Wieke krijgt de rillingen van ‘mijn lief’

 

Ik word thuis ‘Dar’ genoemd door Man. Dat is de afkorting van Darling. Toen onze relatie nog heel pril was, zei hij altijd ‘angel of my life’, maar dat was best lang en hij sprak het expres raar uit. Eensjel of mai laif. 

 

Toen onze kinderen net leerden praten, zeiden ze ook Dar tegen mij omdat ze dachten dat ik zo heette. Hoe ik hem noem? Meestal gewoon ‘schat’, of ‘engerd’. Het gebruik is afhankelijk van de situatie. En soms zegt hij ‘schoonheid’. Ook dit is afhankelijk van het specifieke moment. Als ik beneden kom in mijn knalroze badjas, met mijn haar op de pluisstand, voeten in onelegante, maar lekker warme slippers, dan zegt hij dat. Ik zeg ‘engerd’ als ik vind dat hij zeurt. Wel met als ondertoon ‘ik meen dit niet echt hoor schat’.

 

In elke familie dwarrelen koosnaampjes rond. Bij jullie vast ook. Onze jongste zoon is er een ster in. Hij noemt zijn vrouw ‘Plubo’, geen idee waar het vandaan komt. Weet ie zelf ook niet. En hun beeldige dochter, een aankomend dondersteentje van de bovenste plank met haar één jaar, gaf hij ook een krankzinnige naam, die ik hier niet zal noemen – privacy en zo… Vroeger bedacht hij al namen voor mensen en dingen. De kat van zijn zus heette officieel Balou, maar het werd al snel Kip, op zijn initiatief. Wat staat er op haar grafje? (Ze is er inmiddels niet meer.) Juist: Kip. ‘Uit liefde verzonnen hoor,’ beweren Man en Zoon dan.

 

Het is stukken beter dan het over ‘mijn lief’ te hebben. Vind ik dan. Misschien noemen jullie elkaar thuis allemaal ‘Lief’. Ik weet niet waarom, maar ik ril spontaan als ik het lees of hoor. ‘Willen jij en JE LIEF naar een fijne Spa? Schrijf je dan snel in!’ Brrrr. Dat ‘snel’ ook nog eens. Als Man mij Wieke noemt, is er iets serieus aan de hand. Belastingaangifte of zo.

 

 

Zegt hij ‘Wiek’, dan valt het wel mee. Maar roept hij ‘Dar??’ dan weet ik dat er meestal iets geks komt. Willen jullie de idiootste van deze week horen? Nee? Zap maar weg dan. Enfin. Hij komt in zijn geboortepak uit de badkamer van ons hotel op Curaçao. Ik ben met iets bezig en kijk niet meteen. Nog een keer: ‘DAR??’ Hij wiebelt wat heen en weer en vraagt: ‘Krijg jij spontaan een eisprong nu je mij zo ziet?’

 

Engerd en ik hebben het al bijna een halve eeuw leuk, dus in wezen doet het er niet zoveel toe hoe je elkaar noemt. Maar het geeft wel aan dat we blij zijn met elkaar. En hoe heet het vuilverwerkingsbedrijf hier in de regio? Met grote letters staat dat op de vrachtwagens: DAR. Man vindt dit een buitengewoon treffende en o zo toepasselijke bonus.

 

Door: Wieke Biesheuvel

Wieke Biesheuvel werkte en woonde zes jaar in Zambia, is nu voorgoed terug en probeert het Nederlandse leven weer onder de knie te krijgen. Waarbij ze beurtelings verbaasd, boos, dolgelukkig, verward of blij is.

Afbeelding van Wieke Biesheuvel