallen. Je hecht nog aan het oude, terwijl je weet dat verandering onontkoombaar is. Bovendien, het is niet de periode waarop je op je mooist bent – en in deze metafoor heb ik het dan vooral over het innerlijk. Je aarzelt, er is innerlijke strijd, je voelt je onzeker. In deze chaos loop je rond met die half-losse huid. Laat je hem los of probeer je hem angstvallig om je heen te wikkelen?

 

Je kunt natuurlijk vol verdriet neerknielen bij het stukje van jou dat je achterlaat, wetend dat je nooit meer hetzelfde zult zijn. Je kunt tranen vergieten over al het slechts dat je is overkomen en daar volledig in blijven hangen. Maar wat heeft het voor zin? Waarom zou je huilen om iets dat niet meer nodig is? Waarom niet kiezen om te waarderen wat er voor in de plaats is gekomen? Laat het los, richt je hoofd op en ga door.

Dat is dus heel makkelijk opgeschreven, maar in de praktijk behoorlijk lastig, zo ondervind ik bij elk loslatend huidje. Iedere keer overkomt het me weer, blinde paniek: wat overkomt me? Néé, ik wil dit niet, ik wil dat alles bij het oude blijft! Angstvallig probeer ik m’n oude ‘ik’ bij elkaar te rapen en huil ik ontroostbaar om m’n handen vol ellendige, losse, oude vellen. Ik zit – nogal letterlijk – bij de pakken (huid) neer. Voel me naakt en kwetsbaar. En eigenlijk ben ik er vrij zeker van dat het nooit meer zo goed zal worden als het was. Tegelijkertijd weet ik: ik moet door, gewoon verder. Kan niet anders. Het leven ontwikkelt zich namelijk voor- en niet achteruit. Na een tijdje komt er wat eelt op m’n nieuwe huid, de eerste blauwe plekken en schrammetjes tekenen een nieuw patroon van ervaringen. M’n huid past me weer, voelt weer eigen. En dan leer ik telkens weer: Natuurlijk is het goed om bewust afscheid te nemen van dat wat was. Natuurlijk mag ik rouwen om dat wat ik achterlaat. Maar laat ik door m’n tranen heen ook kijken naar dat wat er mogelijk is geworden.

 

Omarm je nieuwe huid, ook als dat onwennig is en je het idee hebt dat ‘ie, door alles wat je hebt meegemaakt, nooit zo mooi kan zijn als je oude. Richt je blik op de toekomst, waarin je, net als nu, ook over deze huid eens in tranen zult staan gebogen omdat je hem moet loslaten.

 

*De oorspronkelijk Engelse tekst van het liedje luidt: I don’t mind what people say, no I won’t look back for another day, gonna shed my skin and walk way (D*Note – Shed My Skin). Je vindt het liedje op

 

 

 

Door Margreet Botter

 

Margreet Botter woont met man en zoon in het midden van Nederland. Ze werkte jaren bij Libelle, waar Franska haar baas was. In de loop der jaren bloeide er een voorzichtige vriendschap tussen de twee, die zich nog steeds aan het ontwikkelen is.